Hollands Dagboek: Mohammed Abkadiri

Mohammed Abkadiri is sociaal-psychiatrisch verpleegkundige. Met een collega van Riagg rijnmond noord west werkt hij tijdelijk in Marokko. Ze begeleiden psychiatrische patiënten uit Rotterdam die daar op familiebezoek of met vakantie zijn. Het project zorgde voor ophef, vooral in kringen van Leefbaar Rotterdam.

Woensdag 30 juli

Vandaag alweer een warme dag: 38 graden! Een volle agenda. De eerste afspraak stond om 09.30 uur bij een patiënt thuis. Hij heeft een psychotische stoornis. Ik geef hem zijn tweewekelijkse injectie. Zijn ouders zijn blij met onze aanwezigheid. De afgelopen jaren waren er altijd grote problemen. Voor medicijnen moest hij naar het grote algemene ziekenhuis. Dat weigerde hij. Hij sloeg dan helemaal op tilt van angst. Zonder medicatie raakt hij ontregeld. Hij vertrouwt mij. Voor het eerst hebben ze nu als gezin een redelijk rustig verblijf in Marokko.

De laatste tijd proberen we eigenlijk noodgedwongen zoveel mogelijk patiënten in ons hotel of in een café te zien. We hebben ons namelijk verkeken op de huisbezoeken. We hebben de daarbij horende Marokkaanse beleefdheid en traditie onderschat. Zijn we dan toch zo vernederlandst? Inclusief de reistijd en de ontvangst met thee door de hele familie kost een bezoek al met al gemiddeld drie uur. Die tijd hebben we niet. Dus alleen in gevallen waarin het niet anders kan gaan we bij de patiënt zelf langs, zoals vandaag. Anders zoeken we andere plekken om af te spreken.

Onderweg wilde ik mijn kleding bij de wasserette afhalen, zoals ik gisteren afgesproken had met de eigenaar. De wasserette was dicht. Het bleek vandaag het troonfeest te zijn. Ik baal behoorlijk. Nu moet ik morgen 70 kilometer extra rijden om mijn spullen op te halen. Tot overmaat van ramp duurde mijn reis naar mijn patiënten in Tetouan uren. De koning is vandaag in Tetouan en dan zetten ze doodleuk alle belangrijke toegangswegen af.

Donderdag

Vandaag waren de meeste wegen in Tetouan nog steeds afgesloten, de koning was kennelijk nog niet vertrokken. Ik raakte geïrriteerd. De hitte is maar moeilijk te verdragen. Ik moest naar Azila en liep een vertraging op van ruim anderhalf uur.

Bij een patiënt die kampt met een chronische schizofrenie tref ik een hele familiedelegatie aan. Ooms en tantes zijn ook aanwezig. Een tante vond ons werk maar onzin. Vroeger ging het toch ook zonder de Riagg? Ze deed me aan Sørensen denken, onze opponent van Leefbaar Rotterdam. Gedecideerd, maar zonder kennis van zaken. Zij vond die medicijnen maar Europese onzin. Ze was behoorlijk moeilijk te overtuigen en het gesprek vond meer met haar plaats dan met mijn patiënt. Dit bevestigde voor mij weer dat onze aanname over dit project klopt. Patiënten staan in Marokko erg onder invloed van hun familie. Als we die meekrijgen, helpt dat de behandeling.

Vrijdag

Vandaag hielden wij spreekuur in een theehuis bij een markt (souk) in een dorp in het noorden van Marokko. Overal roepen de verkopers luidkeels de prijs van hun spullen. De één verkoopt groenten, een ander weer hout. Ook de traditionele tandarts en de traditionele genezers zijn van de partij. Vandaag dus ook de Riagg.

Aan de lopende band hadden we afspraken met patiënten. We zaten een beetje aan een achteraftafeltje. Het was weer eens wat anders, maar niet ideaal. Ik had veel last van de herrie om ons heen. Twee vertegenwoordigers van de overheid in burger werden nieuwsgierig. Waar we mee bezig waren. Ze reageerden positief. De aanbevelingsbrief van de consul deed voor de zoveelste keer zijn werk.

