Afschaffen WW-vervolg is geen slecht idee

Voor veel werklozen verandert door de afschaffing van de vervolguitkering weinig omdat zij toch al kort gebruik maakten van een WW-uitkering, betoogt Jan van Ours.

Iemand die ontslagen wordt heeft onder bepaalde voorwaarden recht op een WW-uitkering. De hoogte en de maximale duur van die uitkering hangen samen met het arbeidsverleden. Op dit moment is dit arbeidsverleden grotendeels fictief en vooral afhankelijk van iemands leeftijd. De eerste periode bedraagt de WW-uitkering meestal 70 procent van het laatstverdiende loon. Iemand met een arbeidsverleden van 4 jaar heeft bijvoorbeeld recht op een loongerelateerde uitkering van 6 maanden hetgeen oploopt tot een maximale uitkeringsduur van 5 jaar bij iemand met een arbeidsverleden 40 jaar.

Tot dusver had iemand hierna recht op een verlengde uitkering gedurende 2 jaar ter grootte van maximaal 70 procent van het minimum loon. Het afgelopen weekeinde heeft het kabinet besloten om deze vervolguitkering af te schaffen voor nieuwe instromers in de WW. Het gekozen tijdstip van de afschaffing is ongelukkig. De werkloosheid stijgt nog steeds en het is op dit moment moeilijker dan het de afgelopen jaren was om snel een baan te vinden. Dat neemt niet weg dat ook in de huidige arbeidsmarkt bedrijven voortdurend behoefte hebben aan nieuw personeel.

De vraag is welke consequenties de afschaffing van de vervolguitkering zal hebben voor individuele werklozen. Het antwoord voor velen is dat weinig zal veranderen omdat ze toch al slechts kort gebruik maakten van een WW-uitkering. Van degenen die na de WW een baan vinden doet 75 procent dat binnen een half jaar. Van de WW-ers in de leeftijdscategorie tot 25 jaar bedraagt de gemiddelde uitkeringsduur ongeveer 3 maanden. Maar ook onder oudere werklozen die langer gebruik zouden kunnen maken van een WW-uitkering is de uitstroom groot. Zo maakt van de WW-ers in de leeftijdscategorie 45-54 jaar 60 procent korter dan 6 maanden gebruik van een uitkering en bedraagt de gemiddelde uitkeringsduur 7-8 maanden.

De diversiteit in het WW-bestand is echter groot. Onder de leeftijdscategorie 55-64 jaar is de uitstroom uit de WW naar een baan gering (ongeveer 20 procent). Er zijn ook jongere werklozen die er lang over doen om een baan te vinden. Uit onderzoek blijkt tevens dat een niet onaanzienlijk deel van de WW-ers bewust weinig solliciteert en/of bewust geen passend werk accepteert. Voor beide overtredingen van de WW-regelgeving geldt dat velen dat meer dan eens heeft gedaan. Bovendien blijkt dat ongeveer een fors deel van de WW-ers deze regels van regelmatig solliciteren en passend werk accepteren onbewust heeft overtreden ook al omdat ze niet of slechts beperkt op de hoogte is van het feit dat er plichten aan hun uitkeringsrecht zijn verbonden.

Zowel de hoogte als de duur van een werkloosheidsuitkering hebben effecten op de intensiteit waarmee werklozen op zoek gaan naar een baan en op hun bereidheid tot het aanvaarden van werk. Uit internationaal vergelijkend onderzoek blijkt dat verschillen in werkloosheidsduur meer samenhangen met de potentiële uitkeringsduur dan met de hoogte van de uitkering. Ook uit ander onderzoek blijkt dat de uitkeringsduur een groot effect kan hebben op het gedrag van werklozen.

In het algemeen daalt de snelheid waarmee werklozen een baan vinden over de duur van de werkloosheid. Hieraan liggen twee factoren ten grondslag. De eerste is een selectieproces. De werklozen met de beste arbeidsmarktkarakteristieken en de meest gemotiveerde werklozen vinden het eerst een baan. Langdurig werklozen hebben daardoor gemiddeld gezien minder gunstige karakteristieken en zijn minder gemotiveerd. De tweede factor is dat werklozen gedemotiveerd kunnen raken als ze langer werkloos zijn of gestigmatiseerd raken waardoor werkgevers ze niet snel in dienst zullen nemen. Wanneer de werkloosheidsuitkering zijn einde nadert neemt de uitstroomsnelheid vaak fors toe. Dit patroon van pieken in de uitstroomsnelheid tegen het einde van de uitkeringsduur suggereert dat werklozen wel degelijk enige invloed hebben op de snelheid waarmee ze een baan vinden.

Voor de WW-ers die er lang over doen om een baan te vinden kan het afschaffen van de vervolguitkering daarom een stimulans zijn tot het sneller vinden van een baan. De afschaffing van de vervolguitkering is zeker op korte termijn minder dramatisch dan op het eerste gezicht lijkt. Voor oudere werklozen met een slechte arbeidsmarktpositie is er sprake van een lange overgangsperiode. Wie vorige week recht had op 5+2 jaren WW-uitkering heeft vanaf deze week recht op 5 jaren uitkering. Dat is een forse verkorting maar wel een die de mogelijkheid biedt om hier bijtijds rekening mee te houden.

Voor veel werklozen zal de afschaffing van de vervolguitkering geen gevolgen hebben omdat ze toch al snel een baan vinden. Voor degenen die er anders wat langer over zouden doen om een baan te vinden is er een ruime aanpassingsperiode om zich op de nieuwe situatie in te stellen. Derhalve is afschaffing van de WW-vervolguitkering niet zo'n slecht idee.

Prof.dr.ir. J.C van Ours is hoogleraar arbeidseconomie aan de Universiteit van Tilburg.