WIELERHISTORIE

Jan Raas accepteert het zo te zien gelaten dat hij bij zijn werk wordt gehinderd. Toeschouwers bij wielerwedstrijden - het blijft iets vreemds. Wat bezielt mensen om ergens urenlang langs de weg te gaan staan wachten op renners die in een flits voorbij zijn en die je in het gunstigste geval hooguit kunt herkennen? De wedstrijd zie je niet, daarvoor ontbreekt het noodzakelijke overzicht dat alleen de televisie kan bieden. Eigenlijk zorgen toeschouwers alleen maar voor overlast. Wie, op de televisie, wel eens de beklimming van een col in de Tour heeft gezien, moet zich verbazen over de zelfbeheersing van de meeste renners. Slechts een enkele keer deelt deze een klap uit als hij zich door het enthousiaste en weinig gedisciplineerde publiek moet vechten. Vaker is het ontvangen geblazen, zoals door Eddy Merckx die in 1975 op de Puy de Dôme zo'n stoot op zijn lever kreeg dat hij er waarschijnlijk zijn zesde Tourzege door verspeelde. Meestal zit de toeschouwer de renner vooral in de weg en veroorzaakt hij valpartijen en zo. Maar ook journalisten, cameramensen en officials doen er soms veel aan om het werk van de renners extra zwaar te maken. Met als uitschieter de politieman in 1994 die in werktijd wat privé-kiekjes van het peloton maakte en daardoor zijn taak verwaarloosde: een aantal renners met zwaar hoofdletsel was het resultaat. En de rennners? Die vinden dat dit alles er bij hoort. Een calvinistisch trekje in een `katholieke' sport?

Dit is de zesde foto in een serie van wielerfotograaf Cor Vos. Deze exposeert tot en met 31 augustus in het Nederlands Fotomuseum te Rotterdam.