Café Wim de Lul

Café Scheltema in Amsterdam, het beroemdste journalistencafé van Nederland, is na een brand weer geopend. De schade viel mee, zelfs de oude poflijstjes van de verslaggevers zijn er nog.

De stamtafel met marmeren plaat uit 1968 met daarop de namen van een aantal journalisten en fotografen staat er nog ongeschonden bij. ,,We hebben geluk gehad'', zegt Wim de Lange, eigenaar-uitbater van café Scheltema aan de Nieuwezijds Voorburgwal in Amsterdam. Het café is een maand gesloten geweest vanwege een door kortsluiting veroorzaakte brand in de keuken. ,,Was er bij het uitbreken van de brand niemand in de zaak geweest, dan was er van wat ooit het beroemdste journalistencafé van Nederland was niets meer over geweest.''

Tot begin jaren zestig van de vorige eeuw was `de Nieuwezijds' een Nederlandse Fleetstreet met acht landelijke dagbladen (Algemeen Handelsblad, Het Parool, De Telegraaf, De Tijd, Trouw, De Volkskrant, Het Vrije Volk, De Waarheid), nieuwsagentschappen, fotopersbureaus en één journalistencafé. Amsterdammers konden vierentwintig uur per dag zien hoe de enorme papierrollen werden uitgeladen en hoe achter de ramen de persen draaiden. ,,Toen ik het overnam van Appie Scheltema was dit het beste café van Nederland'', zegt De Lange. ,,Tot de grote klap kwam. Dat was toen de laatste grote kranten uit het centrum van Amsterdam vertrokken. Zesduizend krantenmensen verdwenen uit de binnenstad. Ineens was de sfeer weg.''

Nadat De Lange, die in 1961 bij Scheltema in dienst kwam, het café in 1967 had overgenomen, kwam hij op het onzalige idee de naam om te dopen in Café De Lange. Toen de bestelde letterschilder was aangekomen bij de letter L besloten Rijk de Gooyer en Henk Hofland hem om te kopen en op het raam de naam Wim de Lul te laten aanbrengen. Hofland: ,,We hebben die schilder daar 25 gulden voor betaald.'' Daarna heette het café weer gewoon Scheltema.

Na de teloorgang van de Amsterdamse Fleetstreet werd de reputatie van Scheltema nog even opgehouden door artiesten als Van Kooten en De Bie, Wim T. Schippers, Kraaykamp, De Gooyer et cetera, politici als Gruijters en Van Mierlo, maar ook door schrijvers als Mulisch en Morriën, bikker Haring Arie, schaker Donner en karate-expert Bluming.

Aan de tap bij Scheltema werd de telelens van fotograaf John de Rooy in elkaar geknutseld waarmee hij Beatrix en Claus `betrapte' op de Lage Vuursche. De Rooy verkocht de eerste foto's van het koninklijk paar voor 80.000 gulden. De Lange: ,,Dat was een gigantisch bedrag in die tijd. Want in de journalistiek werd niet veel verdiend. Het was ook niet altijd even leuk. Hoeveel vrouwen van journalisten ik hier niet in het café heb gehad om hun man te halen omdat ze geen geld meer hadden om boodschappen te doen. Ik pofte ze dan maar. Ik heb nog een boel geld tegoed. De poflijstjes van de heren moeten hier nog ergens liggen.''

Reporters van de oude stempel waren stevige drinkers. En bij Scheltema raakte de drank nooit op. Het had ook met de zaktijden van de (ochtend)bladen te maken. De stress afreageren en nog snel even voor zaktijd van de krant een afzakkertje halen bij Scheltema was niet ongewoon. Dat de redacteuren op zo'n avond domweg niet meer op de redactie verschenen evenmin. ,,Er waren dagen dat je snel je stukje maakte om naar Scheltema te gaan'', zegt Hofland. ,,Het was één groot praat- en verhalencafé. Als je naar binnen keek, zag je dat er door die mensen altijd vreselijk veel werd gelachen. Het was voor mij een belangrijke reden om in de journalistiek te gaan. Zo wilde ik ook wel worden.''

De drank, het lawaai, de gekte, De Lange weet dat die tijden in zijn café nooit meer terugkeren. ,,Ik heb het een tijdje moeilijk gehad na het vertrek van de kranten. De herrie was weg, god wat was het vroeger altijd een lawaai. Tegenwoordig zie ik jonge mensen om me heen; die zijn zo stil, zo ernstig. Zo heel af en toe vraag ik me nog wel eens af: waar is het allemaal gebleven?''

    • Marc Serné