Dure reddingsactie in Pools stadje

Om de plaatselijke staalfabriek te redden, heeft de burgemeester van het Poolse stadje Ostrowiec een `gouden deal' gesloten. En nu dreigt het hele stadje failliet te gaan.

In dit kleine stadje blijft niets onopgemerkt. Ook een bezoek van de burgemeester aan de openbaar aanklager niet. Jan Szostak legt zijn hoofd tussen de schouders, kijkt weg en snelt met twee treden tegelijk de trap op. Maar iedereen heeft hem herkend. Zelfs buiten Ostrowiec is hij bekend, want zijn foto heeft alle Poolse kranten gehaald.

Szostak is beroemd om de verkeerde redenen. Ostrowiec (70.000 inwoners) dreigt door zijn toedoen failliet te gaan. Hij heeft de nutsbedrijven van de stad – het waterbedrijf, de woningvereniging en het openbaar vervoer – verkwanseld en ook nog het gemeentebudget in gevaar gebracht. En dat allemaal in een verwoede poging de plaatselijke staalfabriek, Huta Ostrowiec, te redden. Ostrowiec, 175 kilometer ten zuiden van Warschau, is het typische resultaat van veertig jaar communistische industriepolitiek. Polen telt honderden van zulke stadjes, die afhankelijk zijn geraakt van één levensader. En die nu, in de nieuwe tijden, tot het uiterste gaan als die levensader wordt bedreigd.

Ruim een jaar geleden, in april 2002, besluit Jan Szostak, namens de inwoners van Ostrowiec, tot de overname van de staalfabriek. Verkopende partij is Stalexport, ooit een staatsbedrijf, inmiddels geprivatiseerd. Door de overname wil Szostak de aftakeling van de fabriek stoppen. Huta Ostrowiec had 8.000 werknemers – dat zijn er op dat moment nog maar 2.000. Meer ontslagen dreigen. ,,Elke onderneming hier is direct of indirect afhankelijk van Huta'', zegt Wieslaw Rogala, journalist van de lokale krant Gazeta Ostrowiecka. ,,Sluiting van de fabriek betekent het einde van de stad.''

In het overnamecontract staat dat de gemeente het – symbolische – bedrag van 133.000 zloty's (ruim 30.000 euro) zal betalen aan Stalexport. Daarnaast moet Huta Ostrowiec tussen 2005 en 2010 producten leveren aan Stalexport met een totale waarde van 80 miljoen zloty. De nutsbedrijven van de stad dienen als onderpand. De staalfabriek is gered, de stad haalt opgelucht adem, Szostak is de held.

De held is nu boeman. Kort na de overname ging de fabriek alsnog failliet. Volgens Szostak is daarmee de transactie met Stalexport van de baan. Bovendien, zegt zijn woordvoerder nu, heeft Stalexport destijds de omvang van de schulden van Huta Ostrowiec verzwegen en ook dat maakt de overeenkomst nietig. Maar vorige week oordeelde een speciale arbitragecommissie anders: de deal is gewoon rechtsgeldig. Ostrowiec – jaarlijkse begroting: 113 miljoen zloty – moet ergens (minimaal) 80 miljoen zloty vandaan halen.

Op het bureau van openbaar aanklager Andrzej Gornisiewicz staat het koffiekopje waaruit Jan Szostak heeft gedronken nog na te dampen. Gornisiewicz bereidt een onderzoek voor naar Szostaks `gouden deal' en heeft zojuist een gesprek gehad met de burgemeester. Er is mogelijk sprake van het toebrengen van zware economische schade aan de stad en Szostak kan hiervoor worden gestraft. [Vervolg POLEN: pagina 9]

POLEN

Ostrowiec is verbijsterd

[Vervolg van pagina 1] Maar ,,het is een zaak met veel juridische haken en ogen'', zegt Gornisiewicz. ,,De hele gemeenteraad heeft ingestemd met de transactie.''

Wat Gornisiewicz veel meer bezighoudt zijn geruchten dat Szostak corrupt is en dat de burgemeester de overname van Huta Ostrowiec heeft georkestreerd voor eigen gewin. Na het faillissement is de staalfabriek op advies van de aangestelde curator blijven produceren, omdat de fabriek in operationele staat veel meer waard is. De exploitatie van de inboedel is indertijd gegund aan een lokale onderneming, ZOHO. Afgelopen week werd duidelijk dat ZOHO eigendom is van de plaatselijke voetbalclub. De voorzitter van die club? Jan Szostak.

De landelijke kranten hebben Szostak al veroordeeld. Volgens Gazeta Wyborcza, de grootste krant in Polen, heeft hij de staalfabriek opzettelijk failliet laten gaan met de intentie om, via ZOHO, de inboedel op te kopen en met winst te verkopen. Harde bewijzen voor Szostaks vermeende malversaties ontbreken echter vooralsnog.

Rogala van de lokale krant heeft veel kritiek op de burgemeester. Hij is autoritair en bemoeizuchtig. ,,Hij is geen democraat.'' Maar dat Szostak corrupt is, vindt Rogala moeilijk te geloven. ,,Hij heeft niet de mentaliteit van een fraudeur.'' Het was juist Szostak die in de jaren negentig als gewoon gemeenteraadslid voortdurend stinkende zaakjes aan de kaak stelde. Rogala vreest dat het huidige debacle banale oorzaken heeft: de gemeente heeft onder sociale druk gewoon geklungeld. ,,Szostak is geen jurist en de stadsadvocaten zijn slecht.'' De grootste blunder, zegt Rogala, was dat is ingestemd met het arbitragevoorstel van Stalexport. Een arbitragevonnis is definitief – in beroep gaan is niet mogelijk. Een gewone rechtszaak biedt vluchtroutes.

De inwoners zijn met stomheid geslagen. Ze hebben nog geen mening over wat Szostak heeft gedaan. Ze maken zich vooral zorgen over de werkgelegenheid. Onlangs is een koper gevonden voor de staalfabriek, maar die heeft nog geen investeringsplannen overgelegd. Als die er al zijn, want het is niet de eerste keer dat de ene concurrent de ander opkoopt en vervolgens de nek omdraait. De staalarbeiders hebben uit vrees hiervoor de afgelopen weken gestaakt. De vakbonden hebben er een zorg bij: de nutsbedrijven dreigen in versneld tempo te worden geprivatiseerd en dat betekent meestal nog meer ontslagen.

Slaapt Jan Szostak nog wel goed? Hij wil wel een handje schudden, maar weigert verder elk commentaar. Zijn woordvoerder op het stadhuis: ,,Hij is heel kalm. Hij is bezorgd maar niet gedeprimeerd.''