Stedelijk toont vrolijke nostalgie uit the sixties

Dertig graden in Amsterdam. Rugzaktoeristen met sandalen en afgeknipte spijkerbroeken slenteren hevig zwetend over het Damrak. Op de terrassen van de coffeeshops kijken de blowers nog lomer uit hun ogen dan normaal. En op het Museumplein lopen meisjes met bloemetjesjurken en minirokjes blootsvoets door het gras.

Eigenlijk lijkt het straatbeeld in dertig jaar tijd nauwelijks veranderd, zo valt je op wanneer je even later in het Stedelijk Museum de foto's van Ed van der Elsken bekijkt. Natuurlijk, de auto's en de lantaarnpalen zijn sinds die tijd een stuk moderner geworden, maar de opvallende types die de fotograaf in 1970 vastlegde – de hipsters en de beatniks, de hippies, provo's en Hell's Angels – zijn in Amsterdam nog altijd te vinden. Alleen noemen ze zichzelf nu skater, biker, gothic of autonoom.

De tentoonstelling Revolution in the Air - De Sixties en het Stedelijk op de benedenverdieping van het museum laat zien hoe bepalend de ontwikkelingen – op het gebied van mode, kunst en politiek – in de jaren zestig geweest zijn. Vooral aan de opkomst van de popmuziek en de bijbehorende jongerencultuur in de periode 1965-1975 wordt veel aandacht geschonken. Er hangen aankondigingsposters van concerten van Jimi Hendrix en Led Zeppelin, er liggen platenhoezen van de Stones en The Beatles en uit de luidsprekers klinken de psychedelische tonen van Pink Floyd. In de entreehal hangt een groot laken dat Yoko Ono en John Lennon aan de ramen van het Amsterdamse Hilton hadden bevestigd toen ze daar in 1969 een week lang vertoefden voor hun Bed-In For Peace. Het spandoek met de tekst ,,War is over! If you want it'' schonken ze later aan het Stedelijk.

Het waren de jaren dat Amsterdam the place to be was en het Stedelijk Museum, onder leiding van Edy de Wilde, de actualiteit nog op de voet volgde. Het huidige Stedelijk bevindt zich al geruime tijd in een impasse, mede doordat verbouwingsplannen almaar worden uitgesteld. Net als Rudi Fuchs' afscheidstentoonstelling Tot zo ver is Revolution in the Air een geïmproviseerde collectiepresentatie, in het leven geroepen om een gat in de programmering te dichten. Verschillende conservatoren hebben eraan meegewerkt, waardoor de expositie een vrolijk allegaartje is geworden van fotografie, design, grafische vormgeving, mode en beeldende kunst. Heerlijk nostalgisch voor oudere jongeren en buitengewoon informatief voor echte jeugd.

De eerste zalen vormen een feest voor het oog, met de geel-paarse pumps van Jan Jansen, de macramé-achtige textielsculpturen van Sheila Hicks en de feloranje platenspelers van Philips. De wanden en plafonds zijn behangen met gordijnstoffen in de meest onwaarschijnlijke patronen en kleurencombinaties. En op de vloer staan talloze strak vormgegeven stoeltjes die dankzij de nieuwe kunststoffen in uitbundige kleuren konden worden uitgevoerd. Je hoeft er maar de IKEA-catalogus op na te slaan om te zien dat dergelijke bonte interieurs nog steeds – of weer – hartstikke hip zijn.

Oude televisiebeelden zorgen voor een historische context. Zoals een fragment uit een Polygoonjournaal van 1969 waarin een boer tijdens het melken van zijn koeien verbaasd toekijkt hoe Neil Armstrong zijn eerste stappen op de maan zet. We zien de eerste blote borsten op de Nederlandse televisie, in het programma Hoepla van Wim T. Schippers. En er ligt zelfs een exemplaar van de eerste Nederlandse anti-conceptiepil. Het doosje Lyndiol uit 1962 is als een kostbaar sieraad uitgestald in een vitrine – op een oranje kussentje.

Maar de jaren zestig waren ook de jaren van de Cuba-crisis en de oorlogen in Zuid-Korea en Vietnam, van militaire staatsgrepen in Zuid-Amerika en de Culturele Revolutie in China, van rassenrellen en studentenopstanden. Die minder rooskleurige kant van de `magic sixties' komt aan bod in het laatste deel van de tentoonstelling dat grotendeels uit documentaire fotografie en affiches bestaat. Aangrijpend zijn de prachtige zwartwitfoto's die Koen Wessing in 1978 maakte tijdens de burgeroorlog in Nicaragua. Al is het wel vreemd dat ook deze serie tot de jaren zestig gerekend wordt.

Dergelijke keuzes zorgen ervoor dat de tentoonstelling een wat willekeurige indruk maakt. Typische jaren-zestig-kunstenaars als Andy Warhol, Yves Klein en Robert Rauschenberg ontbreken (al figureert de laatste wel op foto's van Ed van der Elsken). Maar daar staan verrassingen tegenover, zoals het televisieprogramma Global Groove (1973) van videopionier en Fluxus-kunstenaar Nam June Paik, waarin Allen Ginsberg op onnavolgbare wijze gedichten voordraagt. Of zoals de bijzondere collectie anti-Vietnam-posters, ooit door een Amerikaanse student aan het Stedelijk geschonken. De op goedkoop papier gestencilde leuzen hangen nu netjes ingelijst aan de museumwand. Wat eens een ondergrondse protestbeweging was, is inmiddels kunst geworden.

Tentoonstelling: Revolution in the Air - De Sixties en het Stedelijk. T/m 31 dec in het Stedelijk Museum, Paulus Potterstraat 13, Amsterdam. Dagelijks 11-17u. Inl: 020-5732911 of www.stedelijk.nl

    • Sandra Smallenburg