Bevroren

Uitspanningen van weleer, hoe handhaven ze zich? Vandaag Panorama Mesdag, een goed geconserveerde kruising tussen een museum en een typisch negentiende-eeuwse attractie.

,,De enorme stilte die als een mateloze koepel over die mensen stond heengewelfd'', schreef Godfried Bomans na zijn bezoek aan Panorama Mesdag in Den Haag. De dichter J.C. Bloem roemde ,,de bovenaardse bekoring'' van de stilte en de Duitse schrijver Alfred Polgar noteerde: ,,Men ziet de stilte.''

Stil is het allerminst als ik op het platform in het midden van het panorama ben aangeland: andere bezoekers geven luidkeels commentaar – ,,Het is echt net echt'' – en na wat Chopin-akkoorden begint een luidsprekerstem tekst en uitleg te geven. In de stroom van gutturale klanken versta ik alleen `Scheveningen' en een tijdje later `Haagse school'. Is dit Arabisch? Het blijkt om een bandje in het Hebreeuws te gaan, maar er zijn ook explicaties in het Russisch, Pools, Koreaans, Hongaars. En Arabisch.

Ondanks alle geluiden – waaronder de edelkitsch van een rollende branding – onderga je een louterende verstilling: de duinen, huizen, boten, golven, paarden en mensen staan haarscherp afgetekend in een bevroren licht. Het lijkt alsof je een kijkdoos bent ingelopen en nu aan dezelfde wetten bent onderworpen als de geschilderde personages. Ook al weet je dat het een doek is waarnaar je kijkt, ook al zie je dat er geen echte diepte in het beeld zit, toch word je, als een kind dat naar een sprookje luistert, even een andere werkelijkheid ingezogen. En dat maakt het panorama veel indrukwekkender dan een state of the art driedimensionale film. Verbeelding zegeviert over natuurgetrouwe afbeelding.

De optische kunstgrepen voor een panorama waren eind achttiende eeuw al gepatenteerd door de Ierse schilder Robert Barker: de toeschouwers moeten op een platform in het midden staan, de onder- en bovenkant van het doek mogen niet zichtbaar zijn en het glazen dak moet door een tentdoek aan het oog worden onttrokken zodat het licht, net als in de werkelijkheid, van alle kanten lijkt te komen.

Later kwam er een neplandschap bij, het faux terrain, dat de overgang van het platform naar het doek vloeiend maakte. Ook werden de ideale afmetingen vastgelegd – vijftien meter hoog en een omtrek van 115 meter – zodat de doeken op tournee konden. Eind negentiende eeuw stonden investeerders in de rij om zo'n attractie te financieren, de `panoramania' was op zijn hoogtepunt. Wereldwijd werden er driehonderd panorama's gebouwd, die samen honderd miljoen bezoekers trokken.

Ook Panorama Mesdag stamt uit die tijd, maar op één punt week het af van de heersende mode: het onderwerp was geen veldslag, kruisiging of exotische stad, maar juist een alledaags tafereel om de hoek: het uitzicht vanaf het Scheveningse Seinpostduin op het vissersdorp en het strand.

In 1886, vijf jaar na de opening, was de hype voorbij en het Panorama Maritime de la Haye, zoals het oorspronkelijk heette, dreigde gesloopt te worden. Hendrik Willem Mesdag, die het panorama als zijn belangrijkste werk beschouwde, kocht de failliete boedel op en zette de exploitatie voort. In 1910 richtte hij een familievennootschap op en daarmee zadelde hij zijn neven en nichten op met de plicht zijn panorama in stand te houden.

Panorama Mesdag is een goed geconserveerde kruising tussen een museum en een typisch negentiende-eeuwse attractie. Buiten Europa maakte het panorama echter een nieuwe bloeiperiode door: om het nationalisme aan te wakkeren lieten landen als Bulgarije, China en Noord-Korea vanaf 1977 panorama's maken van veldslagen. Ook Saddam Hussein deed een duit in het zakje met de slag bij Al-Qadissiyah. Na de omverwerping van zijn regime is het panorama volgens National Geographic volledig geplunderd.

Het vredige Panorama Mesdag wordt door een sluipender gevaar bedreigd: het naastgelegen kantoorpand wordt gesloopt en de gemeente heeft toestemming gegeven voor de bouw van een hoge toren. Die zou een slagschaduw op het doek werpen, een permanente bromtoon in de bevroren stilte.