Webadres heeft zijn glans verloren

De coordinatie van de namen van miljoenen websites is in handen van de Internet Corporation for Assigned Names and Numbers, ICANN. Technici, politici en bedrijfsleven hebben er allemaal kritiek op, maar Hans Kraaijenbrink, tot voor kort bestuurslid, vindt dat ICANN het goed doet.

Ook internet kent z'n A-locaties. Een duidelijke domeinnaam is voor een website hetzelfde als een pand in de Kalverstraat voor een winkel. Wie kaartjes voor het theater zoekt, gaat eerder naar www.theater.nl dan naar www.xs4all.nl/~gebruiker/kaartjes. Het belang van een `mooi' internetadres neemt echter af, zegt Hans Kraaijenbrink. Zoekmachines vinden de informatie toch wel. ,,Je kunt je afvragen hoe belangrijk een domeinnaam nog is in een wereld waarin je alles kunt vinden met Google.''

Kraaijenbrink was tot voor kort, simpel gesteld, één van de `bazen' van internet. Van oktober 1998 tot juni 2003 was hij, naast zijn baan als manager bij KPN, bestuurslid van de Internet Corporation for Assigned Names and Numbers. ICANN coördineert het beleid op het gebied van domeinnamen. De internationale organisatie ziet toe op de uitgifte van domeinnamen en voorkomt dat sites hetzelfde adres krijgen toegewezen. ICANN beheert het root server system (het centrale adresboek van internet), introduceert nieuwe domeinextensies en bemiddelt bij conflicten.

ICANN heeft de verantwoordelijkheid voor miljoenen websites. Deze zijn te verdelen in adressen die eindigen op een generieke, wereldwijde code, zoals .com, .net en .org, en adressen met een landencode, zoals .nl, .be en .uk. Generieke domeinnamen zijn beschikbaar voor iedereen. De website Whois.net schat het aantal generieke domeinen op 33 miljoen, waarvan 24 miljoen .com, 4 miljoen .net en 2,6 miljoen .org (juli 2003). Namen met een landencode mogen in principe slechts worden gebruikt door inwoners van het land; .nl is voor Nederlanders, .be voor Belgen en .uk voor Britten. Er zijn volgens de Stichting Internet Domeinregistratie Nederland ongeveer 912.000 sites actief in Nederland. In België zijn er circa 267.000 (DNS.be).

Het aantal domeinnamen in Nederland stijgt, onder meer doordat particulieren sinds januari .nl-domeinen mogen registreren. Bedrijven en instellingen konden dat altijd al. Het aantal generieke domeinnamen neemt echter af, van 36 miljoen in 2001 naar 33 miljoen dit jaar. De daling zou onder meer komen doordat internetbedrijfjes domeinnamen die zij hebben gereserveerd voor toekomstig gebruik, hebben vrijgegeven. Deze `domeinnaamkapers' claimden mooie adressen met de bedoeling ze later voor veel geld te verkopen. Dat was tot een aantal jaren terug een lucratieve handel. In 1999 werd bijvoorbeeld het adres business.com verkocht voor 7 miljoen euro. Maar toen barstte de dotcom-luchtbel. Niemand wilde meer miljoenen euro's investeren in een `mooie' domeinnaam.

Tot zijn vertrek deze zomer heeft Hans Kraaijenbrink als lid van de board of directors van ICANN deze ontwikkelingen de afgelopen vijf jaar van nabij meegemaakt en mede vormgegeven. Op een zonnig terras op de Markt in Delft blikt hij terug op zijn werk voor de domeinorganisatie. Een roerige tijd, erkent hij. Zijn organisatie is al jaren veelvuldig het doelwit van forse kritiek. Technici vinden dat ICANN zich te veel bezighoudt met organisatorische procedures en te weinig met de techniek van internet. Politici vrezen voor te veel of juist te weinig invloed op het beleid. En het bedrijfsleven bemoeit zich ook volop met het beleid van de domeinorganisatie.

,,Sommige ondernemingen oefenen zware druk uit op ICANN om meer domeinextensies in te voeren,'' zegt Kraaijenbrink. De reisbranche wil de generieke code .travel, Nokia en andere telecombedrijven willen .mobile. Andere multinationals daarentegen vrezen misbruik van hun merknamen. Coca Cola bijvoorbeeld wil niet dat iemand aan de haal gaat met cocacola.com of cocacola.biz. De extensie .biz, speciaal voor bedrijven, is één van de zeven generieke codes die ICANN eind 2000 introduceerde. Voor particulieren is er .name, voor de luchtvaart .aero en voor professionals als artsen en juristen .pro. De nieuwe codes hebben wisselend succes: .biz is redelijk populair, .name en .pro (nog) niet. Volgend jaar wordt waarschijnlijk de nieuwe `landencode' .eu actief. Europese webgebruikers kunnen dan sites registeren als www.parlement.eu en www.news.eu.

