Maatregelen tegen lage waterstand

Door het warme weer en de aanhoudende droogte heeft Nederland te kampen met een lage waterstand. Het ministerie van Verkeer en Waterstaat en de waterschappen nemen maatregelen om het water in de binnenwateren vast te houden. De laatste keer dat het ministerie deze maatregelen nam, was in 1991.

Gisteren zijn de schuiven in de Afsluitdijk dichtgedaan. Vandaag wordt het gemaal in de Meern in werking gesteld. Het gemaal pompt water vanuit het Amsterdam-Rijnkanaal in de Leidsche Rijn richting Woerden en Breukelen. Volgens een woordvoerster van het ministerie van Verkeer en Waterstaat moet het water voorkomen dat de veenbodem daar door uitdroging gaat verzakken. Volgens haar is het de eerste keer dat het twaalf jaar oude gemaal in werking treedt.

Het ministerie besloot tot de maatregelen nadat de watertoevoer bij Lobith gisteren het kritische punt van 1.100 kubieke meter per seconde had bereikt. Volgens de woordvoerster gebeurt dit wel vaker, maar meestal in het najaar. Dan is het minder erg, want dan is de verdamping minder groot.

In Zeeland, grote delen van Noord-Brabant, het noorden van Limburg, de Gelderse Vallei, grote delen van Twente en het midden van Overijssel hebben de waterschappen een beregeningsverbod ingesteld. Het verbod geldt vooralsnog voor onbepaalde tijd. In de Randstad en het rivierengebied wordt dringend verzocht zo min mogelijk te sproeien.

Een te lage waterstand moet volgens de Unie van Waterschappen voorkomen worden omdat die schade kan toebrengen aan de waterkeringen. ,,Als oevers en dijken te droog worden, kunnen ze afbrokkelen, waardoor ze instabiel worden'', zegt een woordvoerder.

Met behulp van de maatregelen hebben de waterschappen het waterpeil volgens de woordvoerder redelijk onder controle. De kwaliteit van het opppervlaktewater gaat echter wel achteruit.