Lach en traan in het hoerenbestaan

Soms doet het er niet meer toe of een film goed of slecht was – dan is er inmiddels zo veel geschiedenis aan verbonden dat goed of slecht er nauwelijks meer toe doen. Dan gaat het er veel meer om hoe jong ze toen allemaal waren, bijvoorbeeld, en wat er verder nog voor hen in het verschiet zou liggen. Neem het kassucces Wat zien ik, uit 1971, dat met ruim 2,5 miljoen bezoekers nog steeds de vierde plaats bezet op de lijst van best bezochte Nederlandse films aller tijden. Want kijk eens hoe onschuldig zelfs de Amsterdamse hoerenbuurt er toen nog uitzag, en wie er allemaal hun beste krachten aan die film hebben gewijd.

Paul Verhoeven had zojuist de tv-serie Floris gemaakt, die vooral opviel door een on-Nederlands soort avonturenstijl. NOS-employé Gerard Soeteman was de scenarist van die serie. Rob Houwer was een beginnend cineast, die een groot producent wilde worden. En hij besloot een film te maken op basis van de uiterst populaire boekjes Wat zien ik en Haar van boven, waarin de artiest Albert Mol allerlei verhalen had opgetekend van een Amsterdamse hoer. Die verhalen gingen vooral over de bizarre wensen van diverse vaste klanten. Zoals de man die, naakt op een dienstersschortje na, aan zijn gerief kwam als hij de boel met een plumeau mocht komen afstoffen. Voor zulke pikanterieën bestond in de maalstroom van de jaren zestig een groot afzetgebied. Geen zorgelijke verhandelingen over prostitutie, zoals ze een decennium eerder nog opgeld deden, maar een lach en een traan in het hoerenbestaan. Toffe meiden en malle mannen.

Wat zien ik is, kortom, het debuut van het trio Verhoeven, Soeteman en Houwer, dat naderhand in de schaduw is komen te staan van Turks fruit, Soldaat van Oranje en hun andere hits. Maar met deze schilderachtige knaleffecten, in de bonte kleuren van cameraman Jan de Bont, is het allemaal begonnen. Met een mooie hoofdrol van Ronny Bierman, destijds een veelbelovend cabaretière en musical-actrice, die al in 1984 – toen ze nog maar 45 was – aan kanker overleed. En een alleraardigst jongensachtige Piet Römer als haar vrijer.

Verhoeven en Soeteman hebben zich later, toen ze zich dat konden veroorloven, nogal laatdunkend over hun eersteling gesproken. Die boekjes van Albert Mol vonden ze maar niks, ze hadden het alleen gedaan vanwege de kans die hun werd geboden om een grote amusementsfilm te maken. Maar van tegenzin is weinig te merken. Integendeel: zo veel flair had Nederland toen nog maar zelden gezien.

Wat zien ik, TROS, Ned.2, 21.50-23.20u.