De politieke discussie betreft de zeggenschap binnen ICANN. De organisatie valt officieel onder het Amerikaanse ministerie van Handel. In 1998 besloot de toenmalige president Clinton dat het domeinbeheer moest worden ondergebracht bij een zelfregulerende organisatie, die op termijn los moest komen te staan van de Amerikaanse overheid.

Tot dan werden domeinnamen beheerd door één medewerker van een universiteit in Californië. Eerdere pogingen om een internationale domeinorganisatie op te richten waren mislukt.

De Amerikaanse overheid heeft een contract met ICANN dat ieder jaar in september wordt verlengd. Het ministerie van Handel kan iedere beslissing van ICANN blokkeren. ,,Maar dat is in de praktijk nog nooit gebeurd,'' aldus Kraaijenbrink. Desondanks kunnen de VS tot op zekere hoogte bepalen wat er op internet gebeurt. ,,Met name vanuit Europa wordt met argusogen gekeken naar de eindbevoegdheid van de Amerikaanse regering.''

Sommige Amerikaanse politici daarentegen willen dat de VS juist meer invloed krijgen op ICANN. Het belang van internet voor de Amerikaanse samenleving en het gevaar van een massale terroristische cyberaanval zouden te groot zijn om het beheer van domeinnamen aan een semi-onafhankelijke organisatie over te laten. Bovendien zou ICANN de belangen van Amerikaanse domeinregistratiebedrijven niet goed beheren. Twee Democratische afgevaardigden hebben in juni een wetsontwerp ingediend om de domeinorganisatie te veranderen in een federaal adviescomité.

Dergelijke geluiden klonken ook deze maand tijdens een hoorzitting op 1 augustus voor de Amerikaanse Senaat waar de contractverlenging met ICANN werd besproken. De domeinorganisatie zou niet snel genoeg hervormingen doorvoeren om de organisatie transparanter en stabieler te maken.

Hans Kraaijenbrink maakt zich geen zorgen over de kritiek die (geregeld) klinkt vanuit het Amerikaanse Congres. Hij vertrouwt erop dat de Verenigde Staten op termijn bereid zullen zijn de macht over ICANN te delen met andere landen. Tijdens een ICANN-bijeenkomst in Montreal in juni werden voorstellen aangenomen om de besluitvorming binnen ICANN helder te maken en een stabiel bestuur te installeren. ,,Er staat nu een goede structuur,'' zegt Kraaijenbrink.

ICANN heeft de directe representatie afgeschaft. Tot voor kort werd een aantal bestuursleden rechtstreeks gekozen via internetverkiezingen. Zo kwam een Duitse hacker in het bestuur en was het aantal Japanse deelnemers aan de verkiezingen oververtegenwoordigd. Nu kiezen de aangesloten organisaties, waaronder domeinregistratiebedrijven, het bestuur.

ICANN besloot verder dat de staf wordt vergroot van 8 naar 20 mensen en dat het budget, grotendeels afkomstig van registratiebedrijven, stijgt van 6 miljoen dollar vorig jaar naar 8 miljoen voor dit en volgend jaar. Kraaijenbrink ziet op termijn een model voor zich waarin het ICANN-bestuur functioneert als raad van bestuur en het reeds bestaande adviesorgaan van landen (governmental advisory committee) meer macht krijgt en de rol vervult van raad van commissarissen.

ICANN maakte in Montreal tevens afspraken over hoe het beleid voor landendomeinen moet worden gemaakt. Privacy is daarbij een belangrijk aspect. ,,Wij hebben voldoende zekerheden ingebouwd dat via ICANN nooit het Amerikaanse privacybeleid aan andere landen kan worden opgelegd,'' zegt Kraaijenbrink. Providers in de VS gaan vrijer om met gegevens van hun klanten dan Europese.

Kraaijenbrink noemt dit een belangrijke verdienste van ICANN. ,,Maar ICANN heeft er bijvoorbeeld ook gezorgd voor meer concurrentie bij de registratie van domeinnamen. Vroeger kostte het registreren van een .com-domein 35 dollar per jaar. Nu is dat rond de 3,50 dollar.''

En dan is er nog de nieuwe geschillenregeling. ICANN heeft onder meer WIPO (World Intellectual Property Organization) aangewezen om conflicten op het gebied van generieke domeinnamen op te lossen. De stad Barcelona bijvoorbeeld stapte onlangs naar WIPO om de domeinnaam barcelona.com terug te krijgen van het Amerikaanse bedrijf Bcom. WIPO stelde de Spaanse stad in het gelijk. Wie nu barcelona.com intikt, komt bij toeristische informatie van de stad Barcelona.