`Wat in Nederland niet lukt, kan hier wel '

Een Marokkaan die terugkeert naar Marokko zet er meestal een huis neer van zijn spaargeld, en dat is het dan. Maar langzaam gaan ook echte ondernemers van Nederland naar Marokko.

,,In plaats van te hopen op de kruimels in Nederland kan ik hier in Marokko een flinke hap van de koek nemen,'' zegt Yitrib Akarini. Hij zit op de stoep van zijn bedrijf in zonneboilers in Tanger. In juni openden zijn Nederlandse vriendin en hij hun bedrijf, amper twee maanden later zijn ze al bijna uit de kosten. Zonne-energie in Marokko – dit zou weleens de miljardenbusiness kunnen worden waar de gewezen accountant altijd van heeft gedroomd. En dat met zo'n klein bedrijfje. ,,In Nederland is het onmogelijk om voor een ton euro zo'n bedrijf op te zetten, hier kan het wel.''

Een zee van boilers op de daken van huizen, hotels en pensions in Turkije bracht Akarini (28) en diens vriendin Romana Letschert in de vakantie op het idee. En ook al ligt het zo voor de hand in het zonnige Marokko, nader onderzoek leerde Akarani dat zonne-energie nauwelijks wordt benut in zijn geboorteland. Toen uit marktonderzoek ook nog eens bleek dat hij in heel Tanger maar één concurrent had, nam hij ontslag bij het accountantsbureau in Amsterdam, ging een joint-venture aan met een Turks bedrijf en maakte na anderhalf jaar de overstap.

Terwijl de bedrijven van zijn Marokkaanse collega's er onverzorgd bij liggen, zitten de vriendin, een broer en een salesmanager achter de computers te werken in een Hollands-strak ingerichte bedrijfsruimte. Op de toonbank brochures in verschillende talen, waaronder Nederlands. Op de stoep een modelboiler, zodat belangstellenden ter plekke de werking ervan kunnen uitproberen.

Marokkaanse gastarbeiders laten in hun geboorteland meestal slechts huizen bouwen voor hun oude dag of ze beginnen hooguit een kruidenierswinkeltje bij hun terugkeer. Maar tegenwoordig investeren steeds meer Marokkaanse jongeren in gespecialiseerde bedrijven, zo blijkt uit een analyse van stichting Intent, die migranten-ondernemers bij hun terugkeer begeleidt. Sommige ondernemers zijn zelfs in Nederland geboren, aldus M. Joosten, een van de twee Marokko-coördinatoren van Intent in Den Haag. Tot nu toe hebben 480 Nederlandse Marokkanen een informatiepakket aangevraagd over het opzetten van een bedrijf in Marokko. De laatste tijd zijn het vooral jonge ICT'ers die zich willen oriënteren op het land van hun ouders.

Enkele tientallen hebben cursussen gevolgd bij Intent – hoe een ondernemingsplan op te stellen, een marktonderzoek te verrichten of een bedrijf te managen. Velen zijn afgehaakt en hebben de grote stap uiteindelijk niet durven zetten. ,,Uit angst voor de sociale en economische onzekerheid'', zegt Joosten.

Zeven ondernemers, onder wie Akarini, hebben die stap wel gezet. ,,In Nederland zijn ze een van de velen, daar vaak de eersten'', zegt Joosten. Intent werd opgericht op aandringen van Nederlandse ambassades in de herkomstlanden. Nederlandse vertegenwoordigers werden steeds vaker geconfronteerd met remigranten die al hun spaargelden hadden verloren, doordat ze zich onvoorbereid in zakelijke avonturen hadden gestort. Intent is geen verkapte poging om migranten te lozen, onderstreept Joosten. Teruggekeerde ondernemers behouden al hun rechten in Nederland, ze kunnen komen en gaan wanneer ze willen.

Akarini denkt niet aan terugkeer naar de polder. Hij is druk met een offerte voor de Marokkaanse overheid: 80.000 euro. Als die opdracht binnen is, heeft hij het break even point van zijn investering bereikt. De economische activiteit in Tanger neemt zienderogen toe. Om de economie te stimuleren heeft de almachtige koning grote hasjhandelaren vrijgelaten, waardoor de grote bouwprojecten, die al die jaren stilstonden, nu worden afgemaakt.

