Indianen in T-shirt van Greenpeace

De Deni-indianen vierden deze week de officiële grensafbakening van hun reservaat in het Amazone-gebied van Brazilië.

De Deni-indianen hebben een reputatie. Ze leven en werken om te feesten, wordt er verteld over deze krap zevenhonderd leden tellende stam. De indianen wonen – over zeven nederzettingen verspreid – in het westelijk, meest afgelegen deel van het Braziliaanse Amazonegebied. En vrolijk zijn ze als ze de bezoekers – autoriteiten, milieubeschermers en journalisten – ontwaren die na vier uur vliegen met een watervliegtuig vanuit Manaus in zuidwestelijke richting en een tocht van evenzoveel uur per rubberboot ruim duizend kilometer door eindeloos maagdelijk bos hebben overbrugd. De Deni staan joelend en giechelend aan de oever van de Xeru-rivier.

De blijdschap is begrijpelijk en niet alleen omdat ze regelmatig een snuif nemen van hun zelfgemaakte drug van verpulverde boomschors en tabaksbladeren. De Deni vieren deze week dat er na een jarenlang bureaucratisch gevecht een eind is gekomen aan de officiële grensafbakening van hun leefgebied. Een reservaat dat zo groot is als eenderde deel van Nederland. Door de markering met borden heeft het gebied een officiële status en is het beter beschermd tegen de invasie van houtkappers.

Het Deni-dorp bestaat uit een dertigtal open rieten huizen die in een cirkel om een plein staan dat tevens dienst doet als voetbalveld. De Deni zijn klein en opvallend jong, gemiddeld een jaar of 25. Veel meisjes van een jaar of twaalf lopen met hun baby op de arm. Deni-vrouwen worden uitgehuwelijkt na de eerste menstruatie. Mannen en vrouwen hebben hun gezicht feestelijk beschilderd met de rode kleurstof van de urucun-vrucht. Een verf die ze ook aanbrengen op het gezicht van hun gasten. Het beloofde feestmaal blijft evenwel uit. De indianen hebben de dertien wilde zwijnen die ze in het weekeinde ter opluistering van de festiviteiten wisten te schieten en twee kano's vol met vis meteen na de bereiding opgegeten. Pluk de dag.

Ongeveer drie miljoen indianen, verspreid over zo'n 250 stammen, leefden in het Amazonegebied toen de Portugezen vijfhonderd jaar geleden het gebied bereikten. Nu zijn er nog zo'n 300.000 in 170 stammen die voor de helft al een officieel reservaat hebben. Naar schatting dertig volkeren leven in volledige afzondering.

Ook de Deni wonen totaal geïsoleerd van de blanken, maar ze zijn wel enigszins vertrouwd met ze. Sinds 1940 hebben ze zaken gedaan met rubbertappers en houtkappers, waardoor ze nu bijvoorbeeld afhankelijk zijn van westerse producten als zout, koffie en suiker. De enige luxe in het dorp is een collector voor zonne-energie waarmee ze de accu opladen. De stroom gebruiken ze voor de cassetterecorder met Braziliaanse muziek waar ze onhandig op dansen. En ze dragen tweedehandskleren, soms met het logo van een Duitse supermarkt.

Vanaf deze week lopen bijna alle Deni-indianen evenwel in een nieuw groen T-shirt van de milieubeweging Greenpace met daarop de tekst `Nossa Terra', onze grond. Ze kregen de kleren bij de feestelijke afronding van een opmerkelijke samenwerking tussen Greenpeace en de indianenstam. De milieubeschermers hebben de afgelopen twee jaar de indianen geholpen bij de afbakening van het Deni-reservaat. Bescherming was nodig omdat het Maleisische houtkapbedrijf WTK een belangrijk deel van het gebied dreigde te ontginnen.

,,Voor Greenpeace betekent het Deni-project een belangrijke koerswijziging. Niet langer protesteren we alleen tegen de schadelijke activiteiten van bedrijven en autoriteiten maar zoeken we samenwerking, vertelt de Braziliaan Paulo Adario, verantwoordelijk voor de Greenpeace-campagnes in het Amazonegebied waarvoor het internationale hoofdkantoor in Amsterdam de laatste drie jaar zo'n 3,5 miljoen euro heeft uitgetrokken. ,,De indianen in het Amazonegebied hebben constitutioneel recht op twintig procent van het gebied en de ervaring leert dat zij het bos beter beschermen. In totaal is zo'n 17 procent van het Amazonegebied vernietigd, in indianenreservaten slechts een procent. Het helpen van de indianen is daarom de beste bescherming voor het bos, aldus Adario.

De samenwerking was voor beide partijen nogal wennen. ,,De Deni hadden geen idee wat Greenpeace was. `Green' zegt ze niets omdat ze heel veel kleuren groen kennen. Het woord `Peace' bleken ze ook niet te kennen maar wel het begrip niet-vechten'', zegt Adario.

Greenpeace is overigens niet van plan vanaf nu andere indianenstammen te helpen om hun grondgebied officieel te helpen markeren en registreren. Dat is ten slotte een overheidstaak en het is ook te bewerkelijk en kostbaar. Deze week vroegen de Deni of Greenpeace ook een boot kan leveren zodat de indianen zieken naar een ziekenhuis kunnen vervoeren. De bezoekende minister kreeg het verzoek om een aluminiumdak voor het dorpshuis. Het traditionele vlechten met riet vinden de Deni te bewerkelijk.

Greenpeace worstelt met het dilemma in hoeverre je de indianen moet helpen bij het verder vertrouwd maken met de westerse `beschaving'. Er is een stroming die vindt dat de indianen beter af zijn met zo min mogelijk contacten met anderen. Sommige indianen laten ook nog nadrukkelijk blijken de buitenwereld als vijand te zien. De naburige Corubo-stam heeft in 1996 nog 26 mensen doodgeknuppeld die vanuit Manaus waren gekomen om contacten te leggen.

Voor de minister van Milieu van de staat Amazonas, Virgílio Viana, is er evenwel geen weg meer terug. ,,Je kunt de indianen niet het recht ontzeggen op bijvoorbeeld een betere toegang tot de gezondheidszorg of onderwijs. De contacten tussen blanken en indianen zijn een historisch feit. Daar moeten we mee leren leven.''

Eerste artikel van een tweeluik over indianen en het Amazonegebied.