Toen we naar de auto liepen, kwamen wij een zwakbegaafde jongen tegen. Hij vroeg en kreeg een ijsje. Hij bleef met ons meelopen. Een eindje verderop kwamen wij een bedelende vrouw met haar zoontje tegen. En wat gebeurt er? De jongen geeft zijn ijsje aan het kind! Het raakte me. Ik voel me trots als Marokkaan en denk aan een van de Arabische wijsheden die we als kind leerden: ,,Wie niet geeft van weinig, geeft ook niet als hij veel heeft.''

Zaterdag

In ongeveer vijf weken hebben we nu al zo'n 110 patiënten uit Nederland gezien, van wie 65 nieuw aangemeld uit alle hoeken en gaten van Marokko.

Ik kreeg net een telefoontje binnen: ouders van een patiënt zijn erg in paniek, hun zoon slikt medicijnen voor zijn depressieve stoornis en heeft te veel medicatie ingenomen. Ik schat het in als theatraal. Het is geen suïcidepoging. Ik overleg met een Marokkaanse psychiater. Hij is het met me eens. Ik stel de ouders gerust en de patiënt mag twee dagen geen pillen slikken.

Vanochtend een patiënt gesproken die met zijn hele familie onderweg in Spanje een auto-ongeluk heeft gehad. Iedereen was in slaap gevallen. Gelukkig waren er geen zwaargewonden, maar de auto is twee keer over de kop gegaan. Mijn patiënt is verward en angstig. Eerst heeft hij een alternatief genezer benaderd en die raadde aan met de medicatie tegen zijn depressie te stoppen. Nu komt hij bij mij voor advies. We hebben afgesproken dat hij met de behandeling bij de alternatief genezer doorgaat, maar dat hij wel zijn medicijnen blijft slikken.

Zondag

De vermoeidheid doet zich gelden. Vandaag ben ik wat boos en teleurgesteld. Brahim en ik hebben veel offers gebracht, we zijn gemotiveerd en willen iets voor ons land en onze patiënten doen. Maar ik heb het ook moeilijk, ik mis mijn gezin dat ik de hele zomer niet zie. Vandaag waren we in een bergdorp en werden weer vol wantrouwen benaderd: ,,Oh, daar heb je die Marokkanen uit Nederland, die komen natuurlijk controles uitvoeren en bellen dan naar de sociale dienst in Nederland!''

Ik voel me dan toch ook wel ontheemd. Je bent toch anders dan de Marokkanen die in Marokko wonen. Ik betaal ook overal ,,te veel''. Ik kan niet eens meer onderhandelen. Mijn oude trucjes werken niet meer.

Tussen alle telefoontjes vandaag een bijzondere. Op weg naar het binnenland belde een jongen uit een klein dorp namens twee andere families. Hij was de enige met een telefoon. Of we langs konden komen. De beste afspraak volgens hem was onder een olijfboom bij een bron direct na een brug. We reden er twee keer voorbij. Toen vonden we de boom. Inderdaad, tussen de mensen uit een dorp een paar kilometer verderop, die daar water kwamen halen, herkenden we onze Rotterdamse patiënten!

Maandag

Peter van Loon, psychiater en hoofd van onze afdeling Transculturele hulpverlening in Rotterdam, belde. Twee klussen. Een nieuwe verwijzing van een psychiatrisch ziekenhuis in Rotterdam. Een patiënt is met ontslag gegaan en meteen naar Marokko vertrokken. Ik krijg de uitslag van het bloedonderzoek dat zij gedaan hebben. Of ik hem wil opzoeken en hem onder meer wil uitleggen dat hij meer moet slikken. Een tweede verzoek is van de jeugdzorg in Utrecht. Een jonge Marokkaan met problemen in Nederland werd door hen opgevangen. Hij gaat nu terug. De vraag is of ik hem wil oppikken. Ze faxen het dossier.

