Zonnige toekomst voor slapende reus

ADO Den Haag is na elf jaar terug op het hoogste niveau. Hoe maak je van een club uit de bodem van het betaald voetbal een stabiele deelnemer in de eredivisie?

Op zijn 28ste was Robert Langenbach van de ene op de andere dag de baas van ADO Den Haag. De in Tilburg afgestudeerde bedrijfseconoom kan zich nog precies herinneren hoe hij op 23 oktober 2000 binnenkwam als de nieuwe algemeen directeur van de zieltogende voetbalclub die wekelijks acteerde in de kelder van het betaald voetbal. In nog geen drie jaar is de club niet alleen teruggekeerd naar de eredivisie, maar kreeg ADO Den Haag ook de zekerheid dat de thuiswedstrijden vanaf medio 2005 in een nieuw modern onderkomen zullen worden gespeeld. ,,Zowel de organisatie van de club als de selectie is op voldoende niveau voor de eredivisie. Het ontlopen van de nacompetitie is dit jaar de doelstelling. Dat moet haalbaar zijn'', stelt Langenbach zelfverzekerd vast in een vergaderzaaltje in het Haagse Zuiderpark.

Langenbach maakte drie jaar geleden op verzoek toenmalig ADO-voorzitter John van Ringelenstein de overstap van de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (KNVB) naar de Haagse betaald voetbal organisatie. Als adviseur licentiezaken bij de KNVB had hij een paar jaar lang bij clubs in de keuken mogen kijken. Nu stond Langenbach opeens zelf aan het roer van een club die weliswaar weinig schulden had, maar sportief gezien bijna failliet was.

Langenbach probeerde zo snel mogelijk een professionele organisatie op poten te zetten. Daarbij keek hij niet alleen naar kwaliteiten, ook naar karakters. ,,Toen ik hier binnenkwam maakte ik elke ochtend zelf de post open en zette ik vervolgens de mensen aan het werk. Nu staat hier een hele organisatie met secretaresses en verschillende managers met eigen portefeuilles. Het is daarbij ook nog eens hecht team. Ik ben blij dat de club destijds bewust budget daarvoor heeft vrij willen maken. Daar hebben we nu profijt van.''

ADO Den Haag wist de sportieve weg omhoog in te slaan door drie jaar geleden met de actie `Voor de stad voor de club' voor iets minder dan een miljoen euro aan certificaten te verkopen aan het bedrijfsleven. Op datzelfde moment kondigde burgemeester Wim Deetman aan dat de gemeente de haalbaarheid van een nieuw stadion zou gaan onderzoeken. Met de regionale televisiezender TV West werd afgesproken dat de thuiswedstrijden van ADO Den Haag rechtstreeks op het scherm zouden komen. Langzaam maar zeker kwam `de slapende reus' weer tot leven.

Vanaf het seizoen 2001/2002 besloot de clubleiding de bezem door de selectie te halen die niet verder was gekomen dan een zestiende plaats in de eerste divisie. Onder leiding van het trainersduo Rinus Israel en Lex Schoenmaker keerde de hoop op succes snel terug. Langenbach: ,,We hebben gekozen voor een oude rot en een echte Hagenaar. Daarbij hebben we wat rotte appels verwijderd en zijn er jongens met ballen gekomen. Die combinatie heeft de afgelopen twee jaar uitstekend gefunctioneerd. We wilden promoveren voordat het nieuwe stadion in 2005 af is. Dat is dus gelukt.''

De uit Zeist afkomstige Langenbach heeft naar eigen zeggen de afgelopen jaren langzaam ,,een groengeel hart'' gekregen. ,,Ik ben me thuis gaan voelen bij ADO Den Haag. Het is een echte volksclub. Het is prachtig om bijvoorbeeld op de open dag te zien hoe de club leeft. En op het juiste moment is de gemeente achter ons gaan staan. Het is heel mooi om te horen dat de gemeenteraad onlangs zeer tevreden was over het commerciële beleid dat wordt gevoerd. Dat is een prachtig compliment aan de hele organisatie.''

In een tijd waarin vele clubs uit het betaald voetbal alles in het werk stellen om de begroting sluitend te krijgen, probeerde de N.V. ADO Den Haag de afgelopen weken de selectie te versterken. Langenbach noemt het gunstig voor de club dat de transfermarkt is ingestort. Want met een begroting van zo'n 6,5 miljoen euro is het volgens de 31-jarige directeur niet of nauwelijks mogelijk afkoopsommen te betalen. ,,We geven voor een speler geen geld uit dat de club niet heeft'', stelt Langenbach. ,,We halen voetballers die transfervrij zijn of we huren. Meer kunnen we ons niet veroorloven.''

Deze zomer trok ADO Den Haag tot dusver Tommie van der Leegte (RKC), Rick Platvoet (Heracles) en Dorus de Vries (Stormvogels/Telstar) aan en werden Robert van Boxel (PSV) en Leonardo II (Feyenoord) gehuurd. Volgens Langenbach zal de selectie de komende weken waarschijnlijk nog worden aangevuld met één of twee nieuwe spelers. ,,We kunnen niet even zeven spelers aantrekken met ervaring in de eredivisie, maar we zijn niet bang dat we onze doelstellingen niet halen. Het niveau van de begroting is vaak min of meer bepalend voor de positie waar je op uitkomt. Dan doen wij dus redelijk mee'', meent Langenbach die zelf jaren voor de amateurs van Jonathan in Zeist speelde.

Pas als ADO Den Haag over twee jaar in het nieuw te bouwen onderkomen aan de rand van de stad speelt, kan de club doorgroeien naar een stabiele organisatie die zich sportief moeten kunnen meten met de clubs uit het linkerrijtje van de eredivisie. ,,Als het nieuwe stadion er niet was gekomen had ik daar mijn conclusies aan verbonden. Nu ziet de toekomst er goed uit. Het is alleen te hopen dat we ook met ons veiligheidsbeleid de goede lijn kunnen vasthouden. Jammer genoeg hebben we dat niet altijd in eigen hand.''

Langenbach voelt zich volledig geaccepteerd als de jeugdige directeur van Alles Door Oefening Den Haag. ,,Dat ik nog jong ben is nooit een probleem geweest. Het gaat niet om de leeftijd, maar om de kwaliteit die je levert. ADO Den Haag is klaar voor de eredivisie.''

Dit is de tweede aflevering van een serie artikelen voorafgaand aan het voetbalseizoen 2003-2004 waarin de terugkeer centraal staat.