Jong bloed redding voor springsport

De springruiters presteren ondermaats. De kansen op medailles bij de Europese kampioenschappen zijn klein. Voor de Spelen van 2004 in Athene moet de aansluiting bij de wereldtop weer hersteld zijn.

De Nederlandse springruiters hebben tot nu toe teleurstellend gepresteerd in de Super League. Na zes wedstrijden staan ze zesde in het klassement, op ruime achterstand op de Fransen en Ieren, die aan de leiding gaan. Ook bij de Europese kampioenschappen, die over tien dagen in het Duitse Donaueschingen beginnen, mag het verjongde Nederlandse kwartet zich niet rekenen tot het groepje landen met medaille aspiraties. Toch kan Nederland in de twaalf maanden die resten tot Athene weer aansluiting vinden bij de wereldtop, is de mening van bondscoach Bert Romp.

Een jaar voor de Olympische Spelen in 2000 werd Albert Voorn met Lando op een nationaal springconcours met hindernissen van 1,35 meter nog gediskwalificeerd voor drie weigeringen. In Sydney won de combinatie zilver. Ludger Beerbaum, Rodrigo Pessoa en Alexandra Ledermann, de favorieten voor eremetaal, stonden met lege handen. Jeroen Dubbeldam, Voorn en Khaled Al Eid, ruiters die niet eens tot de outsiders werden gerekend laat staan tot de kanshebbers, verdeelden onverwacht de medailles.

Jan Tops met Grande Dame, Wim Schröder met Berlin en Gert-Jan Bruggink met Joel zijn drie combinaties die zich in het pre-olympische jaar bij een uitgebalanceerde voorbereiding tot topcombinaties kunnen ontwikkelen. Maar er hoeft niets te gebeuren of het gaat fout. Olympisch kampioen Dubbeldam met De Sjiem is daarvan een sprekend voorbeeld. Na zijn overwinning in Sydney won hij een jaar later de meest prestigieuze Grote Prijs, die van Aken, maar daarna ging het mis. Eerst bij de wereldkampioenschappen in Jerez, waar hij door een blunder na een sprong over de sloot een weigering opliep. Dit jaar wilde Dubbeldam `pieken' bij de Europese kampioenschappen, maar een sluimerende ontsteking aan een spier, die een paard alleen gebruikt als het springt, kwam te laat aan het licht, waardoor dit seizoen verloren is gegaan. Mocht binnenkort blijken dat De Sjiem weer fit is, dan kan Dubbeldam zijn marsroute gaan bepalen richting Athene. Anders kan De Sjiem genieten van zijn pensioen in de grazige weiden van Weerseloo.

Ruiter en paard moeten perfect op elkaar zijn ingespeeld. Voor vele puristen in de sport is het rijden van Gert-Jan Bruggink met Joel een gruwel. Maar dit paard werd bij Bruggink geboren en zij hebben elkaar in de twaalf jaren die Joel nu telt door en door leren kennen. Die eenheid, ondanks de schijnbare hectiek, is de basis van hun succes en als Joel net zo gezond blijft als hij nu is kan die eenheid zich alleen maar verder ontwikkelen.

Jan Tops, die in 1985 al zijn eerste EK reed en volgend jaar in Athene zijn vijfde Olympische Spelen kan meemaken, heeft in Grande Dame en in Roofs twee absolute cracks. Beide paarden worden, net als zijn vroegere toppers, door Tops zeer zorgvuldig gemanaged, waardoor hij steeds weer een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de klasseringen van de Nederlandse equipe op internationale kampioenschappen. Wim Schröder, een nuchtere boerenzoon uit Twente, heeft twee paarden tot zijn beschikking die alleen nog maar verder kunnen rijpen. De schimmelhengst Berlin en de bruine Montreal zijn paarden die dit jaar hun waarde hebben bewezen in de Nederlandse equipe.

,,Er is dus absoluut geen enkele reden om te wanhopen nu we dit jaar minder presteren dan verwacht in de Super League'', zegt Bert Romp, de bondscoach van het Nederlandse team. Volgens Romp moeten we dit jaar meer zien in het kader van een overgang van generaties. ,,Ik heb voor de Europese kampioenschappen op Tops na alleen maar debutanten op een EK in het team: Wim Schröder, Gert-Jan Bruggink en Leopold van Asten. We hebben lang geprofiteerd van ruiters als Emile Hendrix, Piet Raymakers en Albert Voorn. Die generatie krijgt het steeds moeilijker om de oprukkende jonge garde uit het team te houden en nu moeten we tot de conclusie komen dat hun tijd voorbij lijkt'', aldus Romp.

Kijkend naar de combinaties op wie de bondscoach volgend jaar in Athene wil kunnen rekenen, moet worden vastgesteld dat er een contingent jonge talenten staat te trappelen. Naast routinier Tops met Grande Dame en de dit jaar zijn talent bevestigende Bruggink met Joel lijkt ook Wim Schröder met twee paarden een mogelijkheid waarover amper discussie kan ontstaan. Broer Gerco Schröder heeft in Monaco een topper en ook Leopold van Asten verdient het om zich met Think Twice II te ontwikkelen. Datzelfde geldt voor een nu nog wisselvallig presterende Albert Zoer, die in Lowina misschien wel het beste paard van Nederland heeft. Daarnaast heeft Jeroen Dubbeldam in het verleden bewezen samen met De Sjiem de zwaarste hindernissen foutloos te kunnen overwinnen. Ook zij moeten nog steeds tot de kerngroep van Romp worden gerekend.

,,Hoe goed het in potentie een jaar voor de Spelen ook lijkt, steeds weer is overal en altijd gebleken dat we voor ieder kampioenschap opnieuw beide handen mogen dichtknijpen wanneer we vier combinaties overhouden'', zegt Romp. Volgens hem kan er zoveel misgaan. ,,We hebben met acht levende wezens te maken die in Athene allemaal op hun scherpst moeten zijn. Dat via een uitgekiend wedstrijdschema te bereiken , is een enorme uitdaging.''

Toch moet het voor de Nederlandse springsport een geruststellende gedachte zijn dat één van de oorzaken in het verleden van tegenvallende prestaties van de Nederlandse ruiters op kampioenschappen is weggenomen. De eigenaren van de paarden denken er nu niet over hun paarden te verkopen. ,,De tijd dat de springpiste werd gebruikt om paarden in de etalage te rijden lijkt voorbij en dat is een enorme zorg minder. We hebben nu met topsporters als ruiters te maken en niet meer met handelaren die sportief willen presteren'', luidt de mening van de bondscoach. Met de generatiewisseling heeft er ook een mentaliteitsverandering plaats gevonden, en daar moet in het Olympische jaar, 2004, ten volle van geprofiteerd worden.