Oorlogsmisdadiger sterft in vrijheid

In zijn woonplaats Datterode-Ringau in de Duitse deelstaat Hessen is de Nederlandse oorlogsmisdadiger Dirk Hoogendam vrijdag op 81-jarige leeftijd aan een hartaanval overleden. Hoogendam werd in 1941 lid van de Waffen-SS en spoorde in de oorlogsjaren in de omgeving van Hoogeveen verzetsstrijders op die hij volgens het vonnis van de Bijzondere Strafkamer van mei 1950 ,,met hand, vuist, voet, karwats of ander hulpmiddel sloeg en verwondde en op andere wijze pijnigde, waardoor deze personen pijnlijk werden getroffen en bloedend verwond''.

In 1950 werd Hoogendam bij verstek veroordeeld tot de doodstraf wegens landverraad en mishandeling van burgers. De straf werd in de jaren zestig omgezet in levenslang. Hoogendam stond bekend als `de bokser' en `de beul van Hollandscheveld'. Volgens de Hoogeveense amateur-historicus Albert Metselaar, die jarenlang met tientallen slachtoffers van Hoogendam – en hun nabestaanden – sprak, voerde hij samen met Auke Pattist een waar schrikbewind. De lange SS-officier zou er een sadistisch genoegen in hebben gehad mensen te martelen. Een getuige zou tegenover Metselaar hebben verklaard dat Hoogendam twee joden tegen elkaar met blote handen liet boksen en dat de verliezer zou worden doodgeschoten.

Na de oorlog vluchtte Hoogendam naar Duitsland. Als lid van de Waffen-SS was hij automatisch Duits staatsburger. Hij nam er de naam Dieter Hoohendamm aan, trouwde, kreeg een groothandel in groenten en leidde een onopvallend bestaan. Volgens zijn advocaat R.F. Speijdel was hij actief in het plaatselijke verenigingsleven en in de jaren zeventig in de vredesbeweging. In 2001 wisten journalisten van De Telegraaf hem in Ringau op te sporen. Tegenover Speijdel zou hij afstand genomen hebben van zijn daden, aldus de advocaat. ,,Hij wilde als jongeman en als idealist tegen het communisme strijden.'' Zijn slachtoffers zetten vraagtekens bij deze spijtbetuigingen.

Justitie in Nederland wilde Hoogendam in 2001 alsnog vervolgen wegens landverraad en mishandeling van burgers, maar de rechtbank van Assen meende dat de feiten deels verjaard waren. Het OM in Assen verzwaarde de aanklacht vervolgens tot medeplegen van een oorlogsmisdrijf. In 1944 en 1945 zou Hoogendam vier verzetsmensen hebben uitgeleverd aan de SD in Assen. Ze werden gedeporteerd naar concentratie- en werkkampen, waar ze stierven. De rechtbank wees de verzwaring af, maar de Hoge Raad bepaalde vorig jaar dat Hoogendam zijn levenslange gevangenisstraf wel degelijk moest ondergaan.

Aangezien Duitsland geen staatsburgers uitlevert, vroeg minister Donner van Justitie zijn Duitse ambtgenoot vorige maand om zes Nederlandse oorlogsmisdadigers, onder wie Hoogendam, hun levenslange celstraf te laten uitzitten in Duitse gevangenissen. De Duitse minister stond hier positief tegenover. Speijdel had hiertegen bezwaar aangetekend. Hij zegt ,,professioneel tevreden'' te zijn. ,,Hoogendam is in vrijheid gestorven, zonder te hoeven zitten.''