Te veel commercie bedreigt publiek bestel

De publieke omroep moet een bestel zijn dat efficiënt is, waarin de neuzen nooit dezelfde kant opstaan, en waarin marktaandelen niet heilig zijn, meent Fons van Westerloo.

Je mag van niemand verlangen om zelfmoord te plegen. En dat is precies wat al diegenen die verlangen naar een ander publiek omroepbestel, de omroepverenigingen aanraden. Zij vormen sinds mensenheugenis de basis van het publieke omroepbestel.

Dat de publieke omroep een taai dier is, staat vast. Zo ben ik tweeënhalf jaar bezig geweest om omroepvereniging Veronica ervan te overtuigen dat het verstandig was haar waardevolle bezittingen, waarvan nu alleen het Veronica Magazine, het Lithobedrijf en een hoogwaardige digitale afdeling resteren, in te brengen in SBS.

Dat het allemaal zolang heeft geduurd, heeft voornamelijk te maken met het feit dat Veronica na het publieke domein te hebben verruild voor het private speelveld, zich is blijven gedragen als een publieke omroepvereniging. Het bestuur en de ledenraad van Veronica bestaan, net als bij de meeste geprofileerde omroepen, uit hardwerkende mensen. Zij zijn graag bereid hun vrije tijd op te offeren om tegen een gering presentiegeld of een dineetje zo nu en dan, samen te komen om te praten over de koers die de directies van de aan de vereniging ondergeschikte mediabedrijven varen, of van plan zijn te varen.

Ze realiseren zich meestal ten volle dat ze niemand behalve zichzelf vertegenwoordigen, want de verkiezingen worden vaak door coöptatie beheerst en de achterban bestaat uit abonnees van een omroepblad die, zo herinner ik mij van onderzoeken uitgevoerd door de AVRO in de jaren tachtig, voor verreweg het grootste gedeelte niet eens weten dat hun abonnement ook lidmaatschap inhoudt.

De bestuurders van omroepverenigingen zijn geen stake-, noch shareholders in de zakelijke zin van het woord. Ze hebben geen geld ingebracht, afgezien van een ledentientje of abonnementsgeld. Het zijn mensen die zich bewust zijn van de opdracht die de oprichters ooit voor de vereniging hebben bedacht om een plaatsje te veroveren in het bestel. Mensen ook die zich vaak wild ergeren aan het feit dat medewerkers en directies van de omroepbedrijven niet doen wat ze zeggen en de fundamentele taak, namelijk het beschermen van het principiële uitgangspunt waarop de omroep is gebaseerd – katholiek, protestants, vrijzinnig, evangelisch, sociaal-democratisch en liberaal – , invullen in de periferie van de uitzenddag. De EO is wat dit betreft een uitzondering.

Zo kan het gebeuren dat de typische KRO-programma's laat worden uitgezonden, de kunstprogramma's naar de nacht worden geduwd en een klassiek concert of opera naar de zondagmiddag moet. De ergernis, zo heb ik ervaren, kan ver gaan. Bij de AVRO was ik adjunct-directeur en verantwoordelijk voor alle informatieve programma's voor radio en televisie en uit dien hoofde deelnemer aan het bestuursberaad. Er werkte toen bij de informatieve sector 120 journalisten. Dat weerhield de voorzitter en zijn bestuursleden er niet van om regelmatig te spreken over dat `journalistieke tuig' dat niet bereid was de conservatief-liberale koers van de vereniging te volgen.

Veel publieke omroepdirecteuren dromen van een stoel in de bestuurskamer van een commerciële omroep en dat niet eens om de betere honorering. Nee, om de vrijheid die zij daar denken te vinden, en tot op zekere hoogte is dat juist. Maar omdat in de bestuurskamers van commerciële omroepen slechts enkele stoelen verdeeld kunnen worden, beginnen zij zich binnen hun eigen organisatie commercieel te gedragen.

Het verlangen naar commercie bij publieke omroepen kwam al tot uiting bij Veronica toen die uit het publieke bestel trad, en later bij de VARA en de Tros, die zeer serieus bezig zijn geweest commercieel te worden. De beren die zij daarbij op hun weg vonden bleken sterker dan de drang om op eigen benen te komen staan en het streven om de door de jaren heen vervaagde doelstellingen op een andere manier in te vullen.

Commerciële omroepdirecteuren, uitgevers en hoofdredacteuren van kranten hebben de neiging om hel en verdoemenis te prediken over de commercialisering van de publieke omroep omdat zij zich daardoor bedreigd voelen in hun bestaan. Zij dromen van een BBC-model zonder reclame omdat dat geld vrijmaakt voor hun eigen doelstellingen. Om hun streven te verwezenlijken kunnen ze evenwel beter hun mond houden omdat met een nog commerciëlere invulling van Nederland 1, 2 en 3 de wal het schip zal keren.

Want de échte beer op de weg naar de toekomst van een zuiver en springlevend publiek bestel is juist dat overmatige commerciële gedrag van geprofileerde omroepen. Met de nadruk op overmatig, want er is geen argument te bedenken dat publiek geld niet zou mogen worden ingezet om mensen te vermaken na een dag op school, in het gezin of op het werk. Naast cultuur- en informatieoverdracht is ook dat tot op zekere hoogte een maatschappelijke taak van publieke omroepen. Maar hoe meer de publieke omroepen gaan lijken op commerciële zenders, hoe luider de roep zal klinken om belastinggeld niet langer te steken in een taak die steeds beter wordt uitgevoerd door degenen die zonder subsidie hetzelfde doen.

De efficiencyoperatie die nu moet worden doorgevoerd omdat voor het eerst de overheid echt aan snijden is geslagen in het enorme omroepbudget, is het eerste teken aan de wand. Gelukkig is nu een voorzitter van de Raad van Bestuur van de publieke omroep aan het bewind die niet lijdt aan de pathetiek van zijn voorgangers. Koel omarmt hij het idee dat het wel met een onsje minder kan. Of is hij juist de slimste van allemaal en denkt hij met een positieve benadering erger te voorkomen? Ik houd het op het eerste.

Van de omroepverenigingen wordt op luide toon geëist de hand aan zichzelf te slaan door hun positie als geprofileerde organisaties op te geven en zich te verenigen in een commerciële eenheidsworst. Het draagvlak voor honderden miljoenen belastinggeld voor publieke omroep zit juist in een bestel dat efficiënt moet zijn en waarin effectief moet worden samengewerkt, maar waarin de neuzen nooit dezelfde kant opstaan. Een bestel waarin stromingen zich herkennen op bekijkbare uren en waar marktaandelen niet langer heilig zijn.

Wie het Nederlandse bestel werkelijk een warm hart toedraagt bepleit beloning voor efficiency, openheid, creativiteit en diversiteit. Een verloren reclamegulden die het gevolg is van deze koers, wordt aangevuld door de belastingbetaler – dán wordt belastinggeld tenminste goed besteed.

Fons van Westerloo is algemeen directeur van SBS Broadcasting BV. Hij wordt binnenkort de bestuursvoorzitter van de HMG.