Nederlandse Marokkanen met ondernemingszin kunnen rekenen op de belangstelling van talloze instanties, in Nederland en tegenwoordig ook in Marokko. Omdat Marokko zwaar afhankelijk is van de harde valuta die de migranten uit Europa binnenbrengen, en multinationals hier nauwelijks investeren, worden zakelijk ingestelde Marokkanen door verschillende instanties gestimuleerd en gesteund. Zo heeft de overheid in verschillende steden Guichet Unique opgericht om de ondernemers te vrijwaren van de tijdrovende bureaucratie. En in de eerste acht jaar na hun start genieten buitenlandse Marokkanen enorme belastingvoordelen. Vanuit Nederland krijgen ze steun van een werkgroep van de Rotterdamse Kamer van Koophandel en van Intent.

Ook de Kamer van Koophandel van Tanger grijpt de zomervakantie aan om migranten met zakelijke ambities tot investeringen aan te moedigen. Op een bijeenkomst van le chambre de commerce valt de Moustapha Mamnouh (32) meteen op. Met zijn hippe spijkerbroek, rode T-shirt, lange haren en sandalen aan zijn voeten valt de Amsterdamse kapper uit de toon bij de andere `buitenlandse' Marokkanen. Een dozijn directeuren en voorzitters van overheidsinstanties en banken geven voorlichting over de `grenzeloze' moeilijkheden bij het opzetten van een eigen bedrijf in hun vaderland. Zo'n vijftig oudere mannen in djellaba's, jongeren in pakken en enkele vrouwen in mantelpakken uit allerlei Europese landen zijn komen opdagen. Mamnouh, die nauwelijks Arabisch verstaat, kan de voordrachten in het Arabisch haast niet volgen. ,,Volgens mij hadden ze het over de watervoorzieningen en nog wat'', zegt hij zuchtend in de pauze.

Geïnspireerd door zijn Amsterdamse vriend Akarini gebruikt Mamnouh de zomer om zich te oriënteren op de Marokkaanse markt. Een volautomatische wasstraat voor auto's zou zijn doorbraak hier kunnen zijn. Volgens Mamnouh spuiten ze in Marokko auto's slechts schoon, maar gewassen worden ze niet. Net als Akarini zegt Mamnouh niet te handelen uit vaderlandsliefde. Hij wil een grote klapper maken. En dat is in Nederland, waar alles al bestaat, haast onmogelijk, zegt hij.

Voor ondernemer Mohammed E. stonden ook de financiële aspecten voorop toen hij als eerste ondernemer met bemiddeling van Intent zo'n twee jaar geleden een kunststofkozijnen-handel opzette in Berkane, in het noordoosten. Hij liet een bedrijfsruimte met een hoog plafond bouwen, zodat zijn medewerkers konden `ademen' als ze werkten. En een kantine, waar ze konden schaften. Hij werd keihard in zijn gezicht uitgelachen, voor gek verklaard. Zóveel geld uitgeven aan zulke onbenullige dingen, zeiden ze. ,,Ik wilde ze laten zien dat je ook anders met je mensen kunt omgaan. Met respect.''

Ondertussen is het doek al bijna gevallen voor de kunststofkozijnenhandelaar die in dit artikel anoniem wil blijven. Hij heeft zich verkeken, zegt hij, op de Marokkaanse mentaliteit. ,,Afspraken, dat kennen ze hier niet. Zelfs koopcontracten lappen ze aan hun laars. En als ze wel kopen, betalen ze veel te laat of gewoon nooit. Ambtenaren liggen net zolang dwars totdat je ze een beetje poen toestopt.''

Maar bovenal kwijnde zijn gezin weg hier in Berkane. Zijn kinderen hebben Marokko al gillend verlaten. Ze konden niet aarden, maakten geen vrienden en werden op school geslagen door leerkrachten. Ze willen niet een meer voor de vakantie komen. Hij zoekt nu een koper voor zijn bedrijf, anderhalve ton euro van hem in zit. ,,Ik zei altijd tegen mijn vrouw: hier in Nederland zijn we arbeiders, in Marokko kunnen we eigen baas zijn. Intussen weet ik beter. ,,Het is een dure les geweest, maar ik zal tenminste niet meer rondlopen met de vraag in welk land ik thuishoor.''

    • Ahmet Olgun