Een woud dat gewoon niet kapot kan, lijkt het

Vorig jaar is in het Amazonegebied een recordhoeveelheid bos gesloopt. En de minister van Milieu wil nog meer gaan kappen.

Op het vliegveld van de Braziliaanse hoofdstad van het Amazonegebied, Manaus, is deze maand een vrouw aangehouden. Haar hoofd maakte een verdacht geluid. Bij inspectie bleek dat de vrouw, die op weg was van Tabatinga in het uiterste westen naar Rio de Janeiro in het oosten, in haar opgestoken kapsel een aapje probeerde te smokkelen. Het beest dat past in de palm van een hand en een leeuwengezicht heeft, is volgens de douane een nog niet geïdentificeerde apensoort.

Het andere opvallende actuele nieuws in de kranten van Manaus gaat over piraten. Een privé-boot op de Rio Negro is overvallen door bandieten. Ze hebben drie mensen doodgeschoten en over boord gegooid. Naar de daders wordt gezocht.

Het zijn berichten die kenmerkend zijn voor de uitgestrekte, anonieme wildernis die het Amazonegebied ondanks de al dertig jaar durende vernietiging nog steeds is. Nieuws dat ook illustreert hoe moeilijk het is te controleren wat zich afspeelt in dit gebied, dat even groot is als West-Europa en waar 30 procent van alle planten en dieren van de wereld wonen. Het verklaart waarom in Brazilië ondanks de op papier vaak uitstekende milieuwetgeving vorig jaar een nieuw dieptepunt werd bereikt in de meestal illegale ontbossing. Een terrein ter grootte van ruim 5 miljoen voetbalvelden is in 2002 gekapt, 40 procent meer dan het jaar daarvoor.

De grootste schade aan het woud is tot nu toe aangericht in de oostelijke staten Rondônia, Mato Grosso en Pará. In Amazonas, het grootste bosgebied, is volgens de minister van Milieu van die staat, Virgílio Viana, slechts één procent vernietigd. Vanuit de lucht en op urenlange boottochten oogt het woud in Amazonas inderdaad totaal ongerept. Het is één grote groene bomenzee, slechts onderbroken door rivieren met af en toe een kleine nederzetting van indianen, jagers of mensen die maniok verbouwen. Het is eenvoudigweg niet voor te stellen dat je dit gebied ooit fysiek zou kunnen slopen.

Toch zal ook dit deel van het oerwoud niet gespaard blijven. De dit jaar aangetreden minister Viana zegt desgevraagd dat er ,,meer hout moet worden gekapt. We hebben meer hout nodig en de productie ervan is minder schadelijk dan het gebruik van plastic of aluminium. We moeten alleen zorgen dat het op een duurzame manier wordt geoogst. Selectief kappen'', aldus de bewindsman.

Het is een opvatting die zeker onder de twintig miljoen mensen die in en rondom het Amazonegebied wonen, niet omstreden is. ,,Het algemene idee in Brazilië is dat in het bos de kwade geesten wonen. Daar kun je beter zo snel mogelijk mee afrekenen'', zegt etnoloog Victor Py-Daniel die namens de Braziliaanse overheid indianenstammen in kaart brengt.

Volgens Paulo Adario, hoofd van het Greenpeace-kantoor in Manaus waar acties tegen illegale houtkap worden georganiseerd, is verstandige houtkap evenwel onmogelijk. ,,We missen eenvoudigweg de kennis hoe je op een milieuverantwoorde manier het bos kunt exploiteren. Bovendien ontbreekt het aan controle in dit gebied. En dat is ook de grootste bedreiging van het Amazone-gebied: de afwezigheid van de staat en de cultuur van geweld, straffeloosheid en corruptie.''

Greenpeace is door de acties tegen de machtige houtindustrie in Brazilië niet bij iedereen geliefd. De organisatie telt 15.000 leden in een land van 170 miljoen inwoners. Het kantoor in Manaus is het best bewaakte pand van de stad. In de kelderverdieping liggen de kogelvrije vesten die actievoerders in het veld dragen. De milieubeweging belemmert volgens veel Brazilianen de strijd tegen de armoede.

Via bestudering van satellietfoto's heeft het Braziliaanse instituut voor ruimtelijk onderzoek onlangs becijferd dat 17 procent van het Braziliaanse regenwoud is vernietigd. In 1970 was nog 99 procent van het Amazonegebied intact. De optimistische bosonderzoekers voorspellen dat over twintig jaar 40 procent van het natuurgebied is verdwenen. De pessimisten denken dat er dan al eigenlijk niets meer over is.

De recente vernietiging van het woud is vooral op het conto van de soja-producenten te schrijven. Brazilië zal in een paar jaar de belangrijkste producent ter wereld zijn van soja. ,,Het is een gevaarlijke trend: eerst is er houtkap, dan komen veeboeren op het braak liggende land, waar later soja kan worden verbouwd omdat het dan mooi vlak is. De producenten duwen elkaar steeds verder het bos in'', zegt Adario.

De vraag is of onder de nieuwe linkse Braziliaanse president Lula milieubescherming meer aandacht krijgt dan bijvoorbeeld het door Lula ondersteunde streven om mensen zonder land meer ruimte te geven. In het najaar moet het Braziliaanse parlement onder andere een besluit nemen over twee projecten die van grote invloed zijn voor de toekomst van het regenwoud. Er bestaan plannen om bijvoorbeeld de landweg te asfalteren die via Santarém dwars door het woud naar Cuiabá voert. Nu is die weg in het regenseizoen, zes maanden per jaar, niet te gebruiken. Bekend is dat langs de wegen de ontbossing snel om zich heen grijpt.

Lula heeft ook beloofd de energiewinning te verbeteren. Er zijn plannen om energie te winnen door het bouwen van twee enorme dammen – Belo Monte en Altamira – in de Xingurivier. De milieubeweging vreest dat dit project een verdere belasting zal betekenen van wat de groene longen van de aarde behoren te blijven.

Laatste deel van een tweeluik over het Amazonegebied. Het eerste artikel verscheen zaterdag.