Servië houdt vast aan recht op Kosovo

Kosovo is onderdeel van Servië; Servië maakt er onveranderd aanspraak op en eist de controle over Kosovo, maar de provincie zal wel ,,substantiële autonomie'' krijgen. Het VN-bestuur dat sinds 1999 Kosovo bestuurt blijft ten aanzien van de vorming van een ,,democratische en multi-etnische samenleving'' in Kosovo ernstig in gebreke.

Dat is de kern van een gisteren in Belgrado gepubliceerd principe-document, waarin de Servische regering – voor het eerst sinds de val van president Slobodan Miloševic, drie jaar geleden – haar Kosovo-beleid formuleert. Het document moet in de herfst door het parlement worden aangenomen. De regering zei gisteren te verwachten dat dat unaniem zal gebeuren.

Kosovo stond onder Servisch gezag tot juni 1999, toen de regio na de NAVO-oorlog tegen het Joegoslavië van Slobodan Miloševic onder VN-gezag kwam te staan. Sindsdien heeft Belgrado er niets meer te zeggen, al blijft volgens VN-resolutie 1244, waarmee het VN-bestuur UNMIK werd ingesteld, Kosovo formeel wel deel uitmaken van Servië. UNMIK heeft de Kosovo-Albanezen inmiddels beperkt zelfbestuur gegeven, tot woede van Belgrado. Er is een eigen Kosovaarse president, een Kosovaarse regering en een Kosovaars parlement. De Albanezen vinden dat overigens onvoldoende: zij eisen volledige onafhankelijkheid en willen onder geen beding terug onder het gezag van Belgrado.

Volgens de Servische regering kan over de toekomst van Kosovo geen twijfel bestaan: Kosovo is ,,een integraal onderdeel van Servië, ongeacht het internationale overgangsbestuur''. Over de toekomstige status van Kosovo kan volgens Belgrado niet worden onderhandeld voordat ,,alle bepalingen van resolutie 1244 zijn vervuld en de daarin geformuleerde standaard van multi-etnisch samenleven is bereikt''. Dat laatste slaat op de eis dat de rond 240.000 Serviërs, Roma en leden van andere minderheden die Kosovo in 1999 zijn ontvlucht, moeten terugkeren.

Dat laatste is nog geenszins het geval en het leven in Kosovo wordt, volgens het principe-document, nog steeds gekarakteriseerd door ,,etnische discriminatie''. ,,De vorming van een democratische en multi-etnische samenleving in Kosovo is tot dusverre onhoudbaar en onbevredigend'', zo wordt gesteld.

Het Servische document, waarvan de belangrijkste principes al eerder waren bekendgemaakt, heeft de betrekkingen met Albanië – dat de aanspraken van de Kosovo-Albanezen op onafhankelijkheid steunt – al danig verzuurd. De Albanese minister van Defensie, Pandeli Majko, weigerde onlangs naar een regionale bijeenkomst van defensie-functionarissen te komen omdat zijn collega van de unie Servië en Montenegro daar aanwezig zou zijn. Gisteren zei de premier van Kosovo, Bajram Rexhepi, dat binnenkort te beginnen overleg met Belgrado geen zin heeft als de Servische regering vasthoudt aan haar voornemen, de Servische rechten op Kosovo in de nieuwe Servische grondwet op te nemen.

Kosovo en de grensgebieden met Servië zijn nog regelmatig het toneel van geweld. Zondag werden in Zuid-Servië drie granaten afgevuurd op een Servische legerbasis. Maandagavond werd een Serviër in een dorp in Kosovo door twee onbekenden in het gezicht geschoten – volgens de man zelf waren de daders Albanezen uit een buurdorp – en gisteren werd in een ander dorp de Kosovaarse politie onder vuur genomen.