Vluchteling hoort geholpen

Het is van belang onderscheid te maken tussen uitgeprocedeerde vluchtelingen, asielzoekers, economische vluchtelingen, criminelen uit Oost-Europa, Marokkaanse en Turkse migranten. Al jaren, en NRC Handelsblad doet dat in de artikelen (pagina 3) en het hoofdartikel `Geen dubbele boodschap' (31 juli) ook, worden deze mensen vaak op één hoop gegooid: uitgeprocedeerden worden bijvoorbeeld vergeleken met uitgezette (en weer terugkerende) illegale Bulgaren. Dit geeft een volstrekt verkeerd beeld van de werkelijkheid.

Door de nieuwe Vreemdelingenwet kan iedereen die bij binnenkomst wordt afgewezen een juridische procedure beginnen en de uitkomst daarvan in Nederland afwachten. Er is dan dus geen sprake van uitgeprocedeerd zijn, er loopt immers nog een procedure. Deze mensen verblijven volstrekt legaal in Nederland; alleen de rijksoverheid weigert deze vluchtelingen gedurende de procedure te ondersteunen waardoor zij op straat komen te staan.

Illegale arbeidsmigranten hebben die juridische procedure niet doorlopen en zijn dus geen uitgeprocedeerde vluchtelingen.

Informatie van de IND geeft aan dat sprake is van een aanzienlijke teruggang in het aantal asielzoekers aan onze poort, wat een direct gevolg is van het restrictieve beleid. Daarnaast wordt verwacht dat mensen die zijn afgewezen (ook na een juridische rechtsgang) op eigen initiatief terugkeren. Dat is een gotspe waarmee de rijksoverheid zich volstrekt ongeloofwaardig maakt. Het is wellicht politiek scoren op de korte termijn, maar dit heeft geen enkele relatie met wat hier echt gebeurt.

Als stichting voor uitgeprocedeerde vluchtelingen hebben wij in 2001 63 mensen geholpen, het jaar daarop waren dat er 110 en in de eerste 6 maanden van 2003 zijn het er al 112. Hierbij gaat het niet om telefonische of andersoortige hulp, maar concrete opvangbehandeling (juridisch, medisch, financieel, huisvesting). Het zijn steeds meer gezinnen die pardoes op straat worden gezet in de verwachting dat zij lopend of zwemmend? Nederland verlaten.

Voor gemeenten passen slechts twee grondslagen om de gevolgen aan te pakken. De eerste is de drieledige verantwoordelijkheid van een gemeente, te weten: handhaving van de openbare orde; zorg voor de volksgezondheid; zorg voor haar inwoners. De gevolgen van de nieuwe Vreemdelingenwet ondermijnen deze drie basistaken en het is daarom vanzelfsprekend dat tal van gemeenten hun verantwoordelijkheid nemen.

De tweede grondslag is van humanitaire aard: accepteren wij dat een moeder met twee kleine kinderen 's nachts op straat moet slapen?; Zijn wij vergeten dat Nederland internationale verdragen heeft ondertekend inzake de rechten van het kind? Welke politicus neemt eens de moeite om 's nachts door een (middel)grote stad te dwalen om te zien wie daar allemaal overleven?

In dit verband is het goed om vast te stellen dat in de Bollenstreek (gemeente Leiden voorop) tal van organisaties (particuliere, kerkelijke en gemeentelijke) zich inspannen om deze vluchtelingen een perspectief te bieden. Het moet duidelijk zijn dat wel degelijk sprake is van een dubbele boodschap. Zo is onder meer uit een onderzoek van mr. Tamara Breton (STUV-rapport illegalen/sept. 2002) duidelijk geworden hoe nauw de verbanden zijn tussen huisartsen, ziekenhuizen, ondernemers, kerken, vluchtelingenorganisaties en `gewone' burgers – met vluchtelingen. Waar de rijksoverheid de was buiten hangt, kunnen de initiatieven op lokaal niveau die weer binnenhalen. Die dubbele boodschap mag best gegeven worden aan vluchtelingen.

Joost Martens is voorzitter van de Stichting Uitgeprocedeerde Vluchtelingen (STUV) Leiden e.o.