Voorstanders Tweede Fase zijn nu criticasters

Den Haag produceert aan de lopende band rapporten en plannen. Sommige waren spraakmakend, verreikend of ingrijpend. Wat is er achteraf van terechtgekomen? Vandaag deel 6 in een serie: `Profiel van de tweede fase voortgezet onderwijs' uit 1991.

Met een gevoel dat heen en weer slingert tussen ,,grote hilariteit en enorme woede'' heeft voormalig staatssecretaris Jacques Wallage (PvdA, Onderwijs) gezien hoe zijn geesteskind, de Tweede Fase in het voortgezet onderwijs, er de laatste jaren van alle kanten van langs kreeg. Scholieren gooiden tomaten op het Binnenhof, Kamerleden distantieerden zich openlijk van het zware lesprogramma, rectoren riepen dat zij altijd al wisten dat het nooit wat zou worden.

Misschien nog wel erger is dat zelfs Wallages opvolgers op het departement, zijn partijgenoot Adelmund en minister Van der Hoeven (CDA), zich bij de kritiek hebben aangesloten. Adelmund kondigde na de scholierenstaking, eind 1999, aan het lesprogramma te zullen verlichten. Van der Hoeven heeft extra verlichtingen aangekondigd met ingang van 2005.

,,Onderwijspolitici leiden aan geheugenverlies'', zegt Wallage, die nu burgemeester van Groningen is. Tot 1993 was hij staatssecretaris van Onderwijs. ,,We waren het erover eens dat we hogere eisen moesten stellen aan leerlingen in de bovenbouw. Let maar op: als Maria van der Hoeven over een jaar of wat lid van de Raad van State is, zal de klacht weer zijn dat scholieren onvoldoende voorbereid aan het hoger onderwijs beginnen.''

Wallage lanceerde in 1991 in zijn nota `Profiel van de tweede fase voortgezet onderwijs' het plan om de bovenbouw in het voortgezet onderwijs te hervormen. Leerlingen, vond Wallage, kozen te vaak voor pretpakketten met simpele vakken. Een vak als wiskunde lieten ze massaal links liggen. Daardoor was de uitval in het hoger onderwijs volgens cijfers van het ministerie destijds rond de 30 procent per jaar hoog.

Wallage wilde ook een einde maken aan de `inefficiënte omwegen' van scholieren. Veel havo-scholieren plakten er na hun diploma gerust twee vwo-jaren aan vast, wat de overheid veel geld kostte. Dat zou niet meer mogen, schreef Wallage in zijn nota. En dat kwam Onderwijsminister Ritzen, die ruim 140 miljoen euro moest bezuinigen, goed uit. Bovendien was het tekort aan lager opgeleiden destijds groot en liepen er veel hoogopgeleide werklozen rond.

Wallage stelde voor leerlingen in de bovenbouw van havo en vwo verplicht te laten kiezen uit vier profielen: Natuur en techniek, Natuur en gezondheid, Economie en maatschappij en Cultuur en maatschappij. In ieder profiel moest een gemeenschappelijk deel komen met verplichte vakken als Nederlands en vakken die alleen verplicht zijn voor het profiel, zoals wiskunde voor het profiel Natuur en techniek. Ook mochten leerlingen nog een paar vakken zelf kiezen. Het aantal lesuren steeg van dertig naar veertig.

Maar Wallage wilde meer. Niet alleen de vakken moesten anders, ook het lesgeven. Wallage wilde dat scholieren zelfstandig leerden werken, minder klassikaal les kregen en meer in groepen met computers aan de slag gingen. Het Studiehuis heette deze vernieuwing later. Wallage: ,,Het idee was: leer scholieren te werken zoals dat in het hoger onderwijs van ze verlangd wordt.''

De meeste scholen, de Tweede Kamer en de universiteiten reageerden enthousiast op de plannen. Zelfs scholierencomité LAKS zag er wel wat in. Lobbyisten van vakdocenten bestookten de Tweede Kamer met brieven om hun vak óók een mooi plekje in de profielen te geven. Wallage: ,,De Onderwijscommissie heeft altijd erg naar die vakorganisaties geluisterd. Er ontstond een mushawarah-overleg waarbij iedereen alleen zijn eigen vak promoot.'' Het gevolg was dat vwo'ers in plaats van zeven, veertien eindexamenvakken moesten volgen. Havo'ers gingen van zes naar dertien. Alfa-leerlingen moesten voortaan verplicht wiskunde en algemene natuurwetenschappen volgen. En de Bèta's kregen verplicht drie vreemde talen.

In de laatste jaren voor de invoering in 1998 kwam de kritiek op gang. Scholen zeiden dat leraren overbelast zouden raken, scholieren konden de vele examenvakken niet meer overzien, schoolboeken waren nog niet klaar. De Onderwijsinspectie constateerde bovendien al snel dat leraren zich geen raad wisten met het `nieuwe leren' in het Studiehuis op veel scholen werd volgens de inspectie `armoedig' lesgegeven.

De uit de hand gelopen scholierendemonstratie van december 1999 deed het imago van de Tweede Fase ook al weinig goed; een geschrokken staatssecretaris Adelmund beloofde de boze scholieren de Tweede Fase te verlichten. Later draaide zij dit na kritiek van de universiteiten deels terug, maar inmiddels willen ook Van der Hoeven en de Kamer een einde aan de ,,versnippering en overladenheid''. Zo verdwijnen, als de plannen doorgaan, vanaf 2005 de kleine deeltalen, zoals Frans-leesvaardigheid. Wiskunde en natuurkunde zijn niet langer verplicht.

Jammer, vindt Wallage. ,,Ik ben niet vies van beperkte aanpassingen, maar mijn opvolger Adelmund, de Tweede Kamer en minister Van der Hoeven luisteren te veel naar de 30 procent van de scholen die nooit iets in het plan hebben gezien. Ze hebben het doel van de Tweede Fase uit het oog verloren. We hebben er destijds juist bewust voor gekozen om havo en vwo te verzwaren.''

Toch heeft Wallage in zijn nota één ding onderschat, vindt hij nu. ,,Dat op veel scholen de onderwijskundige vernieuwing niet van de grond is gekomen, komt omdat ik te veel vertrouwde op hun eigen initiatief. Ook mijn opvolgers hebben de invulling van het Studiehuis altijd aan de scholen overgelaten.'' Veel scholen kunnen die vrijheid niet aan, zag hij later in. ,,Ik had niet goed gezien dat veel scholen gék zijn op regeltjes. Ze klagen altijd over centraal opgelegde regels, maar doen niets liever dan circulaires opvolgen. Het Studiehuis had meer kans van slagen gehad als het ministerie had gezegd: dit is het nieuwe leren en dit moet u daarvoor doen.''

Eerdere afleveringen van deze serie verschenen op 7, 14, 21 en 28 juli en 4 augustus.

    • Guus Valk