Langs zandplaat en zeehond

Met een groep zeekajakkers kampeerde Michiel van Nieuwstadt op een zandplaat ten oosten van Schiermonnikoog.

Klaas Hofman praat over de Waddenzee zoals een ander over zijn achtertuin. ,,Langs deze zandbank had ik eerst een kleine inham, maar die is nu verdwenen'', zegt hij, wandelend langs de waterlijn van Simonszand, een uitgestrekte zandplaat ten oosten van Schiermonnikoog. Alsof hij onlangs besloten heeft hier een nieuw perkje aan te leggen.

Zeekajakker Hofman heeft enig recht van spreken. Al ruim tien jaar jaar leidt hij hier groepen en groepjes mensen langs eilanden, stromingen en zandplaten in een van de kleinste zeewaardige vaartuigjes ter wereld. Jaarlijks peddelt hij op deze wateren zo'n vijftienhonderd kilometer. Wie zich op het verkeerde been laat zetten door de gesoigneerde grijze scheiding en wat stugge eerste omgang van deze Groninger wordt verrast door het enthousiasme dat loskomt als Hofman begint te doceren over `zijn' Waddenzee. Met ontbloot bovenlijf leunt hij achterover tegen zijn kajak en gebruikt het zand naast zich als schoolbord.

Kokkelvissers en zeehondenvirussen ten spijt, zegt Hofman, is er hier in het afgelopen decennium weinig veranderd. Ja, de zandplaten natuurlijk en de structuur van de eilanden. Hofman schrijft met een vinger in het zand: zo lopen de stromingen. Hier wordt het zand weggeslagen, daar wordt het afgezet. Zo beweegt Schiermonnikoog zich langzaam naar het oosten en verdwijnt het oostelijke Rottummeroog langzaam onder water. Even verder naar het oosten is de Duitse zandbank Kachelotplate zo veel aangegroeid dat het onlangs de status van Waddeneiland heeft gekregen.

Na een stoomcursus van een dag mag de verslaggever bij wijze van uitzondering met ervaren kajakkers mee. De groep vertrekt vanuit Termunterzijl (aan de oostzijde van de Dollard) voor een overnachting op Simonszand, een zandplaat waar de eerste duinen met helmgras zich enkele jaren geleden hebben aangediend. Hofman plant zijn omzwervingen tot op het kwartier nauwkeurig, zo dat de juiste getijdestroom in het goede geultje de bootjes op het gewenste moment naar het einddoel spoelt. Direct richting bestemming peddelen is hier een heilloze strategie. ,,Natuurlijke krachten bepalen waar je heengaat'', zegt Hofman. ,,Dat spreekt veel mensen aan in onze geprogrammeerde maatschappij.''

Wie zeekajakt zit letterlijk en figuurlijk dicht op het water. Golven van minder dan een meter zijn imposant. Een boei waarop je koers houdt verdwijnt algauw achter de horizon. Zelfs kleinere golfjes spoelen zachtjes maar nadrukkelijk over je schoot – die wordt beschermd door een spatzeiltje rondom het middel.

Geen wonder eigenlijk dat veel andere watersporters zeekajakkers als `vreemde snuiters' beschouwen. Wie gaat er nu met zo'n klein bootje in de golven? Ook met de vogelbeheerders leven de kajakkers op gespannen voet. ,,Natuurlijk willen ook wij dat dit alles behouden blijft'', zegt Hofman. ,,Maar we willen er ook van genieten. Je mag bijna nergens meer komen, terwijl je met zo'n kajak toch veel minder inbreuk maakt dan met een motorbootje.'' Behalve op Simonszand gedoogt de overheid (kajak)kampeerders volgens Hofman ook op Engelsmanplaat.

Een zeekajak die water schept blijft drijven dankzij waterdichte compartimenten. Hij is ook veel sterker en stabieler dan een kano of kajak voor binnenwater. In de vele droge opbergruimtes zit onder meer een vuurpijl voor hulp in noodgevallen opgeborgen en de boot is voorzien van grijplijnen die redding kunnen bieden als de kajakker omslaat.

