Grootste partij Estland tegen EU

De grootste partij van Estland heeft zich tegen het lidmaatschap van de Europese Unie uitgesproken, één maand voordat de Esten daarover naar de stembus gaan.

Een maand voor het referendum over de toetreding van Estland tot de Europese Unie heeft de grootste partij van het land de knuppel in het hoenderhok gegooid: zondag stemden de afgevaardigden op het partijcongres van de Eesti Keskerakond, de Estse Centrumpartij, met 341 tegen 235 stemmen tegen het Estse lidmaatschap van de EU.

Het was een verrassing, zelfs voor de leiders van de centrum-linkse Centrumpartij, die bij de laatste parlementsverkiezingen, in maart, goed was voor 25,4 procent van de stemmen en 28 van de 101 parlementszetels. Partijvoorzitter Edgar Savisaar, populist, ex-premier en enfant terrible van de Estse politiek, had zich op het partijcongres uitgesproken voor een `neutrale' resolutie: de Centrumpartij moest haar aanhangers vrij laten bij het referendum van 14 september zelf te beslissen of ze voor of tegen toetreding tot de EU wilden stemmen. Maar hij zelf had in diezelfde toespraak wel heel duidelijk de weg naar een tegenstem gewezen, door de Europese Unie te vergelijken met die andere unie, de Sovjet-Unie, waar de Esten zich net met zoveel pijn en moeite aan ontworsteld hebben. ,,Ik zou de waarschuwing dat we van de ene unie komen en naar de andere unie gaan geenszins een holle frase willen noemen. Ik zie zeker bepaalde parallellen en overeenkomsten tussen de vroegere Sovjet-Unie en de Europese Unie'', zo had hij het congres voorgehouden. Op 14 september ,,stort Estland zich in het ongewisse.''

De Centrumpartij is niet eensgezind: ten slotte stemden er 235 afgevaardigden tegen de resolutie. Peeter Kreitzberg, door Savisaar verslagen in de strijd om het partijvoorzitterschap, leidt binnen de partij de voorstanders van toetreding tot de EU. Hij wees er op dat de resolutie niemand bindt, want ,,elk individu is vrij [op 14 september] te stemmen zoals hij wil''.

Niettemin, in het eurosceptische Estland is het negatieve stemadvies van de grootste partij van het land niet zonder belang. De reactie bij de andere politieke partijen was navenant: verbazing en boosheid. Premier Juhan Parts, die deze zomer stad en land afloopt om de Esten tot een `ja tegen Europa' te bewegen, vond de vergelijking tussen de Sovjet- en de Europese Unie ,,onmogelijk serieus te nemen'', want ,,de Sovjet-Unie was een unie van slaven in de letterlijke zin van het woord, en de Europese Unie is een unie van vrije naties die beoogt alle Europeanen op broederlijke wijze te verenigen''. Hij was kwaad op de Centrumpartij, omdat die ,,om binnenlands-politieke redenen ingaat tegen de pogingen van de Esten in de afgelopen tien jaar.'' President Arnold Rüütel riep de Esten op ,,niet in paniek te raken'' en ,,geen fatale fouten te maken''.

In de peilingen heeft het er in Estland steeds om gespannen: tot voor kort schommelde het percentage voorstanders van toetreding tot de EU lang rond de vijftig. Angst voor de macht van verre Brusselse bureaucraten, voor minder soevereiniteit, voor hogere prijzen, voor buitenlandse arbeiders die naar Estland zouden komen speelde een grote rol. Estland is een klein land en de Esten voelen zich kwetsbaar. Daar kwam nog bij dat er een groot tekort aan informatie bestaat over wat de EU eigenlijk is, wil en doet.

Tot eind juni hielden 's lands regeerders zich op de vlakte: ze wilden noch voor, noch tegen de EU campagne voeren. Maar toen het percentage voorstanders maar niet wilde stijgen, gooiden ze eind juni het roer om. In een gezamenlijke verklaring pleitten president Rüütel, premier Parts en parlementsvoorzitter Ene Ergma opeens luid en duidelijk voor de toetreding. Een nee tegen Europa komt neer op een ,,zware slag'' voor Estland, zo vonden ze. Ze repten van een ,,veiligheidsvacuüm'' waarin Estland terecht zou komen, en van een ,,serieuze tegenslag voor de economie''. Zelfs de taal werd erbij gehaald, want als het Ests een van de officiële talen van de EU wordt, zal dat bijdragen tot haar behoud.

Het hielp: binnen een maand steeg het percentage voorstanders van toetreding met zeven procentpunten, tot 62, en daalde het percentage tegenstemmers, eveneens met zeven procentpunten, tot 38. Maar toen moest de Centrumpartij nog aan het woord komen.