Bij Aken is er elke dag een kleine volksverhuizing

De grensstreek is een graadmeter voor de eenwording van de Europese Unie. Heeft het opheffen van de grenzen echt eenheid gebracht? In de Maas-Rijn-regio reizen dagelijks 35.000 forenzen tussen België, Nederland en Duitsland.

Voor het arbeidsbureau in Aken vertrok tot voor kort elke ochtend een bus vol Duitse `Facharbeiter' naar de autofabriek van Nedcar in Born. Grensarbeiders. In de achtste eeuw was Aken als cultureel en politiek centrum van het Karolingische rijk al een soort hoofdstad van Europa. Nu maken Duitsers, Nederlanders en Belgen het gebied rond het drielandenpunt tot de meest Europese regio in Europa door over de landsgrenzen heen te wonen, winkelen, studeren én werken.

,,Elke dag hebben we hier een kleine volksverhuizing'', zeggen Hans-Helmuth Lehmkuhl en Heinz Jürgen Werner van het arbeidsbureau in Aken. In de Maas-Rijn-regio reizen dagelijks 35.000 mensen tussen België, Nederland en Duitsland. De meesten van Nederland naar Duitsland, maar nu minder dan vroeger. ,,De Nederlanders in Duitsland vormden lange tijd de helft van het totale aantal grensarbeiders, terwijl maar zo'n 500 Duitsers in Nederland werkten. Maar toen in de jaren negentig de banenmachine in Nederland begon te draaien, zijn veel Duitsers naar Nederland getrokken'', vertellen Lehmkuhl en Werner. Zoals de autobouwers bij Nedcar en Duitse verpleegkundigen in Limburgse ziekenhuizen.

Tot de Duitse Holland-gangers behoort ook Sandra Bleker (23). Ze woont in Herzogenrath en in haar vrije tijd steekt ze slechts sporadisch de grens over, om uit te gaan in Heerlen of om te winkelen in Maastricht. Haar werkweek brengt ze echter volledig door in Nederland, bij het call center GreenPower in Kerkrade een soort postorderbedrijf voor gezondheidsproducten dat zich geheel richt op ouderen in Duitsland. ,,Tweeënhalf jaar geleden ben ik hier begonnen, als telefonische verkoper. Nu ben ik de leider van een team van negen mensen'', vertelt Bleker.

Geen gekke carrière voor iemand die zich `ongeschoold' noemt. Na de Realschule is Bleker begonnen aan beroepsopleidingen voor onder meer tandtechnicus en bloemist, maar heeft die nooit voltooid. ,,In Duitsland krijg je geen baan zonder diploma, in Nederland krijg je een kans'', zegt Bleker. Haar Nederlandse personeelschef Erik Dols nuanceert dat: ,,Nu wij 100 mensen in dienst hebben, eisen wij ook meer kwalificaties, maar diploma's zijn in Duitsland inderdaad belangrijker dan hier. Ook aan getuigschriften wordt in Duitsland veel meer waarde gehecht dan in Nederland. Ik krijg stapels getuigschriften van Duitse sollicitanten, van soms wel drie pagina's lang.''

Net als Sandra Bleker hebben ook de andere Duitse grensarbeiders `noodgedwongen' de oversteek gemaakt. ,,Het liefst werkt men in Duitsland, maar als het alternatief de werkloosheidsuitkering is, dan willen velen wel werken in Nederland'', zegt Werner van het arbeidsbureau in Aken. Dat kan doorgaans alleen als voor de aangeboden banen kennis van de Nederlandse taal niet zo belangrijk is. ,,Denk aan vakmensen zoals automonteurs, of aan ongeschoolde werknemers voor productiewerk. Dat we ook verpleegkundigen hebben kunnen plaatsen, komt doordat in Limburg veelal goed Duits wordt gesproken en de nood in de ziekenhuizen daar erg hoog was'', zegt Werner.

De Duitse werknemers in Nederland zijn doorgaans zeer tevreden, is de ervaring van het arbeidsbureau. ,,In Nederlandse bedrijven is de sfeer veel informeler en komt de baas af en toe een kop koffie meedrinken met de werknemers. Duitse bedrijven zijn veel hiërarchischer, werknemers voelen zich veel meer onder druk staan'', zegt Werner. Bleker bevestigt dat beeld: ,,Nederlanders zijn `locker', tutoyeren al gauw.''

De praktische obstakels voor de grensarbeiders zijn desalniettemin groot. Duitsland, Nederland en België hebben elk hun eigen pensioen-, ziektekosten-, belasting- en uitkeringsstelsels, die onderling sterk verschillen. Eures, een Europese organisatie waarin onder meer arbeidsbureaus en vakbonden samenwerken, probeert dit soort obstakels op te ruimen. Geregeld belegt Eures informatiebijeenkomsten voor (aankomende) grensarbeiders, waar bijvoorbeeld belastingdiensten en pensioenfondsen vragen beantwoorden.

Neem bijvoorbeeld de ziektekostenverzekering, die voor alle werknemers tot een bepaalde loongrens verplicht is. Net als haar collega's betaalt Sandra Bleker ziekenfondspremie aan de Nederlandse verzekeraar CZ. ,,De verzekerde stuurt de rekening naar ons. Een behandeling in Nederland vergoeden wij, maar bijvoorbeeld een bezoek aan de Duitse huisarts wordt vergoed door de Duitse Krankenkasse. In dat geval sturen wij de rekening door naar de Krankenkasse en de vergoeding. De werknemer merkt daarvan niet veel'', zegt woordvoerder Dirk Westerwoudt van CZ. Maar als Sandra Bleker van haar Duitse rekening de ziektekostenpremie in Nederland betaalt, rekent de bank een hoge commissie: ,,En dus neem ik geld op in Duitsland, stort het op mijn Nederlandse rekening en maak de premie dan over.''

De economische tegenwind in Nederland maakt grensarbeid op dit moment minder aantrekkelijk. In Limburg zijn door bedrijfssaneringen banen verdwenen bij onder meer Nedcar, dat geen bus uit Aken meer hoeft te laten rijden. Maar de arbeid over de grens heeft de bewoners van de Maas-Rijn-regio hoe dan ook veranderd.

,,Ik wil nooit meer in een Duits bedrijf werken'', zegt Sandra Bleker. Lehmkuhl van het arbeidsbureau in Aken vertelt: ,,Toen ik hier twintig jaren geleden kwam werken, was het gebied over de grens terra incognita. Nu kennen we talloze mensen in Nederland en België en zijn we echt één regio geworden.''

Dit is het laatste deel van een serie. Eerdere afleveringen verschenen op 14, 17, 22, 29 en 31 juli en zijn na te lezen op www.nrc.nl.