Pooier

De films van de Zuid-Koreaan Kim Ki-Duk zijn soms adembenemend mooi en adembenemend wreed. Dat blijft een verwarrend duo, zeker als de schoonheid en die wreedheid voor de westerse kijker ook nog eens exotisch zijn. Wat te denken? Wat te voelen? Onlangs werd hier The Isle uitgebracht, de film met de vishaakjes die tijdens zijn beruchte première in Venetië een koor van braakgeluiden opleverde. Maar er werd ook gezucht. Nu gaat Kims derde film na The Isle, Bad Guy, hier in première.

Bad Guy is lang niet zo mooi als The Isle. Wreed is de film wel, al zit die wreedheid deze keer meer in het verhaal dan in de beelden. Bad Guy gaat over een pooier die op straat een studente ziet en haar vol op de mond kust. De studente wijst hem af en de zware jongen neemt wraak. Hij volgt haar, zorgt ervoor dat ze van winkeldiefstal wordt beschuldigt en een lening sluit die alleen af te lossen lijkt door in een bordeel te gaan werken. Daar bespiedt hij haar dan.

De romantiek in Bad Guy is zwaar, sentimenteel, monotoon, mannelijk. Meer dan aan andere films uit Korea, die van sadomasochistische liefde soms iets schoons of liefs weten te maken, doet Bad Guy aan het werk van Lars von Trier denken, die vrouwen ook zo graag laat lijden. Slechts een paar details luchten op. De hoeren zetten bijvoorbeeld hun plantjes in de regen op straat als het eens een keer regent. Vreemd en wreed is deze film. Vaak moeten we kijken naar het mooie meisje, nog vaker naar de zware jongen, die nooit spreekt. Zijn ogen moeten alles vertellen. Als hij tegen het einde van de film eindelijk zijn mond open doet, horen we schor gepiep.

Bad Guy (Nabbeun namja). Regie: Kim Ki-Duk. In Filmmuseum Cinerama, Amsterdam; Haags Filmhuis; Lantaren/Venster, Rotterdam.