Overbekende, geweldige Stones

Skaters, studenten, voetbalsupporters, shag rokende oma's, vaders met kinderen, havenbaronnen, krantenverkopers, boeren en buitenlui; van de oude fan die voor de twaalfde keer kwam kijken tot de computernerd die Start Me Up leerde kennen als tune van zijn software – ze waren er allemaal, gisteravond bij het eerste optreden van de Rolling Stones in de Kuip in Rotterdam. Iedereen tussen de tien en zeventig had zich bedacht dat dit misschien de laatste kans is om ze in levende lijve te zien spelen.

En wat kregen ze? Een twee uur durende verzameling greatest hits, uitgevoerd in een sober decor. Zonder `thema' zoals bij eerdere tournees, waar de titel van een nieuwe cd werd gebruikt om het podium vorm te geven, zoals de bruggen bij de Bridges to Babylon-tour (1999), of de voodoo lounge ten tijde van Voodoo Lounge ('95). Bij de Licks-concerten draait alles om de gloriedagen, oftewel de hits uit – vooral – de jaren zeventig.

In het snikhete stadion, onder een paars invallende schemering, maakte de groep een overrompelende entree. Het is een oude truc, maar niet te overtreffen: Keith zet één stap op het toneel en speelt zonder omhaal de openings-riff van Brown Sugar. De rest van de band, dicht bij elkaar op het immense podium, valt hem bij. En even, kijkend door je oogharen, zie je niet vier verweerde oudere mannen, maar een gretige jonge band die zieltjes moet winnen.

Het gedeelte hierna (met You Got Me Rocking, It's Only Rock 'n' Roll, Wild Horses en het nieuwe Don't Stop) verliep stroef. Het publiek was afwachtend, de pauzes duurden lang en de uitzwermende muzikanten leken wat verloren. Dan zijn de formele Nederlandse begroetingen van de in roze en wit fladderende Jagger ook geen uitkomst. Pas toen Paint It Black werd ingezet en Charlie Watts een harde stampende beat speelde, trok er een huiver van opwinding door de 52.000 man publiek. Daarna speelden ze lijfliederen als Tumbling Dice, Street Fighting Man, Sympathy For The Devil (niet als samba maar met disco-drums), en Keith kreeg zijn eigen twee liedjes om te zingen (waaronder als altijd Happy). Mooi was de uitloop naar het kleine ronde podium in het midden van het veld. Daar speelde de groep in kernbezetting (plus bassist Daryll Jones en pianist Chuck Leavell) het laatste gedeelte van het concert, alsof ze in een intiem café stonden.

Jagger was koket, maar niet zo maniakaal gedreven als hij vroeger kon zijn. En al wisselde hij een paar keer van blouse, ook daarin was hij minder extravagant. Er kwam maar een enkel gek hoedje voorbij. Zo werd Keith Richards nu blikvanger, met zijn glimmende ceintuur, hoofdtooi van kralen en veren, en sjaaltjes. Maar Keith leek er gisteravond niet helemaal bij. Iets te vaak zei hij dat het allemaal `so great' was in Rotterdam, en hoewel de riffs scherp klonken, gooide hij halverwege een solo soms zijn plectrum weg om daarna verontschuldigend kijkend weg te lopen.

Het blijkt een wisselend genoegen om een avond lang hits voorgeschoteld te krijgen. Enerzijds is het geweldig de een na de ander langs te horen komen. Aan de andere kant ontbreekt daardoor de verrassing van een onontdekt juweel – alles is overbekend. Maar dan, als na een stuk of twintig evergreens de openingsnoten van Satisfaction klinken, kun je niet anders dan met grote dankbaarheid bedenken: Oh ja, ook dié nog.

Concert: Rolling Stones. Gehoord: 11/8 Feijenoord Stadion, Rotterdam. Herhaling: vanavond aldaar, tournee t/m 20/8. Directe live-uitzending op tv: 20/8.