`Status aparte vinden wij geen optie'

De nieuwe premier van de Antillen wil meer onafhankelijkheid. Minister De Graaf van Koninkrijksrelaties niet. ,,Ik streef er niet naar om van de Nederlandse Antillen af te komen.''

Het Papiamento beheerst hij niet. En hij heeft nog niet gesproken met de gisteren aangetreden Antilliaanse premier Mirna Louisa-Godett, die zich heeft voorgenomen in het openbaar geen Nederlands meer te spreken.

Maar áls het zover komt, zal Thom de Graaf, minister van Koninkrijksrelaties en vice-premier namens D66, dat zeker niet doen in het Engels, de taal die volgens Louisa-Godetts broer, Curaçaos sterke man Anthony Godett, officiële taal op de Antillen wordt. ,,Dit is niet het koninkrijk der Engelanden'', zegt De Graaf op zijn werkkamer in Den Haag. ,,Bestuurders van het koninkrijk moeten in de taal van het koninkrijk met elkaar kunnen spreken.''

Sinds bijna vijftig jaar wordt de staatkundige verhouding met de Antillen geregeld door het Statuut voor het Koninkrijk, dat in 1954 Nederland, de Nederlandse Antillen (destijds met Aruba) en toen nog Suriname een gelijkwaardige status gaf. De Graaf wil verandering in de bestuurlijke en financiële verhoudingen binnen de Antillen. ,,Maar wij kunnen niet eenzijdig zeggen: dat statuut gaan wij eens overhoop gooien, weggooien of veranderen.''

De richting is voor Godett wél duidelijk: naar onafhankelijkheid.

,,Hij heeft gezegd: misschien onafhankelijk, maar in ieder geval status aparte voor Curaçao. Een status aparte betekent uit het verband van de Antillen treden, maar binnen het verband van het koninkrijk blijven. Dat nu vindt de Nederlandse regering geen optie. Want dat betekent het uiteenvallen van het land Antillen en het lost niets op, ook niet de echte problemen van Curaçao, sociaal, economisch, financieel. Het verzwaart alleen maar problemen, om het koninkrijk als geheel te kunnen besturen, en de problemen van de andere eilanden, die kleiner zijn en dan met minder mensen het land overeind moeten houden.

,,Aruba kreeg de status aparte als stap op weg naar onafhankelijkheid. Dat laatste heeft Aruba uiteindelijk niet ingelost. Ik denk dat de Nederlandse regering de fout van die `stap' niet nog een keer moet maken. Als een eiland uit het koninkrijk wil stappen, dan is dat de zelfbeschikking, de vrijheid van de inwoners van het eiland. Dat heeft Nederland altijd gerespecteerd. Maar veranderingen binnen de structuur van het koninkrijk hebben instemming van de partners nodig.''

Welke veranderingen wil de Nederlandse regering?

,,Kom je op de Antillen, dan blijkt dat werkelijk iedereen ontevreden is over de huidige bestuurlijke structuur van de Antillen. Andere eilanden zeggen: we moeten voor alles naar de zware landsregering op Curaçao toe, en op Curaçao zeggen ze: we zitten hier met twee besturen op elkaar, het landsbestuur van de Antillen en het eilandsbestuur. Sint Maarten wil ook de status aparte, maar als je daarachter kijkt, wil men vooral meer ruimte en vrijheid om bijvoorbeeld een eigen leningsbevoegdheid te hebben, decentralisatie van de belastingontvangsten en een grotere zeggenschap over de besteding van de samenwerkingsgelden die Nederland binnen het koninkrijk besteedt.

,,Ik ben voor decentralisatie naar de maat van de mogelijkheden van elk eiland. Saba is met 1.500 inwoners wezenlijk anders dan Curaçao met 150.000. Je kunt meer verantwoordelijkheid bij het ene eiland leggen dan bij het andere. Daarnaast moeten de financiële verhoudingen tussen de eilanden en het land Antillen beter worden georganiseerd. En er moet een ontwikkelingsfonds komen, waar Nederland de samenwerkingsgelden in stort. Aruba heeft al zo'n fonds, met een onafhankelijk bestuur, benoemd door Nederland en Aruba samen. Op de Antillen zou dat ook zeer wenselijk zijn, een fonds waarbij het land, maar vooral ook de eilanden zelf, programma's kunnen indienen. Dat betekent ook al een grotere vrijheid.''

Is dat uw antwoord op de roep om andere staatkundige verhoudingen?

,,Begin jaren negentig zijn er grand designs gemaakt en die hebben tot niets geleid. Dat heeft de regeringen erna in Nederland geleerd, dat je beter concrete stappen kunt doen, die recht doen aan de problemen en aan de noden die men daar voelt.''

Maar nu zegt de Antilliaanse regering: weg met die bodyscan tegen drugssmokkel. Geef het geld maar, wij besteden dat aan onderwijs.''

,,Als, áls, de Antilliaanse regering de bodyscan weg wil hebben, dan kunnen wij dat niet tegenhouden. Maar het betekent wel iets voor de relaties en voor de programma's voor rechtshandhaving, ook als het gaat over de financiële verhoudingen. Rechtshandhaving is een belang dat boven de drie landen uitstijgt. Het is een koninkrijksbelang. Maar we kunnen de zaak daar niet zomaar even overnemen, áls we dat al zouden willen. Alleen in zeer uitzonderlijke gevallen kun je optreden, maar noodgrepen moet je alleen toepassen als de nood heel hoog is en het echt niet anders kan. Zo ver is het niet. En Nederland moet zich dan ook afvragen of het kan waarmaken dat je dat even op grote afstand daar gaat regelen.''

Is die formele staatsrechtelijke gelijkwaardigheid tussen de landen binnen het koninkrijk niet een fictie die wringt met de praktische verhoudingen?

,,Het is net zo reëel als de gelijkwaardigheid tussen Amsterdam en Diemen of Rotterdam en Krimpen. De invloed van de ene is groter, maar ze zijn van elkaar afhankelijk en hebben gelijke bevoegdheden. Besef wat de consequentie is als we van de Antillen een provincie of een gemeente maken. Op een grote afstand neem je de verantwoordelijkheid volledig over, van het onderwijs tot en met de sociale zekerheid. Dat zou een vorm van rekolonisatie zijn. Na 50 jaar statuut zou dat internationaal ook niet worden geaccepteerd en ik ken niemand op de Antillen die er voor is. Nederland zou onmiddellijk voor de dekolonialiseringscommissie van de Verenigde Naties worden gedaagd.

,,Maar het statuut is in heel andere tijden geschreven. Inmiddels is Nederland steeds meer ingebed in Europa. Ik heb voorgesteld dat Aruba en de Antillen snel, binnen twee jaar, beslissen of ze status van buitengebied (ultraperifeer) van de Europese Unie willen. Wij gaan dat niet eenzijdig regelen, op Aruba en de Antillen is daarover een hevige discussie. De status van ultraperifeer EU-gebied betekent dat de landen de hele EU-wetgeving moeten overnemen, dat heeft dus grote gevolgen. Ik streef er niet naar om van de Nederlandse Antillen en Aruba af te komen. Daarvoor vind ik de gemeenschappelijk geschiedenis te waardevol. Maar er moeten wel dingen veranderen in de verhoudingen om de relatie houdbaar te laten zijn.''