Leiders Afrika ontlopen hun straf

De Liberiaanse president Charles Taylor zou vanmiddag onder grote druk afstand doen van zijn functie. Hij blijft een potentieel gevaar.

Afrikaanse regeringsleiders met bloed aan hun handen worden nooit voor hun wandaden gestraft. Ze komen om bij een staatsgreep. Of ze klampen zich vast aan hun functie tot ze van ouderdom sterven. Of ze slijten hun dagen in luxe als balling, zoals de Ethiopische oud-president Mengistu Haile Mariam in Zimbabwe en de Oegandese oud-president Idi Amin in Saoedi-Arabië. Nooit komen ze voor de rechter. Nooit eindigen ze hun leven in de gevangenis.

De Liberiaanse preisdent Charles Taylor had het eerste Afrikaanse staatshoofd kunnen zijn dat zich moest verantwoorden voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Het VN-tribunaal in Sierra Leone had hem aangeklaagd voor zijn steun aan de rebellen in Sierra Leone die een bloedig terreurbewind voerden. Door die hulp heeft de burgeroorlog in Sierra Leone tien jaar geduurd.

Maar de Verenigde Naties zijn een veelkoppig monster dat verschillende doelen najaagt die niet altijd te verenigen zijn. De VN-tribunalen streven naar gerechtigheid. De afdeling Vredesoperaties heeft meestal een andere prioriteit: zo snel mogelijk een eind maken aan een conflict. Desnoods door het op een akkoordje te gooien met de personen en partijen die verantwoordelijk voor het bloedvergieten zijn.

Ook Taylor krijgt de kans om vervolging te ontlopen. Met stilzwijgende instemming van de Verenigde Naties heeft Nigeria hem politiek asiel aangeboden, op voorwaarde dat hij afstand van zijn functie doet. Met zijn snelle aftocht moet een eind worden gemaakt aan de strijd tussen regering en rebellen en de weg worden gebaand voor een vredesakkoord. Het voorkomen van meer doden wordt belangrijker geacht dan het ter verantwoording roepen van een staatshoofd dat al zoveel doden op zijn geweten heeft.

Die keus is niet alleen moreel lastig te verkroppen. Mogen Afrikaanse regeringsleiders zich anno 2003 nog altijd straffeloos wanen? Die keus is ook een politieke gok. De internationale gemeenschap heeft met Taylor al eerder misgegokt. In 1997 bekostigden westerse landen de overhaaste verkiezingen in Liberia die rebellenleider Taylor na zeven jaar burgeroorlog wel moest winnen. De bevolking had geen keuze. De strijders van Taylor kalkten hun leuze op de muren: `No Taylor, No Peace'. Liberia werd overgeleverd aan `de gangster', zoals een van Taylors bijnamen luidde. In de hoop op vrede en stabiliteit in de regio. De huidige crisis in Liberia en het buurland Ivoorkust is een gevolg van die keus.

De VN maakten eenzelfde inschattingsfout in het buurland Sierra Leone. Daar werd rebellenleider Foday Sankoh in 1999 binnengehaald als vice-president in het kader van een vredesakkoord. Hij kreeg amnestie voor de gruweldaden die in zijn naam waren gepleegd. Een jaar later bleek dat Sankoh helemaal niet van plan was zich aan het vredesakkoord te houden. Hij werd alsnog opgepakt na een schietpartij voor zijn woning in de hoofdstad Freetown. In afwachting van zijn berechting door het VN-tribunaal in Sierra Leone stierf hij eind vorige maand.

Zijn oude vriend Taylor wil het ook niet laten aankomen op een confrontatie met het VN-tribunaal. Hij zou vanmiddag het presidentschap neerleggen. Hij heeft ook beloofd in ballingschap naar Nigeria te gaan. Dat deed hij onder druk, niet uit overtuiging. Nooit eerder heeft Taylor zo in het nauw gezeten. Zijn regeringstroepen beheersen nog maar twintig procent van het land. West-Afrikaanse regeringsleiders, de Amerikaanse president Bush, de VN, iedereen wil hem kwijt. In zijn afscheidsbrief aan het parlement had hij het over ,,een internationale samenzwering'' en schreef hij dat hij werd ,,gedemoniseerd''. Hij zei ook: ,,Als God het wil, dan kom ik terug.''

Taylor is eerder teruggekomen uit kansloze positie. In 1985 wachtte hij in een Amerikaanse gevangenis op uitlevering naar Liberia, waar hij werd gezocht voor het achterover drukken van bijna een miljoen dollar. Maar hij wist te ontsnappen onder omstandigheden die nog steeds niet opgehelderd zijn. Vier jaar later begon hij een burgeroorlog tegen president Samuel Doe die zijn aanhouding had gelast.

Taylor is er de man niet naar om in Nigeria te gaan rentenieren en zich te laten opsluiten in een gouden kooi. Nog is zijn rol niet uitgespeeld. Hij heeft de macht overgedragen aan vice-president Moses Blah, een van zijn trouwste bondgenoten tijdens de burgeroorlog. De oud-rebellengeneraal heeft de mond vol van verzoening en wil snel aan tafel gaan zitten met de rebellen, maar er bestaat geen twijfel over dat zijn loyaliteit bij Taylor ligt.

Zelfs als Taylor over enkele dagen tandenknarsend afdruipt naar zijn ballingsoord in Nigeria, is hij daarmee niet onschadelijk gemaakt. Ellen Johnson-Sirleaf, de leider van de Liberiaanse Unity-partij die door de Amerikaanse pers al als toekomstige interim-president wordt genoemd, waarschuwde vorige week dat Taylor niet zal ophouden met zich in Liberiaanse zaken te mengen. ,,Hij gaat niet met pensioen en leeft nog lang en gelukkig. Hij pakt zijn mobieltje en begint mensen te bellen.'' Een Taylor op vrije voeten blijft een gevaar voor zijn land en de regio.