Gaskoorts

In de Verenigde Staten wordt een taaie strijd uitgevochten over `The Rocky Mountain West'. De regering wil er zo veel mogelijk olie, gas en hout uithalen om minder afhankelijk te zijn van buitenlandse energie. De cowboymythe versus ruimte, wildernis, schoon water en stilte.

Als iemand een echte cowboy is, dan mijn man wel.'' Mary Brannaman zegt het zonder nadruk of dweperigheid. Zij weet wat het betekent: Buck is het grootste deel van het jaar niet thuis. Hij demonstreert ergens in de Verenigde Staten hoe je met paarden omgaat. Brannaman stond model voor het boek en de film die wereldberoemd werden als The Horse Whisperer.

Het leven van Mary en Buck op de Houlihan Farm, een half uurtje rijden van Sheridan, in het noorden van Wyoming, was een idylle. Tot de telefoon ging en een landmeter meedeelde: ,,Ik doe op jullie erf de laatste metingen. Maandag gaan ze beginnen met boren. Methaangas.'' Hun leven was nooit meer hetzelfde, zoals dat heet. Boom en bust is een kenmerk van het Wilde Westen, ook in het leven van de Brannamans. Hun ranch is onverkoopbaar.

Het eindeloze Westen werd ontwikkeld door grond uit te geven aan avonturiers die zich durfden te vestigen op onontgonnen land. Deze homesteaders kregen alle rechten op een lap grond in ruil voor het tot bloei brengen van een nieuw stukje Amerika. In de loop van de twintigste eeuw kregen boeren en ranchers (koeien- en paardenboeren) alleen nog maar de eigendom van de oppervlakte, terwijl de staat de rechten op de delfstoffen zelf hield of verpachtte.

Zo'n stuk grond kochten Mary en Buck tien jaar geleden. Zij wisten dat zij alleen de bovenkant van de grond bezaten. Maar wat hadden zij nog meer nodig dan 450 hectare Marlboro-sfeer? De omgeving is spectaculair, groen, weids, met bergen op de achtergrond. Als Buck niet op tournee is, geeft hij thuis cowboycursussen. De mensen komen af op de magie van de paardenfluisteraar in zijn eigen omgeving van stugge, stoere zuiverheid.

,,Onaangetaste schoonheid was ons kapitaal. `Wyoming: like no other place', dat is wat wij verkopen'', zegt Mary licht vermoeid. ,,Ze hebben de helft van ons terrein overhoop gehaald, onze enige oude boom neergehaald en wegen aangelegd. Pas toen wij een heleboel lawaai maakten en een proces hadden aangespannen, hebben ze een vals groen soort industriegras gezaaid. We zouden niet meer zien waar zij waren geweest. Vergeet het maar.''

De regering-Bush en de Republikeinse meerderheid in het Congres willen het Westen met spoed toegankelijk maken voor meer olie- en gaswinning. Lokale grondbezitters hebben soms het gevoel dat hun belangen worden geofferd aan de energiestrategie van Washington. Iedere dag wordt bij Mary Brannaman vierduizend liter vervuild water uit de bodem gepompt. De gasmannen hebben een dam aangelegd, op haar terrein, om het water min of meer beheersbaar te houden, maar als die dam breekt en het water het terrein van de buren vergiftigt, dan zijn de Brannamans aansprakelijk. Wat zochten zij op een ranch?

,,Ranching zit in je genen'', zegt Mary Brannaman. Hoewel afkomstig uit het wat artistieke en intellectuele Boulder, Colorado, heeft zij altijd buiten met paarden willen zijn. Zelfs toen zij een tijdje model was in Los Angeles droomde zij van de country life. Iedere keer als zij terugkomt uit Colorado is zij weer ,,verrast over hoe open en vrij dit land is. Ik voel me gezegend hier in Wyoming te wonen.''

Dat is waarom Het Westen Amerikanen zo lokt: de vrijheid om een leven te leiden dat tot de nationale fantasie spreekt. En daar voor een deel ook aan is ontsprongen. De Brannamans hebben twintig paarden, vier katten, vijf honden en een geit. Reata, hun dochter, rijdt zonder zadel op een paard alsof zij erop geboren is. Dat is zij waarschijnlijk ook. De aantrekkingskracht van Bucks werk is gebaseerd op liefde voor paarden én een verleden dat nooit helemaal heeft bestaan.

