Poortugaal - Heerjansdam

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week door de grienden langs de Oude Maas.

,,Hier, het houtsnipperpad.''

,,Een houtsnip? Waar?'' De tijd dat de legendarische Anita kennis had aan een vogelaar mag ruim twee decennia achter ons liggen, op onverwachte momenten steken de oude reflexen de kop op. Niks houtsnip. Ik wilde alleen maar zeggen dat we het punt bereikten waar het routeboekje wil dat we rechts afslaan. De grienden in, want daarvoor zijn we hier, voor het wilgenbos aan de Oude Maas.

Er hangen grijze wolken. Later op de dag komt de zon daar doorheen, beloofde het weerbericht, maar zonder die zon is het al onversneden heet. Er is geen wind, het hoge riet langs de rivier staat stil en sluimert, het water beweegt omdat het niet anders kan. Zelfs de meeuwen hebben geen puf. Wij zweten en happen naar adem.

Soms komt de boel in beweging. Er rollen lange golven uit langs de rivieroever en het riet neigt, terwijl er bovenlangs een stuurhut voorbij schuift. Wijkt het riet, dan zien we vrachtschepen die `Turbulentie' heten of `Compromis', hun lange lijnen afgetekend tegen een einder vol silhouetten van hijskranen.

De grienden vallen niet tegen. Onder overhellende knotwilgen voeren smalle paden en houten bruggen door een koel gebied. Het ruikt naar moddergrond en het gorgelt van overlopend water in stroompjes vol kleine bruine vissen. Zo dichtbegroeid is het dat het groen met bloemetjes en al eerst door een weefgetouw gehaald lijkt en daarna hier uitgerold en geplaatst. Er doorheen kijken is alleen mogelijk waar het water zijn loop neemt in een sloot.

Tussen de twee griendgebieden speurt de legendarische Anita vergeefs naar een torenvalk: ,,Er zijn hier gewoon te weinig torens.'' We passeren een golfterrein. Glooiende, streng gecoiffeerde vlaktes, vrijwel verlaten – toch zonde. Plons: de enige die loopt (nou ja, loopt, hij pruttelt in zo'n karretje rond) te golfen kan er ook nog eens niks van. Aan de thee op het terras van de uitspanning bij de golfclub worden we weggekeken. Alle vooroordelen weer bevestigd, het is niet anders.

De nare types zijn snel vergeten in de Carnisse-grienden, waar de ongeknotte wilgen omzakken onder het gewicht van hun eigen takkenbossen en de geknotte wilgen de paden omvormen tot groene gangetjes. Onder Barendrecht, na de Heinenoordtunnel, volgt wat wandelcorvee in de brandende zon over een saaie weg, zonder zicht op de rivier. Terug bij de Oude Maas treffen we een grasstrand vol stretchers en gezelligheid. Zonnen en zoenen, en iedereen heeft het even warm.

15 km. Kaarten 31-34 (met een kleine, onderweg aangegeven, wijziging) uit: Oeverloperpad deel 1. Uitg. Wandelplatform-LAW, Amersfoort 2001.