Heerenveen schotloos en vleugellam

Heerenveen had de Nederlandse voetballiefhebbers de afgelopen weken verwend met flitsend aanvalsspel, maar tegen de eerste tegenstander van formaat bleef de dadendrang beperkt tot een paar schampschoten. Villareal was in het eerste finaleduel van de Intertoto-competitie veel te sterk voor de ploeg van trainer De Haan, die toegaf dat het kwaliteitsverschil tussen de Friese en de Spaanse provincieclub groot was. De kans is klein dat Heerenveen zich in de return weet te plaatsen voor het UEFA-Cuptoernooi, erkende Us Foppe na afloop.

Villareal eindigde vorig seizoen op de vijftiende plaats in de Primera Division, de sterkste voetballiga van Europa. Heerenveen werd zevende in de eredivisie, vanwege de matige kwaliteit ook wel Mickey Mouse-competitie genoemd. Het Nederlandse voetbal is soms aantrekkelijk door zijn aanvalsspel, maar tegen een technisch en gegroepeerd spelende ploeg uit het buitenland komen de hiaten bij de Nederlandse clubs pijnlijk aan het licht. Dan oogt het combinatievoetbal, gebaseerd op balbezit, opeens traag en voorspelbaar. Hoe hoger het tempo, hoe meer spelers door de mand vallen.

In het Abe Lenstra-stadion kreeg Heerenveen een lesje in efficiënt countervoetbal. Balbezit is niet heilig, weten ze in Spanje. En voetballen met één diepe spits is daar geen doodzonde. Alles draait om de wisselwerking bij balverlies en balbezit. De Haan sprak over ,,een gebrek aan flexibiliteit'' bij zijn spelers die hun ,,contactpunten moeten veranderen''. De positiewisselingen bij Heerenveen waren op één hand te tellen en voorspelbaar bovendien.

Bij Villareal was José Marie, voor negen miljoen euro (tweederde van het budget van Heerenveen) overgenomen van AC Milan, het enige aanspeelpunt in de aanval. Deze speler met vedette-neigingen maakte zich met zijn theatrale optreden niet geliefd bij de Friese aanhang, hij stond wel aan de basis van het tweede doelpunt. Uit zijn steekpass scoorde Victor met een subtiele boogbal. Einde wedstrijd na nog geen 45 minuten. Aan het winnende doelpunt waren een openingstreffer van Callesta en een gelijkmaker van Ballesteros (eigen doelpunt) voorafgegaan.

Heerenveen speelde met drie aanvallers, terwijl Richard Knopper als schaduwspits opereerde. Het publiek is niet anders gewend en duldt geen catenaccio, doceerde CIOS-leraar De Haan in de bijna verlaten persruimte. Nee, hij had geen moment overwogen zijn tactiek aan te passen. In de praktijk kwam er weinig terecht van de offensieve bedoelingen. In de tweede helft creëerde Heerenveen zelfs geen enkele doelkans. Met dank aan het vleugellamme aanvalsspel. Linksbuiten Denneboom en rechtsbuiten Selakovic zijn geen echte buitenspelers die met kalk aan hun schoenen voetballen. Ze staan er tegen wil en dank en moeten tegen hun natuur in spelen. Tegen Villareal wisten ze hun mandekkers geen enkele keer te passeren, een voorwaarde voor doelgericht vleugelspel. Hoewel De Haan er na afloop een originele theorie op losliet. ,,Onze voorzetten vanaf de flank komen alleen van rechts.''

Aan die kant maakte de Zweed Selakovic een ongelukkige indruk. Na het zoveelste balverlies werd hij zelfs uitgefloten door de positief gestemde supporters. Halverwege de tweede helft werd hij uit zijn lijden verlost en vervangen door Samaras. Deze jonge Griek is ook niet opgeleid als buitenspeler, net als Selakovic die leerde voetballen in een systeem met vier middenvelders en twee aanvallers. Het is dit gegeven dat De Haan zorgen moet baren. Hij heeft meer buitenlanders dan Nederlanders (of Friezen) in zijn selectie.

Waarom wil hij eigenlijk met vleugelspelers voetballen? ,,Omdat dit systeem tegen mindere tegenstanders veel voordelen biedt. In Nederland geven de backs veel ruimte weg'', wist De Haan. Na een lichte aarzeling: ,,Misschien ga ik het in de uitwedstrijd (tegen Villareal, red.) eens op een andere manier proberen, met opkomende middenvelders. Het probleem is dan dat ik op links niemand heb die veel meters kan bestrijken.''

Heerenveen had de afgelopen seizoenen veel profijt van de Fin Nurmela, die deze zomer naar Kaiserslautern verhuisde. Hij speelde als `hangende' rechtsbuiten en hoefde zijn directe tegenstander niet eens te passeren om een goede voorzet te geven. Nurmela schoot de ballen met zoveel effect, dat hij uit alle standen gevaar stichtte. Het gemis van deze `koning van de assist' laat zich voelen. De kopsterke centrumspits Sibon kreeg geen bruikbare ballen en kon niet profiteren van zijn lengte. In de kleine ruimte is hij minder gevaarlijk.

Aan de linkerkant was Denneboom even onzichtbaar als Selakovic (en invaller Samaras) aan de overzijde van het veld. De donkere aanvaller is rechtsbenig en kiest bijna automatisch voor de actie binnendoor. Tegen de verdedigers van Villareal die elkaar uitstekend rugdekking gaven, was deze speelwijze tot mislukken gedoemd. Mocht De Haan zijn tactiek wijzigen en de specifieke buitenspelers overboord gooien, dan overweegt hij Denneboom in de punt van de aanval naast Sibon te laten voetballen. De langst zittende oefenmeester in het Nederlandse profvoetbal heeft in zijn afscheidsjaar nog enig werk te verrichten.

Heerenveen

1

Villareal

2

Ruststand 1-2. 13. Callesta 0-1, 26. Ballesteros (eigen doel) 1-1, 45. Victor 1-2. Schds: Frojfeldt (Zwe). Tsch: 13.000. Gele kaarten: De Lange (Heerenveen), José Marie en Alvarez (Villareal).