Dat is althans de stelling van Samuel Western. Hij is jaren correspondent van The Economist geweest in het Amerikaanse Westen. In zijn boek Pushed Off the Mountain, Sold Down the River: Wyoming's search for its soul beschrijft hij hoe Wyoming meer dan een eeuw heeft geprobeerd farmers (landbouw) en ranchers (veeteelt) aan te trekken. Door hun welvaart en het leven van de ruige, van niemand afhankelijke Amerikaan voor te spiegelen. Het lukte nooit echt. Er viel geen droog brood mee te verdienen. Er wonen nog steeds maar een half miljoen mensen op een oppervlak 7,5 keer zo groot als Nederland.

De betrekkelijk korte periodes waarin de staat een soort voorspoed kende vielen samen met de vee-hausse van eind negentiende eeuw (toen Cheyenne de hoofdstad werd) en daarna de goudkoorts, vervolgens de vondst van uranium, olie, steenkool en nu aardgas, inventariseert Samuel Western.

Van de 113 jaar dat Wyoming bestaat zijn 40 níet armoedig geweest. Maar de droom van de ruige boerenstaat is nooit opgegeven. ,,Don't mess with our myth zou de officiële spreuk van Wyoming kunnen zijn'', schrijft hij, toch hopend dat zijn kinderen er een toekomst hebben.

In het vaalgroene heuvellandschap buiten Sheridan gebeurt er op een stuk land soms vrijwel niets, dan staan een paar antilopen te staren naar gasboorpunten. Ze blijven weg van de compressiestations die her en der zijn verrezen, een soort machinekamers ter grootte van een tennishal waar het gas naar het nationale net wordt gepompt. Daarbij maken ze 24 uur per dag herrie als een warm draaiend straalvliegtuig.

Een boer uit de buurt, Dave Bullach, heeft al van grote afstand met een geweer op zo'n compressiestation geschoten – een wanhoopsprotest, omdat hij gek werd van de herrie dag en nacht op een paar honderd meter van zijn huis. Pech voor degenen die er wonen of langskomen, zeggen de gasmannen, gedekt door de overheid. Over een jaar of vijftien zijn we weer weg. Nationaal belang gaat voor.

,,Het is hier altijd een staat van rape, ruin and run geweest'', zegt Jill Morrison van de Powder River Resource Council, een vereniging van kleine grondeigenaren die door de jongste gaskoorts zijn getroffen. Zij wijst op de aanvoerwegen, de hekken, de pijplijnen (iedere firma heeft vaak zijn eigen) en installaties die overal over het landschap zijn uitgestrooid. Uit de lucht is de overgang van prairie naar industriepark nog beter te zien als een fijnmazig stempel van de vooruitgang.

De kwaliteit van het `gaswater' dat bij het boren mee naar boven wordt gehaald, verschilt per boorpunt. Soms is het ronduit giftig. Elders kan het in putten worden verzameld voor het vee. Of wordt het over het land gespoten, ook als er geen boer werkt, om het kwijt te raken – schuimranden wekken de indruk dat het laboratorium meer dan H2O zou vinden. Afwatering in de riviertjes wordt vaak bestreden door wie benedenstrooms woont en werkt. Morrison: ,,Ze gooien het water weg waar ze kunnen, al zou het zonder koolvervuiling even waardevol zijn als het gas zelf. De boorbedrijven hebben geen prikkel om het weer in de grond terug te injecteren. Dat kost geld en de overheid eist het niet.''

Dale Ackels had zich na een druk en reizend leven binnen de Amerikaanse krijgsmacht verheugd op een vroeg pensioen. Hij zou de landbouwtraditie van zijn familie in het Westen weer opvatten. Hij kocht acht jaar geleden een boerderij in het noorden van Wyoming, knapte hem op, herstelde de schuur in oude glorie en ging alfafa en kropaar (prachtvoer voor polo- en renpaarden) kweken. Zijn vrouw houdt lama's om van de wol jackers te breien. Zij genieten van het ruige land waar de Sioux-indianen vroeger jaagden op bisons, elanden en herten.

