Turkije zoekt nog naar heenkomen voor Koerdische partijtop

Turkije heeft een nieuwe amnestie afgekondigd voor aanhangers van de PKK van Abdullah Öcalan. Betekent dit het einde van de Koerdische beweging?

Het was een beeld dat de Turkse regering met tevredenheid zou moeten vervullen. Op televisie was te zien hoe een eerste groep aanhangers van de Koerdische Arbeiderspartij (PKK) van Abdullah Öcalan zich deze week overgaf aan de autoriteiten. Het beeld was vrij onscherp, maar het was wel duidelijk dat de strijders er stoffig, somber en vooral ook moe uitzagen – hun strijd was voor altijd voorbij. De amnestie (die aanzienlijke strafvermindering in het vooruitzicht stelt voor strijders die de beweging afzweren en tekst en uitleg verschaffen over hun activiteiten) is pas van kracht sinds woensdag. Maar volgens minister van Binnenlandse Zaken Aksu zijn nu al 111 PKK-strijders vanuit Noord-Irak teruggekomen om zich over te geven. De minister klonk opgetogen toen hij het nieuws aankondigde, maar 111 is maar een klein aantal vergeleken bij de naar schatting 5.000 aanhangers van de PKK (inmiddels: KADEK) die nog in Noord-Irak verblijven. En dus blijft de grote vraag: wordt deze amnestie het einde van de PKK?

Een ding staat vast: een beter moment dan nu had Turkije niet voor de amnestie kunnen kiezen. Al langere tijd was duidelijk dat de PKK de gewapende strijd met het Turkse leger heeft verloren. Maar omdat de strijders van Öcalan eigenlijk niet terug konden naar Turkije (waar hun jarenlange gevangenisstraffen boven het hoofd hingen) bleven ze in Noord-Irak. Daar werden ze min of meer getolereerd door de Iraakse Koerden die daar de facto de macht uitoefenden. Maar na de val van Saddam zijn het ook in Noord-Irak de Amerikanen die de dienst uitmaakten. En Washington is bepaald niet gecharmeerd van de PKK. In de Verenigde Staten staat de PKK op de lijst van terroristische organisaties. Onlangs nog liet de Amerikaanse ambassadeur in Turkije weten dat de PKK-aanhangers nu echt weg moeten uit Noord-Irak omdat Washington ze anders zelf voor het (Amerikaanse) gerecht gaat slepen.

De afgelopen weken is de dreiging voor de PKK nog reëler geworden, nu Turkije opnieuw met de VS onderhandelt over het sturen van troepen naar Irak. Washington wil graag dat meer landen meedoen aan de `stabilisering' van Irak. Als een moslim-land als Turkije medewerking toezegt, zou dat een grote publicitaire overwinning zijn. Zo ver is het nog lang niet (binnen Turkije is de weerstand zeer groot) maar duidelijk is wel dat Turkije zeker geen troepen stuurt als de VS niet het onderste uit de kast halen om de PKK in Noord-Irak te elimineren.

Maar niet alleen de VS hebben de positie van de PKK ondermijnd, ook de Europese Unie heeft een rol gespeeld. Door de hervormingen die `Brussel' van Turkije verlangt, wordt de positie van de Koerden in Turkije immers aanzienlijk verbeterd. Zo is de doodstraf afgeschaft, mogen ouders hun kinderen Koerdische namen geven, en zijn er stappen gezet om taalonderwijs in het Koerdisch en televisieuitzendingen in die taal mogelijk te maken. Steun voor de PKK vond uiteindelijk zijn bron in de overtuiging van veel Koerden dat Turkije hen haatte en onderdrukte. Nog steeds voelen veel Koerden zich tweederangs burgers maar zij zien wel dat hun positie binnen het Turkse bestel steeds beter wordt. Vrijwel alle Koerden zien Turks EU-lidmaatschap daarom als de weg voorwaarts, en niet gewapende strijd zoals de PKK die voerde.

Desondanks betwijfelen veel waarnemers of de amnestie – ondanks deze gunstige context – uiteindelijk alle PKK-aanhangers naar Turkije zal brengen. Van eerdere amnestieregelingen werd immers absoluut niet massaal gebruik gemaakt. Daar komt nog bij dat ook deze amnestie een groot probleem onopgelost laat: het leiderschap van de PKK.

Binnen Turkije zijn het vooral de nabestaanden van Turken die vielen in de strijd met de Koerdische separatisten, die zich iedere keer roeren als er weer een clementieregeling ter tafel komt. Zij waren al tegen het afschaffen van de doodstraf en zijn ook nu weer tegen de strafvermindering voor spijtoptanten. Het is door hun druk dat de amnestie wederom niet van toepassing is op het hoogste echelon van de Koerdische separatisten. Mede daarom wees de leider van de PKK, Abdullah Öcalan), vanaf zijn gevangeniseiland de nieuwe wet (die overigens maar zes maanden van kracht blijft) af en dreigde hij in bedekte termen met een hervatting van de strijd. Ook Washington lijkt met de leiders in zijn maag te zitten: in de Turkse media duiken er steeds weer berichten op dat de VS onderhandelen met landen in Europa (Noorwegen wordt vaak genoemd) over het verlenen van politiek asiel aan het topechelon van de PKK. De Turkse autoriteiten ontkennen dit overigens ten sterkste.

Het zou ook in het belang zijn van Turkije om een goede oplossing te vinden. Volgens Abdullah Öcalan heeft elke leidende functionaris die van de amnestie wordt uitgesloten, vijfhonderd getrouwen.

Die bewering valt niet te staven. Maar feit is wel dat, als de grond in Noord-Irak te heet onder hun voeten wordt, veel PKK-strijders die niet van de amnestie in haar huidige vorm willen profiteren, wel gedwongen zullen zijn om in het geniep terug te keren naar Turkije en hier de strijd in de bergen voort te zetten. Juist de afgelopen maanden lijkt het aantal confrontaties tussen het Turkse leger en Koerdische strijdgroepen toe te nemen.