SPINNENWEBDRAAD MET KLEEFSTOF BESTAAT AL 130 MILJOEN JAAR

De oudste spinnenwebdraad ooit gevonden zit in een 130 miljoen jaar oud stuk barnsteen dat al in 1969 in Libanon is opgegraven. Het stuk barnsteen ligt in het Staatliches Museum für Naturkunde in Stuttgart. De Zwitserse bioloog Samuel Zschokke van de universiteit van Basel ontdekte dat een 4 mm lang draadje een stukje zijdedraad is, voorzien van lijmdruppeltjes die kenmerkend zijn voor webdraden van de spinnen uit de Araneoidea-familie.

Spinnen kunnen al zeker 410 miljoen jaar zijde spinnen. Dat is duidelijk uit bestudering van de spinorganen van fossiele spinnen. Het is echter onduidelijk wanneer spinnen webben gingen maken om er een prooi mee te vangen. De zijden draden zijn ook te gebruiken als `klimtouw' en om zwevend op de wind mee naar verre oorden te migreren. De Araneoidea's hebben ooit de kleverige webdraad geïntroduceerd. De prooi blijft dan in het web kleven, wat de vangsten enorm doet toenemen. Wanneer dat kleverig web voor het eerst is gesponnen was onduidelijk. De oudste fossiele, duidelijke Araneiodea is 190 miljoen jaar oud, maar daarvan weet niemand of hij lijmdruppeltjes aan zijn webdraden bevestigde.

Het draadje zit nog steeds in het barnsteen. Zschokke heeft dus nog niet chemisch aangetoond dat het om spinrag gaat. Maar de draaddikte (0,003 mm) en de vorm, grootte en rangschikking van de eveneens gefossiliseerde lijmdruppeltjes heeft iedere twijfel weggenomen.

Zschokke, een autoriteit op het gebied van spinnenwebconstructie en -evolutie, denkt dat de draad afkomstig is uit een web dat bestaat uit een paar kleverige draden die op hun plaats worden gehouden door niet-kleverige zijde. De kleefdraden in zo'n gumfoot web zitten vaak aan boomschors vast en hebben dus een zekere kans om in een harsdruppel te worden opgenomen. Barnsteen is gefossiliseerd hars. Voor de bekende wagenwielwebben is de kans kleiner dat kleverige draden in hars terechtkomen.