Loyaliteit gaat vóór alles bij Merrill Lynch

Is het tijd om de aandacht te verschuiven van onverdedigbare beloningen voor falende topmensen naar ongerijmde straffen voor succesvolle managers? Niemand zal betwisten dat zakenbank Merrill Lynch in het eerste halfjaar fantastische resultaten heeft geboekt. Weinigen zullen het ermee oneens zijn dat de prestaties, die de economische inzinking trotseren, in de eerste plaats verklaard kunnen worden uit een slimme, alerte bezuinigingsoperatie en een reusachtige stijging van de omzet uit de zakenbankactiviteiten.

Hoe kunnen het klaarblijkelijk gedwongen vertrek van Thomas Patrick, de tweede man van de bank die in het personeelsbestand sneed, en van Arshad Zakaria, die de divisie voor zakenbankactiviteiten leidde, daarmee in overeenstemming worden gebracht?

Mogelijke verklaringen voor hun vertrek zouden kunnen zijn dat Patricks kwaliteiten niet langer nodig waren en dat de kiene wiskundige Zakaria niet goed was in het omgaan met klanten. Maar zelfs mensen die het graag voor Merrill opnemen, gebruiken deze argumenten zonder enige overtuigingskracht. Het vertrek van beide mannen is gewoon een uitvloeisel van botte kantoorpolitiek.

Patrick tartte topman Stan O'Neal door zijn 42-jarige protégé Zakaria als kandidaat-president naar voren te schuiven. Hij bleef daarmee doorgaan, zelfs nadat O'Neal in het openbaar een duidelijk 'nee' had laten horen. En Zakaria zelf vertrouwde collega's zelfverzekerd toe dat hij verwachtte O'Neal te zullen opvolgen. Patrick kan hebben gedacht dat hij er recht op had als beschermheer van Zakaria op te treden, nadat hij twee jaar geleden O'Neal terzijde had gestaan in diens strijd om topman te worden.

Maar O'Neal beoordeelde dat optreden als disloyaal en meende dat zijn geloofwaardigheid op het spel stond. Degenen die zijn gezag hadden uitgedaagd moesten verdwijnen.

O'Neal zal zijn reputatie dankzij dit machtsvertoon vermoedelijk bevestigen. Grote ego's hebben er blijkbaar baat bij als anderen de nekslag krijgen. Maar ook al zou dit soort absolutisme het goed doen onder zakenbankiers, aandeelhouders doen er verstandig aan er nog eens zorgvuldig over na te denken. Monopolies zijn niet doelmatig, net zo min bij het nemen van beslissingen als bij het vervaardigen van producten. Leiders moeten met kritiek kunnen omgaan.

O'Neal kan slechts met de eer voor de resultaten van Merrill gaan strijken, omdat zijn ondergeschikten hem daartoe in staat hebben gesteld. Het geluid van rollende koppen bij een buitengewoon goed presterend bedrijf moet de aandeelhouders aan het schrikken maken. Caligula benoemde zijn paard tot senator om te bewijzen dat hij de baas was. De komende tijd moeten beleggers in Merrill goed luisteren of zij gehinnik horen.

Onder redactie van Hugo Dixon.

Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com.

Vertaling Menno Grootveld.