Aanslagen Israël: twee doden

Bij twee aanslagen in Israël en op de Westelijk Jordaanoever zijn vandaag twee Israëliërs omgekomen en zeker twaalf mensen gewond geraakt. Met de zelfmoordacties is de betrekkelijke kalmte, die heerste sinds de Palestijnse militante groepen eind juni een staakt-het-vuren instelden, verbroken. De aanslagen werden niet meteen opgeëist, maar een woordvoerder van de Islamitische Jihad noemde de terreuracties een logisch gevolg van `de harde opstelling' van Israël.

Premier Sharon zei vanochtend dat Israël geen stap meer zet op de zogeheten Routekaart naar vrede als niet onmiddellijk alle Palestijnse terreurdaden worden stopgezet. ,,Een totale stopzetting van alle terrorische activiteiten is een absolute voorwaarde'', zo citeerde Radio Israël de minister-president.

De eerste explosie vond plaats buiten een kleine supermarkt en apotheek in Rosh Ha'ayin, een stadje vlakbij Tel Aviv en niet ver van de grens met de Westelijke Jordaanoever. Een Palestijnse jongen bracht voor de ingang explosieven die hij bij zich had tot ontploffing. Door het rondvliegend glas en de brand die in het gebouw was ontstaan, raakten meer dan tien winkelende Israëliërs gewond. Eén van de gewonden stierf ter plaatse. De hulpdiensten waren snel aanwezig, omdat zij na een algemene waarschuwing van de binnenlandse veiligheidsdienst al paraat stonden. Korte tijd later voerde een Palestijn een soortgelijke actie uit bij een bushalte bij het plaatsje Ariel op de Westelijke Jordaanoever. Hierbij viel ook één dode.

Volgens Israël zijn de aanslagen het gevolg van het feit dat de Palestijnse Autoriteit niets heeft gedaan om de militante Palestijnse organisaties te ontmantelen. Maar geen van de organisaties zei in staat te zijn te zeggen wie de aanslagen heeft uitgevoerd.