Superman verschrompelt in verpleegtehuis

Op een tentoonstelling in het Whitney Museum wordt Amerika becommentarieerd door buitenlandse kunstenaars. Erg kritisch zijn ze niet.

Wat krijg je als een Amerikaans museum 47 kunstenaars uit dertig landen om hun visie op Amerika vraagt? Antwoord: 47 zeer uiteenlopende kunstwerken, die toch in één aspect sterk op elkaar lijken: hun grote toegankelijkheid. Het is meestal in één klap duidelijk wat het werk behelst, met andere woorden, what you see is what you get, en in die zin zijn deze werken `Amerikaanser' dan veel Amerikaanse moderne kunst van dit moment – denk aan Matthew Barney en zijn cryptische theatrale voorstellingen.

De tentoonstelling The American Effect. Global Perspectives on the United States 1990-2003, die momenteel in het Whitney Museum in New York te zien is, had niet beter kunnen worden getimed. Amerika heeft altijd al tot de verbeelding van niet-Amerikaanse kunstenaars gesproken, maar sinds de Verenigde Staten zijn overgebleven als enige supermacht en zich letterlijk in elke uithoek van de wereld commercieel, cultureel of militair doen gelden, is de noodzaak van een buitenlandse reflectie groter dan ooit tevoren. Omdat de terreuraanslagen op New York en Washington, en de daaropvolgende oorlogen in Afghanistan en Irak, nog relatief recent zijn (en goede kunst tijd kost) gaan maar weinig kunstenaars direct in op die gebeurtenissen. Toch voorziet veel van deze kunst als het ware met terugwerkende kracht, en daardoor op een subtielere manier, de nieuwste geschiedenis van commentaar.

Een van de intrigerendste werken van de tentoonstelling is Death in Dallas (2000) van de Servische kunstenaar Zoran Naskovski. Hij heeft een zeventien minuten durende compilatie samengesteld van archiefbeelden over de moord op president Kennedy – waaronder het Zapruder-fragment, in veel opzichten het ultieme stukje americana – en deze voorzien van een Bosnische klaagzang. De combinatie islamitische zang en schokkende beelden van Kennedy's uiteenklappende hoofd is huiveringwekkend, wat waarschijnlijk niet het geval was geweest als Naskovski gekozen had voor beelden van president Bush en een tirade van Osama bin Laden of een donderpreek van een islamistische fundamentalist. Op een griezelig mooie manier klopt het.

Het gros van de tentoongestelde werken is lichtvoetiger en minder politiek beladen, zoals de installatie van de jongere Fransman Gilles Barbier, die zich voorstelt hoe de Hulk, Cat Woman, Superman en hun collega-striphelden langzaam verschrompelen in het verpleegtehuis waar ze zijn opgenomen. Makkelijk, maar vermakelijk. De Chinees Zhou Tiehai deelt een gemener plaagstootje uit met zijn verheerlijkende portret van een lachende burgemeester Rudy Giuliani, naar het voorbeeld van de grote roerganger – omlijst door olifantenpoep. De enige die zich waagt op het vlak van de politieke cartoon is de Japanse tekenaar Hisashi Tenmyouya, die de Amerikaanse president in Bush vs. Bin Laden (2001) zijn aartsvijand letterlijk aan stukken laat scheuren.

Kritisch is anders. Er zijn wel kritische geluiden, met name van Europese kunstenaars, maar die betreffen ofwel een moedeloze aanklacht tegen de Amerikaanse hegemonie ofwel het bekende rijtje hamburgers, kapitalisme, puritanisme, militaire overmacht en algehele leeghoofdigheid, zoals de enige Nederlandse deelnemer, Arno Coenen, ze een voor een afwerkt in de niettemin amusante videoclip The Last Roadtrip (2000).

Eveneens voor de hand liggend, maar doeltreffender, is de manier waarop de Duitse video-kunstenaar Bjorn Melhus in America Sells verslag legt van een Amerikaanse invasie in Berlijn: een groep Amerikaanse tieners die in 1990 – ongevraagd – de hereniging komt opluisteren met een overenthousiaste zang- en dans-performance, getiteld America Sings. Dit vat Amerika voor veel buitenlanders goed samen: ongevraagd, oppervlakkig, over the top, en ongegeneerd uit op eigenbelang. ,,We moeten nog wel wat T-shirts verkopen'', brult de organisator van het gezelschap van het podium. ,,Very cheap. Weten jullie wat dat is, cheap? Wunderbar.''

In No. 17, de wrede video van de Noorse kunstenares Jannicke Läker, wordt een willekeurige Amerikaanse student van de straat geplukt die bezig was ,,Europa te doen''. Ze loodst hem mee naar haar appartement, waar zij hem gebiedt taartjes te eten, zich daarna uit te kleden en voor haar te dansen. `Amerika' heeft er nog nooit zo radeloos uitgezien, maar natuurlijk is Läkers confronterende methode zelf ook typisch Amerikaans.

Men kan alles over Amerika beweren, en meestal is het waar, maar de beste kritiek op Amerika komt nog altijd van Amerikanen zelf. De waarde van The American Effect ligt dan ook niet zozeer in zijn analyse van wat Amerika voorstelt, maar van wat het land aanricht in de rest van de wereld.

En dat is voor veel Amerikanen, die zelden in andere landen rondkijken – een kleine minderheid is in het bezit van een paspoort – nog altijd nieuws.

The American Effect. T/m 12 okt in het Whitney Museum of American Art, 945 Madison Avenue, New York.

Inl: www.whitney.org.