Weekeinde vol rellen in Basra

Na een weekeinde vol protesten, waarbij gisteren twee doden vielen en talloze gewonden, is de rust in de Zuid-Iraakse stad Basra teruggekeerd.

De onlusten begonnen zaterdag. Honderden Irakezen protesteerden tegen de brandstofschaarste in de stad. Door uitval van de stroom werken koelkasten en airconditioning niet meer, terwijl temperaturen van 57 graden werden gemeten. De betogers trokken naar het Britse hoofdkwartier en richtten hun woede op militairen die het gebouw bewaakten. Zeven Britten raakten gewond.

Gisteren laaide het protest opnieuw op en vuurde het Britse leger waarschuwingsschoten om de menigte af om die op afstand te houden. Daarbij werd een man gedood. Een andere viel van een dak.

Ook elders in Irak waren er incidenten. Twee Amerikaanse militairen, twee medewerkers van de Arabische nieuwszender al-Jazira en een onbekend aantal Irakezen raakten gisteren in Bagdad gewond toen vlakbij hen een granaat ontplofte. De granaat zou van de bovenste verdieping van het universiteitsgebouw naar beneden zijn gegooid.

In Hit, ten westen van Bagdad, gooiden onbekenden zaterdag granaten naar een Amerikaans legervoertuig. Twee soldaten raakten gewond. Amerikaanse troepen openden hierop het vuur en doodden twee Irakezen. In Tikrit reed een Amerikaans legervoertuig op een mijn. Daarbij vielen twee gewonden. Vanochtend werd in Baquba, in het noordoosten, opnieuw een Amerikaan gedood.

De guerrillastrijd tegen de Amerikaans-Britse coalitie zou worden gecoördineerd door een tot dusver onbekende groep. In een videoband, zaterdag uitgezonden door de Arabische zender Al-Arabiya, riepen vijf gemaskerde mannen van de Witte Vlaggen op tot aanslagen. Britse kranten meldden echter op basis van bronnen binnen het leger dat het terreurnetwerk Al-Qaeda een gelegenheidsalliantie heeft gevormd met voormalige officieren van Saddam Hussein.

Volgens de Amerikaanse bewindvoerder, Paul Bremer, zijn honderden leden van de militante organisatie Ansar al-Islam in Irak en bereiden ze grote aanslagen voor. Bremer zei dat in een interview met de krant The New York Times. Bremer zei eveneens dat de aanslag op de Jordaanse ambassade, afgelopen donderdag, het werk is van Ansar al-Islam.