Hegemonie VS is niet zo vanzelfsprekend als het lijkt

De doctrine van de preventieve aanval is een poging om de Amerikaanse suprematie te herstellen maar de effecten van deze vlucht naar voren zijn contraproductief, meent Henk Overbeek.

Met zijn bijdrage op de Opiniepagina van 7 augustus bevestigt Arend Jan Boekestijn nog eens zijn rol als Neerlands meest uitgesproken pleitbezorger van de nieuwe Amerikaanse buitenlandse politiek. Hij verwijst de internationale rechtsorde en de VN naar de mestvaalt van de geschiedenis, betitelt de diplomatieke samenwerking tussen Frankrijk, Duitsland en Rusland als immoreel, en weet zeker dat Irak nog aan de vooravond van de recente oorlog boordevol massavernietigingswapens lag en in innige omhelzing met het internationale terrorisme verkeerde (Al-Qaeda inbegrepen). Het probleem van de bewijslast voor deze naar het absurde neigende beweringen lost hij op met een beproefde retorische truc: iedereen weet dit, dus waarom zou er nog iets bewezen moeten worden?

De Europeanen doen er maar het beste aan zich achter de Amerikanen te scharen en de strategie van de preventieve aanval te omarmen. De Amerikanen zijn immers nog altijd de dragers van de Pax Americana en zijn als enigen in staat iets aan terrorismebestrijding te doen.

Geen spoor in deze redenering van het besef dat het terrorisme niet zozeer oorzaak als wel gevolg is van de neiging van grote mogendheden zich met de binnenlandse aangelegenheden van anderen te bemoeien; dat het streven naar het bezit van een atoomwapen van `schurkenstaten' primair voortkomt uit de angst van de zittende regimes voor een (preventieve) Amerikaanse aanval. Het gehele verhaal berust op de veronderstelling dat de VS de hegemoniale mogendheid zijn wiens eigen (veiligheids)belangen samenvallen met die van de rest van de wereld.

Amerika vertoont op dit moment echter alle tekenen van een hegemoniale macht in verval. Dit lijkt een boude bewering: het militaire overwicht van de Amerikanen is ongekend en het verloop van de bliksemoorlog in Irak heeft dit eens te meer duidelijk gemaakt. Maar bij hegemonie gaat het om meer dan eenzijdige militaire overmacht.

Hegemonie veronderstelt allereerst dat anderen de macht van de hegemoon zien als een gegeven waarvan men zelf ook kan profiteren, en dat het morele en ethische leiderschap van de hegemoon door andere staten ook als zodanig erkend wordt. Deze dimensie van hegemonie is echter in het huidige tijdsgewricht ver te zoeken.

De Verenigde Staten ondergraven in toenemende mate de multilaterale instellingen waarin hun leiderschapsrol na de Tweede Wereldoorlog gestalte kreeg en zijn zelfs niet meer in staat om landen zoals Kameroen en Guinee te overreden vóór een Amerikaanse resolutie in de Veiligheidsraad te stemmen.

Verder is hegemonie altijd gebaseerd op economische en financiële superioriteit, en hier wringt de schoen steeds pijnlijker. De Amerikaanse handelstekorten lopen dit jaar op tot zo'n 500 miljard dollar. De Verenigde Staten moeten per werkdag nu ongeveer 2 miljard dollar aan beleggingen uit de rest van de wereldeconomie aantrekken om hun betalingsbalans in evenwicht te brengen. Verder geeft de Amerikaanse federale overheid veel meer geld uit dan ze binnen krijgt, en heeft ze een schuld van bijna 4.000 miljard dollar. Ook de financiering van deze schuldenberg hangt vooral af van de bereidheid van het buitenland om jaar in jaar uit nieuw kapitaal in de Amerikaanse economie te pompen. We hebben dus in feite met een gigantisch piramidespel te maken.

De continuïteit van het spel hangt af van de mate waarin de rest van de wereld bereid blijft de Amerikaanse ongedekte cheques (in de gedaante van de aloude greenback) te accepteren. Sinds enkele jaren is dit niet langer vanzelfsprekend. Met de komst van de euro bestaat voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog een reëel alternatief voor de dollar.

In 2000 besloot Irak om voortaan de olie die het in het kader van het Olie-voor-Voedsel programma uitvoerde in euro's te factureren. De OPEC kondigde vorig jaar aan een overstap naar de euro te overwegen. Ook elders in de wereldeconomie klinken vergelijkbare geluiden. Mocht het zover komen dan is de totale ineenstorting van het Amerikaanse financiële kaartenhuis nabij.

Dit zou helemaal het einde van de Amerikaanse hegemonie betekenen, want zelfs de kosten van het militaire apparaat zouden dan niet langer opgebracht kunnen worden.

In dit licht bezien is het dus toch niet zo'n boude bewering om de huidige Amerikaanse politiek te bestempelen als een wanhoopsoffensief. De doctrine van de preventieve aanval is een radicale poging de Amerikaanse suprematie te herstellen en voor de volgende decennia veilig te stellen. De effecten op termijn van deze vlucht naar voren zijn echter contraproductief. In dit licht bezien zouden de Europese landen er goed aan doen een wat grotere onafhankelijkheid ten opzichte van de Verenigde Staten te bewaren en zich niet in dit moeras te laten meeslepen.

Dr. H.W. Overbeek doceert Internationale Betrekkingen aan de Vrije Universiteit Amsterdam.