Langs Dale's 21 hectare stroomt een riviertje waar hij een deel van zijn land van kan besproeien. Voor de rest is hij afhankelijk van grondwater. ,,In Wyoming geldt: als je water hebt, heb je kansen. Als je geen water hebt, ben je een optimist'', stelt Ackels vast. Aan die kansen wordt sinds enige tijd grondig geknaagd door de gasexploratie. Het terrein van zijn buren is al overhoop gehaald. Over het grondwater zegt Ackels: ,,Ze zeggen geruststellend dat over dertig jaar 80 procent van het grondwaterpeil terug is. Dat is een prettig vooruitzicht. Ik ben nu 61. Wat doe ik intussen?''

Gaslekken vormen een andere zorg van Ackels en zijn buren. Het meeste wordt omhoog gezogen via de pompen van de boormannen, maar die erkennen dat zij er niet voor kunnen instaan dat er niets ontsnapt. ,,Het is reukloos en smaakloos gas dat tot vier mijl en soms negen mijl van een boorpunt naar boven komt. Stel dat mijn kelder in de winter zo vol gas is gestroomd, zonder dat ik het heb gemerkt, en ik steek de verwarming aan, dan vlieg ik in stukjes de lucht in. Maar de gasboorders zeggen dat zij niet verantwoordelijk zijn.''

Ackels heeft uitgerekend dat in de hele Powder River Basin, aan Wyomings kant van de grens met Montana, door ruim 50.000 gaspompen iedere dag 3 miljard liter water aan de grond wordt onttrokken. Ackels: ,,Dat water zien we niet meer terug. Tenzij we het vergiftigd over onze gewassen sproeien. Aardgas wordt als schone brandstof aangeprezen aan de oost- en de westkust, maar Wyoming en de andere staten in de Rocky Mountains worden er aan opgeofferd.''

Zolang de goldrush van het gas duurt, vaart de staat Wyoming er financieel wel bij. Terwijl de meeste Amerikaanse staten in twee jaar naar onhanteerbare tekorten zijn teruggevallen, heeft Wyoming zijn tekort uit de bloeiperiode-Clinton omgezet in een overschot op de begroting van ruim 150 miljoen dollar. De ontdekking van een methode om het methaangas uit de kolenlagen te persen heeft de staat aan zijn volgende boom geholpen.

Er zijn ook boeren voor wie deze jongste verrassing als geroepen kwam. Joannne Tweedy en haar man Chuck konden niet rondkomen op de `homestead'-boerderij die zij van haar familie (een eeuw geleden uit Duitsland geïmmigreerd) had geërfd. Zij moesten beiden jarenlang een baantje in de stad nemen om te kunnen leven en hun dochters naar school en universiteit te sturen. Omdat zij ook de rechten op de delfstoffen onder hun land bezaten, betekenden tachtig gasbronnen op hun erf een regelrechte bonanza.

Joanne wil geen bedragen noemen, maar zij doen de boerderij nu als liefhebberij en uit loyaliteit jegens het harde werk van hun voorouders. Zij praat met gematigd mededogen over de omgeploegde boerderij van paardenfluisteraar Brannaman: ,,Dat is nieuwe kweek. Als je nu gaat ranchen moet je veel geld hebben geërfd, of het hebben verdiend. Onze ranch kost 1 miljoen en brengt de aflossing op de hypotheek nog niet eens op.''

De Tweedy's bekijken het toerisme, een belangrijke bron van inkomsten voor de staat, met gemengde gevoelens. ,,Veel toeristen willen op paarden over de heuvels rijden. Zij betalen big bucks om blaren op hun handen en op hun billen te krijgen. Wij denken dat het werk is. Zij vinden het vakantie'', grinnikt Joanne. Dan weer ernstig: ,,Wij zorgen goed voor het land, maar we moeten er van leven. De nieuwe ranchers zorgen ook goed voor hun land, maar zij hoeven er niet van te leven. Daarom kunnen zij makkelijker milieubezwaren maken. De hobby-ranchers en de pensioen-ranchers hebben gewoon de pech dat zij net voor de gasvondsten hier gingen wonen. Die komen niet uit Detroit of New York voor een portie lawaai. Hun maakt 20 miljoen inkomen uit gas niets uit. Zij hebben waarschijnlijk al 20 miljoen.''