Als het water vlak is glijdt de boot geruisloos voort. Aalscholvers duiken weg, maar het spoor van belletjes dat ze achterlaten blijft binnen handbereik. Op zijn thuisbasis in het Groningse Wirdum heeft Hofman foto's van zeehonden die bijna in de boot kruipen. Op basis van de vertederende kopjes valt niet te bepalen wat ze komen doen; zijn ze nieuwsgierig, of naderen ze alleen maar omdat ze indringers uit hun territorium willen verjagen?

Hofman speurt het water af, op zoek naar wervelingen in het water of samenscholende vogels die ondieptes markeren. Waar het water nog maar tot kniehoogte reikt, is een plek voor pauzes, het favoriete moment voor de beginnende en dus snelvermoeide kajakker. Er is een lunch met koffie, terwijl de kajak waar je schrijlings op zit zachtjes over de zandbodem schuurt. Een zeehond komt een kijkje nemen.

Met ruim twintig man is de groep die dit weekeinde op Simonszand kampeert groot, veel groter dan Hofman lief is. Hij prefereert een gezelschap van zes tot acht mensen, maar heeft niemand teleur willen stellen. Sinds Hofman stopte met zijn reclamebureau schippert hij met zijn zeekajakschool tussen hobbyisme en de commercie. Even voor het vertrek van de met kajakken beladen auto's uit Wirdum wekte een van de deelnemers zijn irritatie door te spreken van `een volksverhuizing', de vinger op de zere plek.

Toch valt er ook in deze grote groep te genieten van de romantiek van kamperen op een zandplaat. We eten zeekraal, geplukt bij het uitvaren, en bakken verse kokkels (met uien en knoflook), uit het zand gegraaid in een laatste ebstroompje. Sommige tochtgenoten pakken het heel anders aan en hebben geprofiteerd van de grote bagageruimte die een zeekajak te bieden heeft. Zij kamperen Bourgondisch, met champagne, flessen wijn en een keur aan borrelhapjes.

Vijftigplussers zijn hier in de meerderheid, maar er zijn ook jonge enthousiastelingen. De kajakkers lijken elkaar allemaal te kennen en ze hebben veel te bespreken; over eskimoteren bijvoorbeeld, en de spectaculaire technieken waarmee ze zich hebben gered uit hoge golven. Het is moeilijk vast te stellen of de Groningse humor of juist die van de kajakkers de boventoon voert. 's Ochtends voor het vertrek heeft Hofman al kamers met uitzicht op zee, stromend water en zelfreinigende toiletten beloofd. 's Nachts nadert het opkomende water de kampeerders tot op enkele meters. Een onvakkundig opgezet tentje klappert vervaarlijk. Maar als je om zes uur 's ochtends je tent openritst, is daar ter compensatie een eindeloos lege zandplaat met een juist opgekomen zon aan de horizon.

Met een kajak kun je bijna overal komen en dat is een van de charmes van de sport. In het boek De Gelukkige Eilanden schetst Paul Theroux een romantisch en aanlokkelijk beeld van de vele mogelijkheden van de zeekajak. Met een opvouwbaar model (voor in het vliegtuig) bezoekt de beroemde reisauteur een reeks eilanden in de Stille Zuidzee, waaronder nogal wat plaatsen waar een zeilboot zich waarschijnlijk niet zou wagen.

Het zeekajakcentrum van Hofman heeft een tweede vaste uitvalsbasis in de Algarve (`de Portugese Wadden'), maar deze meest Groningse zeekajakkers zien weinig reden om de hele wereld te verkennen. Ons Nederlandse wad is immers `elke dag anders'. Zo heeft Hofman zich aan de betrekkelijk nabijgelegen kajakgebieden van de Duitse Oostzeekust nog nooit gewaagd: ,,het is hiér toch ook prachtig, waarom zou je dan een enorm eind gaan rijden''.

www.wirdumerklap.nl