Excentriek pragmaticus

De Engelse architect Cedric Price, die vier dagen geleden overleed, bewees weer eens dat een architect niet veel hoeft te bouwen om invloedrijk te zijn. Na zijn opleiding aan onder meer de Universiteit van Cambridge begon hij in 1960 een eigen bureau en bouwde al een jaar later de grote vogelkooi in de Londense Zoo. Deze kooi, een puntige constructie van schuine palen en rasterwerk die de bezoekers kunnen betreden om de vogels ongehinderd door tralies te bekijken, zou zijn belangrijkste werk worden.

Een ander bekend ontwerp van Price, een Fun Palace, ook uit 1961, bleef onuitgevoerd. Maar ook als het Fun Palace wél was gebouwd, zou het nu niet bestaan: het pretpaleis zou na twintig jaar moeten worden afgebroken. Volgens veel critici wijst dit ontwerp vooruit naar de high tech van het Centre Pompidou dat Piano en Rogers vijftien jaar later in Parijs zouden bouwen. Maar hoewel hij veel heil verwachtte van techniek, was de optimistische Price beslist geen techniek-fetisjist. ,,Technologie is het antwoord, maar wat was de vraag?''is een van zijn bekende uitspraken.

Tijd speelde een hoofdrol in Prices werk en theorieën. Volgens Price was tijd de vierde dimensie van de architectuur: gebouwen moesten gemakkelijk zijn aan te passen aan de mettertijd veranderende omstandigheden en eisen. Ook in de stedenbouw moest de architect niet de illusie hebben voor eens en altijd de vorm te kunnen bepalen. In zijn Non-Plan Manifesto uit 1969 pleitte Price voor `laissez-faire' in de stedenbouw en liep hiermee, in een tijd dat het geloof in de maakbare samenleving nog wijdverbreid was, vooruit op het beleid van de conservatieve regeringen van Thatcher.

Price wordt wel beschouwd als een visionair architect, maar eigenlijk verwachtte Price niet zoveel van architectuur. Zijn collega's vond hij pretentieus. ,,Architecten zijn zo saai – ze zijn er zo van overtuigd dat ze ertoe doen'', zei hij eens.

Uiteindelijk was Price een door en door Britse pragmaticus, niet vrij van excentrieke trekken – met computers en mobiele telefoons wilde hij niets te maken hebben. Hij betreurde het wel eens dat hij zo weinig had gebouwd, maar heel erg vond hij dit nu ook weer niet. Toen zijn cultureel centrum in Noord-Londen uit 1971 een paar jaar geleden met sloop werd bedreigd, protesteerden vele architectuur-activisten. Maar Price had geen bezwaar tegen afbraak: het centrum was niet voor de eeuwigheid bedoeld.