De weemoedige kijk op het Nederlandse landschap

Een golf van weemoed overspoelt Nederland. Overal zijn de laatste jaren wijkjes met jaren-dertig-huizen verrezen en de Luxemburgse neotraditionalist Rob Krier ontwerpt het ene nieuwe vestingstadje na het andere. `Retro' wordt dit fenomeen in architectuur en stedenbouw vaak genoemd. Architectuurtijdschriften hebben er tot nu toe weinig aandacht aan besteed. Als ze er al over schrijven, dan meestal in woorden die de `retro'-architectuur bestempelen tot goedkope kitsch, die voldoet aan een benepen verlangen naar een verleden zoals het nooit is geweest.

Maar voor de redactie van S&RO, het tijdschrift van het Nederlands Instituut voor Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting (NIROV), is het verschijnsel belangrijk genoeg om serieus te nemen en een heel themanummer aan te wijden. Weemoed is tegenwoordig onontkoombaar, staat in het `redactioneel', het is de dominante trek van de tijdgeest. Vervolgens wordt het verschijnsel in een stuk of tien artikelen van verschillende kanten belicht. Zo laat S&RO-redacteur Fred Feddes zien wat Geert Mak in zijn weemoed-epos Hoe God verdween uit Jorwerd allemaal nìet vermeldde over dit Friese dorp. ,,Afkeer, spot en oneerbiedigheid'' komen in Maks boek bijvoorbeeld niet voor, stelt Feddes vast: ,,De achterlijke en hilarische keerzijde van het dorpsleven blijft onderbelicht.''

Van één opvatting over het verschijnsel is geen sprake in het weemoed-nummer van S&RO. Verschillende artikelen laten een worsteling met het fenomeen zien. In De weemoedige manier om het landschap te lezen schrijft Feddes, samen met de landschapsarchitect Dirk Sijmons, dat de weemoedige blik op Nederland samen gaat met onverschilligheid tegenover veranderingen in het landschap. Dit laatste leidt dan weer tot ,,berusting in een eventueel ondermaatse kwaliteit van het nieuwe. Waarmee in een variant op de Verelendungs-theorie het gelijk van de weemoedige blik telkens kan worden bevestigd.''

In Vlucht uit de werkelijkheid bestempelt Cor Wagenaar weemoed tot `luxe'. Het is alsof hij zijn stuk heeft geschreven in de gouden jaren van de netwerkeconomie. Zoals alles is `weemoed' een consumptieartikel geworden, aldus Wagenaar, die schrijft alsof de neomarxist Theodor Adorno uit zijn graf is opgestaan.

,,Het past in de comfortabele illusie van de nieuwe economie, die virtueel is en niet door crises aan de harde werkelijkheid van de `age of necessity' wordt herinnerd.''

Als Wagenaar gelijk heeft, zou het einde van de weemoed nu alweer in zicht moeten zijn: de laatste twee jaar is een recessieloze interneteconomie tenslotte écht een illusie gebleken. Maar getuige het succes van Krier en al zijn plannen die de komende jaren in Nederland zullen worden uitgevoerd, gaat weemoed in de (landschaps)architectuur en stedenbouw juist een gouden toekomst tegemoet. ,,Blijkbaar willen sommige mensen iets anders dan een strakke, moderne woning'', schrijft de econoom Arjo Klamer dan ook in zijn bijdrage. Of, zoals Jan Schuur in zijn artikel Geen weemoed, maar deemoed schrijft: ,,In wezen gaat het [bij weemoed] om een latent maatschappelijk onbehagen over de manier waarop ons land wordt vormgegeven.''

S&RO nummer 3 `Weemoed'. Prijs €15,-. Te bestellen bij NIROV, tel. 070-3028414 of e-mail nirov@nirov.nl