Vandaag ook met de familie van een patiënt met een psychotische stoornis gesproken die helemaal in paniek geraakt was na een bezoek aan een alternatief genezer met zijn ouders. De alternatief genezer had 's morgens geadviseerd om op de markt een kip van een bepaalde kleur te kopen en die boven de nek van mijn patiënt te slachten. Dat wilden ze 's middags meteen uitvoeren, maar de patiënt wilde niet meewerken. Hij kreeg ruzie met zijn familie. Daarbij sloeg hij zijn moeder en zus. Gelukkig heb ik de familie weten te overtuigen om de situatie nog even aan te zien en het advies van de genezer niet meteen op te volgen. Ik houd contact met ze.

Aan het eind van de dag, rond vijf uur, vertrokken richting Casablanca, het lijkt maar niet af te koelen!

Dinsdag

De telefoon stond weer niet stil vandaag. Mensen weten ons in ieder geval te vinden. Een Marokkaanse arts uit Casablanca belde. Zij komt binnenkort voor een half jaar bij onze Riagg werken. Ze informeerde naar onze ervaringen en bood nu aan om te helpen als dat nodig is. Ze kijkt uit naar onze samenwerking in Nederland.

Vandaag een vrouw aan de lijn die op het vliegveld nu al een dag en een nacht wordt vastgehouden. Ze is al jaren geleden gescheiden van haar Marokkaanse echtgenoot voor de Nederlandse wet, maar niet voor de Marokkaanse. Ze ging op advies van haar psychiater in Drenthe voor het eerst sinds jaren haar familie in Marokko opzoeken. Haar ex-man heeft er zacht gezegd voor gezorgd dat ze het land niet inkomt. De vrouw is helemaal over haar toeren. Haar psychiater had ons telefoonnummer meegegeven voor als het mis zou gaan. Ik probeer haar snel te zien te krijgen.

Straks, aan het eind van de middag, vertrek ik weer naar Tanger. Dan heb ik eindelijk mijn auto weer. De autoriteiten hebben hem weggesleept en ik heb er tussen alle klussen door vandaag de hele dag over gedaan om hem terug te krijgen. De commissaris moet de officiële papieren persoonlijk ondertekenen en hij is er pas na vijven. Een hele dag ellende, en waarom? Ik ben deze werkwijze niet meer gewend.

Woensdag 6 augustus

Alweer de laatste dag van dit dagboek. Een kennismaking met nieuwe ontwikkelingen in mijn werk. Sociale psychiatrie is zo'n halve eeuw geleden ontwikkeld als aanvulling op de bestaande klinische psychiatrie. Klinisch betekende toen een behandeling in de serene rust van een ziekenhuis op grote afstand van de familie en de dagelijkse hectiek van het bestaan. Die afstand kon toen wel een dag reizen zijn. Sociale psychiatrie moest die afstand overbruggen en zorg leveren in het eigen leefmilieu. Tegenwoordig is het motto dat alle zorg zo dicht mogelijk bij de patiënt thuis moet worden aangeboden. Maar het begrip `thuis' is veel dynamischer dan 50 jaar geleden. In multicultureel Rijnmond hebben veel patiënten hun `thuis' op meer plaatsen op de wereld. Voor de Riagg rijnmond noord west bestaat het `sociale' van de psychiatrie anno 2003 eruit dat er ook contacten zijn met de familie in het buitenland, die veel invloed heeft op het reilen en zeilen van de patiënt. Dat we samenwerken en samen deskundigheid ontwikkelen met de lokale hulpverleners op relevante plekken op de wereld. En dat Nederlandse hulpverleners iets proeven van het milieu waar hun patiënten uit komen. Ook al is het net als vroeger soms wel een dag reizen ver. Brahim en ik hebben geprobeerd `kwartier te maken' in het Rifgebied. We hopen dat anderen volgen.