De nu gebruikte methode om gas uit kolenlagen te winnen, werd midden jaren negentig ontdekt door twee olie-ingenieurs. Zij gingen er in stilte mee aan de slag. Pas in '98 gingen de grote maatschappijen overal vergunningen kopen en sloeg de vlam in de pan. Maar de regering-Clinton was, vooral in haar nadagen, nogal fel op milieubescherming. De komst van de regering-Bush in 2000 heeft de industrie bevrijd van veel als belemmerend ervaren regels.

Zowel president Bush als de uit Wyoming afkomstige vice-president Cheney hebben hun leven buiten de politiek in de energiewinning doorgebracht. Sinds de Energienota 2001, opgesteld door een Witte Huis-werkgroep onder leiding van de vice-president, wordt het losgooien van alle remmen op de exploratie geassocieerd met de strijd tegen het terrorisme en een goede vorm van patriottisme. Het openleggen van Alaska's laatste natuurgebieden wordt gezien als het meest symbolische front in de strijd om Amerika's onafhankelijkheid van buitenlandse energie – een volstrekt onbereikbaar doel volgens deskundigen. Vorige week verwierp de Senaat weer een voorstel om het brandstofverbruik van personenauto's iets te beperken.

Deze energiekoorts komt een onafhankelijke energieondernemer als John Kennedy goed uit. De uit Louisiana afkomstige selfmade man heeft rond de 500 gaspompen staan in de wijde omgeving van Gilette, Wyoming. Zijn Kennedy Oil zit desalniettemin nog steeds te wachten op tal van vergunningen om naar gas te gaan zoeken.

Onderweg naar zijn installaties verwisselt Kennedy zijn BMW 745i voor zijn Lincoln Navigator, die geschikter is voor het ruwere veldwerk. Kennedy verloor zijn vader toen hij negentien was, besloot voor zichzelf te beginnen in de oliewinning en keek nooit meer om. Toen hij 32 was, steeg het succes hem naar het hoofd, zegt hij zelf. Hij vierde te veel feest, was wild eigenwijs en ging meer dan eens over de kop. Kennedy zette door en is een grote onder de kleinen.

Met zijn flesjes zelfgetapt en door een laboratorium goedgekeurd `gaswater' demonstreert Kennedy dat de milieubezwaren overdreven zijn. ,,Wat hier onder de grond aan gas zit, is genoeg om Wyoming vijftig jaar lang net zo welvarend te maken als Silicon Valley. Dat levert banen op – niet zo veel, maar we produceren de energie waar het hele land om zit te springen. Als we weggaan, maken we deze heuvels weer glad en niemand ziet dat er ooit gas is gewonnen. En als ze klagen dat er te veel zout of ander schadelijk spul via het water over het land loopt – geen probleem, voor alles zijn chemicaliën om het op te lossen. Ik ben verantwoordelijk, ik ruim op. Wie toch klaagt, wil gewoon klagen. Het enige risico hier is dat de wildstand te veel toeneemt, die beesten komen op al het water af. Dat zal weer afnemen als we weg zijn.'' Een paar antilopen rennen met ons mee. Zij halen vijftig kilometer per uur. ,,Het is wel aardig hier, maar ook weer niet zo bijzonder'', zegt John Kennedy. ,,Iedereen denkt dat we in mooie bergen boren. Welnee, het is gewoon een hoogvlakte.''

Voor Kennedy laat niet alleen het federale Bureau of Land Management, maar zelfs de regering-Bush de oren te veel hangen naar de milieubeweging. ,,Ik zou graag willen dat de politici eindelijk eens hun verantwoordelijkheid namen.'' Dale Ackels, de militair die alfalfa ging kweken in het Powder River Basin, is het daar mee eens. Maar niet met Kennedy's overige bezweringen. Als levenslange en nu boze Republikein is hij rijp om in 2004 op een gematigde Democraat in het Witte Huis te stemmen. En voor het Huis van Afgevaardigden stemt hij ,,desnoods op Jack the Ripper, om het huidige Republikeinse Congreslid weg te krijgen''.

Dit is de laatste aflevering van een korte serie over de strijd om Amerika's westen. De vorige afleveringen verschenen op 2, 4, 6 en 8 aug en zijn te lezen op www.nrc.nl.