Om te ploffen

Het hete zomerweer is niet voor iedereen even leuk. Bij hitte krijgt menigeen het te kwaad. Dat geldt vooral voor ouderen, chronisch zieken en mensen met hart- en vaatziekten.

Mensen die aan de hitte bezwijken hoeven niet per se een slechte gezondheid te hebben. Zo overleed enkele jaren geleden tijdens een hittegolf in Chicago een vrouw van 86 jaar die voor haar leeftijd nog goed gezond was. Om de hitte buiten te houden hield zij de ramen dicht, maar de temperatuur in haar woning liep gestaag op. Na een week kwam haar kleinzoon op bezoek. Hij vond haar bewusteloos in een hete ongeventileerde slaapkamer. In het ziekenhuis had de vrouw een lichaamstemperatuur van 42,2° C, haar hart was op hol geslagen en haar huid voelde droog, want zij transpireerde niet meer. Zij stierf kort daarna. Er werd autopsie verricht, waaruit bleek dat zij door oververhitting een beroerte had gehad. Datzelfde lot trof een kerngezond meisje van vijf maanden dat op een hete dag per ongeluk urenlang alleen in een afgesloten auto lag en een man van middelbare leeftijd die al enige tijd kampte met een verhoogde bloeddruk en overleed in een stoombad.

Wanneer iemand in oververhitte toestand wordt aangetroffen is onmiddellijk en drastisch handelen vereist. De patiënt moet naar een koele plaats worden gebracht, in natte kleren of lakens worden gehuld of in koud water worden gelegd. Dat moet echter wel met beleid, want als de patiënt begint te rillen van de kou loopt de lichaamstemperatuur weer op. De temperatuur mag ook niet te veel zakken, omdat de warmteregulatie van het lichaam zo verstoord is dat de oververhitting kan doorschieten in onderkoeling. Daarnaast moet het slachtoffer vocht en zouten toegediend krijgen.

Thermostaat

Deze maatregelen imiteren in wezen het normale koelmechanisme van het lichaam. Mensen zijn warmbloedige dieren. De warmte die bij de stofwisseling vrijkomt wordt deels gebruikt om de lichaamstemperatuur op 37 graden te houden. De temperatuur wordt bewaakt door een biologische thermostaat in de hersenstam. Deze regelt onder andere de stand van de stofwisseling en de bloeddoorstroming van de huid. De talloze kleine bloedvaatjes in de huid zijn de belangrijkste warmtewisselaar. Als de thermostaat de lichaamstemperatuur te laag vindt, krijgen deze vaatjes het commando te vernauwen. Er stroomt dan minder bloed door waardoor het warmteverlies beperkt wordt. De huid wordt er bleek of zelfs blauwig van. Is het lichaam te warm, dan worden de vaatjes juist wijder, zodat er meer bloed stroomt dat warmte aan de buitenlucht afgeeft. Daarom lopen mensen die het warm hebben rood aan. Daarnaast worden ook de zweetklieren geactiveerd. Het zweet in de zweetporiën en op de huid verdampt en onttrekt daarbij warmte aan het lichaam. Verdamping is ook mogelijk via de ademhaling. Honden die het warm hebben zijn hier zelfs grotendeels afhankelijk van, wat goed te zien is aan hun amechtige gehijg.

Hoe warmer de omgeving is, hoe moeilijker het is om warmte aan de omgeving kwijt te raken. Komen de buitentemperaturen boven de 37° C, dan neemt een lichaam bovendien warmte op. Hetzelfde gebeurt met direct ingestraalde zonnewarmte (en warmte van kachels en fornuizen) Dan bestaat gevaar van oververhitting. Door overmatig zweten treedt vocht- en mineralenverlies op; zweet smaakt niet voor niets zout. Het verlies kan fors oplopen bij forse lichamelijke inspanning, of als de lucht behalve heet ook vochtig is. Het lichaam produceert dan al snel zoveel zweet dat het niet meer verdampt, maar langs het lichaam wegstroomt. Zweet dat niet verdampt koelt niet, maar door het vochtverlies neemt het bloedvolume af. Op een gegeven moment is dit zo laag dat het lichaam een noodmaatregel treft en de vitale organen prioriteit bij de bloedvoorziening krijgen. De huid hoort daar niet bij. Wanneer iemand met een rood hoofd van de warmte ineens vanaf de neus wit wegtrekt, is dat een niet te veronachtzamen alarmsignaal. In een later stadium krijgen ook maag en darmen minder bloed en wordt ook het mineralenverlies merkbaar door krampen, misselijkheid, braken, duizeligheid en flauwvallen. Zo'n patiënt is door de hitte bevangen, lijdt aan warmte-uitputting of een zonnesteek, maar hoeft niet per se onbeschermd in de brandende zon te hebben gelopen.

Hitteberoerte

In een volgend stadium stopt de zweetproductie omdat het lichaam geen water meer kan missen. Het hart kan het bloed alleen nog maar met de grootste moeite rondpompen en er ontstaat zuurstofgebrek in delen van de hersenen. Bewustzijnverlies, hartritmestoornissen en de dood zijn het gevolg. Dit eindstadium, hitteberoerte genaamd, kan snel intreden.

Tussen 1996 en 2001 stierven in ons land 20 mensen met `natuurlijke warmte' als primaire doodsoorzaak. Daarnaast leidt warm weer tot een veel grotere oversterfte onder risicogroepen, met name ouderen. Deze overlijden echter zelden aan hitte alleen, maar meestal aan hart- en vaatziekten of longziekten. Dat komt doordat de gezondheid van ouderen per definitie broos is. Organen en lichaamsfuncties doen het nog wel goed genoeg voor een gezond bestaan, maar dat bestaan is kwetsbaar. Verouderingsprocessen en chronische ziekten laten hun sporen na. Veel ouderen zijn sowieso licht uitgedroogd, terwijl vitale organen als hart, longen en nieren niet meer optimaal functioneren. De extra belasting voor deze organen tijdens een hittegolf kan net voldoende zijn om de broze gezondheid voorgoed te ondermijnen. De oversterfte tijdens hittegolven blijft nog een paar dagen bestaan als de ergste warmte alweer voorbij is.

Thuiswonende ouderen doen er het best aan om de warmte zoveel mogelijk te mijden en meer dan de normale hoeveelheden te drinken. Het kan geen kwaad om hen in deze dagen extra te bezoeken om problemen tijdig op te merken. En dan de Amerikaanse oplossing: gezondheidsautoriteiten in Chicago hebben voorgesteld armlastige ouderen van gemeentewege een airconditioner te lenen om hittegolven gezond door te kunnen komen.