ICT-vlieger

De Achterpagina is deze zomer op zoek naar extremen. Vandaag de langzaamste piloot van Nederland.

Hij lijkt zowaar op Buck Danny. Een rijzige gestalte, nobele trekken en een koene blik in de ogen. Alleen de geblokte kin van de stripheld ontbreekt. Maar Biggles en Buck Danny kent hij alleen van horen zeggen. ,,Het was niet zo dat ik als zesjarige naar een vliegtuig in de lucht wees en riep: dat wil ik ook.''

Niettemin is luitenant-kolonel Bert de Smit (34) uitgegroeid tot een cruciale Nederlandse piloot. Hij is door de Koninklijke Luchtmacht geselecteerd om als `operationele vlieger' Nederland te vertegenwoordigen bij de ontwikkeling van de Joint Strike Fighter. Sinds de vorige zomer maakt hij deel uit van een groep van twaalf vliegers, afkomstig uit de negen deelnemende landen aan het JSF-project, die in Washington de ontwikkeling van het nieuwe jachtvliegtuig begeleiden en evalueren.

Dat betekent dat hij letterlijk tot stilstand is gekomen. De Smit is geen testpiloot. Die vliegen in prototypes en die laten nog jaren op zich wachten. Als De Smit een simulatievlucht uitvoert, test hij in wezen complexe softwareprogramma's. Met de romantiek van het vliegen is het over en uit. De piloot van de toekomst lijkt verdacht veel op een ICT'er. ,,Toen ik begon, vond ik het heel stoer om hard te gaan. Bij laag vliegen is de ground rush, de snelheidssensatie, fantastisch. Maar het zou kinderachtig zijn om alleen maar snel te willen gaan. Ik heb voortdurend mijn doelen bijgesteld.''

,,Snelheid is überhaupt geen issue meer'', zegt De Smit. De JSF wordt zeker niet sneller dan de F16, die maximaal zo'n twee keer de geluidssnelheid haalt, meer dan 2.000 km/u. Onzichtbaarheid, hightech communicatiemiddelen en een verbeterde integratie van computersystemen met coalitiepartners en andere krijgmachtsdelen worden de winstpunten van de nieuwe jachtvlieger. Wat in detail de eigenschappen worden is nog onderwerp van discussie. ,,Gekscherend noemen wij het wel een powerpoint-vliegtuig.''

De Smit heeft het gevoel belangrijke invloed te kunnen uitoefenen op het eindresultaat. ,,In mijn groep zijn we piloten onder elkaar. In een sfeer van ouwe-jongens-krentenbrood wisselen we ideeën en ervaringen uit. Zo krijg ik de gelegenheid om onze wensen gerealiseerd te krijgen.''

Hij krijgt daarbij steun van de andere Europese piloten. ,,De Amerikanen hebben een breed scala aan vliegtuigen, elk uitgerust voor een specifieke taak. Wij kunnen als klein land maar één type betalen en dat vliegtuig moet dus alles kunnen.''

Om op de hoogte te blijven van actuele wensen, is De Smit geregeld in Nederland. ,,Dan praat ik met collega's en met jongens die uit Afghanistan terugkomen. Wat ik van hen hoor, bevestigt bijvoorbeeld het idee dat verbeterde boordapparatuur van groot belang is.'' De Smit was zelf actief bij grote acties in Bosnië en in Kosovo, waarbij hij ook raketten afvuurde. ,,Ik ken de frustratie: snel bij je doel zijn, maar dan nog tien minuten rondjes moeten draaien om er zeker van te zijn dat de troepen op de grond niet je eigen mensen zijn. De sensoren van de JSF leveren de piloot straks direct de juiste informatie. Die hoeft niet meer via via te worden gecontroleerd. Dat verkort de sensor-to-shooter-time enorm. Straks heeft de piloot ook een helm waarmee hij `virtueel' opzij en op de grond kan kijken.''

De compleetheid van de JSF eist dat het vliegtuig zo goed als onzichtbaar is voor vijandelijke radar, de Stealth-eigenschap. ,,De kans op verlies van het toestel vermindert en het bespaart op dure cruise missiles. Als je dichterbij komt, kun je goedkopere raketten afschieten.'' De inbreng van de De Smit ligt verder op het terrein van milieu- en geluidsnormen. ,,De Amerikanen beseffen dat wij voorlopen op dat gebied.'' Ook de ergonomie houdt De Smit (1.94 m) in de gaten. ,,Er moet wel een vent in de cockpit kunnen.''

    • Ron Rijghard