Doe het mooi zelf, zeggen opa en oma

Tweeverdieners zien opa's en oma's vaak als ideale oppas. Leuk, maar ook een belasting, vinden de grootouders zelf. Zij krijgen het óók steeds drukker. ,,Soms denk ik: verdorie, ik sta niet in dienstverband.''

Op een tafeltje naast het leren bankstel staan foto's van hun zes kleinkinderen net na de geboorte. Nies van Lynden pakt ze een voor een op en zegt vertederd: `Dit is Clara, dit is Maartje en dit is Fleur.''

,,Als ik ze zou omwisselen zou ze het verschil niet zien'', grijnst Ludo van Lynden. In de kamer-ensuite, achter de eettafel, detoneren een kindertafeltje van IKEA, twee stoeltje en een kast vol speelgoed en spelletjes met het klassieke interieur.

Dinsdag en donderdag en om de week ook opvrijdag zitten Emma (4) en Clara (2,5) vaak aan dat tafeltje. Opa en oma (beide 65) brengen Emma naar school en halen haar weer op. Clara wordt naar de crèche gebracht. Nu het zomervakantie is, is Emma ook overdag bij opa en oma. Nies van Lynden wijst naar het tafeltje. ,,Als we bezoek hebben, zeg ik: `Opa en oma spelen hier en jullie spelen daar. Je moet af en toe wel even rust hebben.''

Voor werkende ouders is het vaak lastig om kantoor-, crèche- en schooltijden op elkaar af te stemmen. Steeds vaker springen grootouders bij in het drukke gezinsleven van hun kinderen. Zeker in de zomervakantie. Opa en oma zijn flexibel en een stuk goedkoper dan de dure crèches, als daar al plaats is. Bovendien weten ouders wie ze met oma in huis halen, met een particuliere oppas is dat afwachten.

Yvonne van Lynden (39), de moeder van Emma en Clara, is heel gelukkig met de opvang van opa en oma. Zij werkt wekelijks drieënhalve dag en haar man vier dagen van negen uur bij De Nederlandsche Bank in Amsterdam. Met de reistijd vanuit Utrecht erbij komen ze pas thuis als de crèche allang dicht is en de school allang uit. ,,We halen ze 's avonds rond half acht op. Ze hebben dan al gegeten en gedoucht en kunnen thuis zo naar bed. Ik vind bovendien de crèche meer een noodopvang. Opa en oma zijn veel vertrouwder.''

Precieze cijfers over oppas-activiteiten van grootouders zijn er niet. 35 procent van de 50- en 60-plussers houdt zich bezig met informele hulp, zegt medeauteur Mirjam de Klerk van de Rapportage Ouderen 2001 van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). ,,Daar valt de zorg voor kleinkinderen onder, maar ook bijvoorbeeld de zorg voor een partner.'' Uit onderzoek van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) blijkt dat werkende ouders vaak een combinatie van formele (crèche) en informele kinderopvang (familie, vrienden, buren) hebben. Voor kinderen van vijf jaar en ouder heeft 80 procent van de werkende ouders alleen maar informele kinderopvang. Voor kinderen tot vier jaar is dat altijd nog ruim 20 procent.

,,De meest voorkomende vorm van informele kinderopvang is die welke door opa en oma wordt geboden'', schrijft het NIDI. Dat zie je ook wel aan het aantal opa's en oma's in speeltuinen en achter kinderwagens, zegt Arno Heltzel van de Unie van Katholieke Bonden van Ouderen. Bij zijn bond zeggen vrijwilligers nogal eens voor vergaderingen af omdat ze op de kleinkinderen moeten passen. Heltzel: ,,Het is ook de enige reden voor verzuim die geaccepteerd wordt.''

Jacqueline (66) en Bert de Ruijter (67) uit Huizen werden vier jaar geleden al eens geïnterviewd door deze krant. Toen zorgden zij voor twee kleinkinderen. Ze hebben er inmiddels zeven, onder wie de drieling Luna, Noa en Ole van tien maanden. Eén dag in de week zorgen ze voor de drie kinderen van hun zoon en één dag in de week voor één van de drieling en hun oudere zusjes Esmée (6) van hun dochter Saskia. De rest van de drieling gaat dan naar de crèche. Bert en Jacqueline de Ruijter zijn er helemaal op ingericht; ze hebben zelfs een grote auto aangeschaft om hun kleinkinderen en wandelwagens makkelijk te vervoeren. Als het zo uitkomt nemen ze ook de héle drieling in huis. ,,'s Avonds zijn we dan best moe'', zegt Bert de Ruijter, ,,maar als je 's morgens die drie koppies ziet, ben je verkocht.''

Zonder opa en oma zou ik niet kunnen werken, zegt Saskia de Ruijter (39) die volgende week weer twee dagen in de week gaat beginnen. ,,Ze vangen ontzettend veel op, ook naast de vaste dag springen ze regelmatig bij.'' Daarnaast is het ook financieel gunstig. ,,Als ik drie kinderen naar de crèche zou brengen, houd ik niets over van mijn salaris.''

Maar lang niet iedere opa en oma heeft altijd zin om steeds weer klaar te staan voor de kleinkinderen. Uit de Rapportage Ouderen 2001 blijkt dat ouderen steeds meer hobby's en andere activiteiten hebben. ,,Dat is een trend die langzaam zichtbaar wordt'', zegt Mirjam de Klerk (SCP). Ouderen zijn gezonder dan vroeger, hebben meer geld te besteden en zijn hoger opgeleid. Ze hebben het druk.''

In noodgevallen pak ik mijn koffer en sta ik zo op de stoep, zegt Eva Bouwmeester (71) uit Apeldoorn, zeven kleinkinderen en de achtste op komst. ,,De kleinkinderen logeren hier ook graag in de vakantie. Maar ik prik me er niet elke week op vast. Ik ben contactpersoon voor de kerk. Binnenkort word ik pastoraal ouderling. Dat vind ik heel leuk werk en het kost veel tijd. Ik heb vier kinderen grootgebracht, ik heb nu mijn eigen leven.''

Ludo van Lynden vindt zijn kleinkinderen hartstikke leuk, maar worstelt met de beperkingen die het vele oppassen met zich meebrengt. ,,Mijn leven is niet de eeuwige zondag die ik verwachtte na mijn pensioen'', zegt hij. ,,We zitten met alle oppasdagen behoorlijk vast. Dat is soms wel een last. Ik denk wel eens: Verdorie, ik sta niet in dienstverband. Mijn zoon heeft ook nog vier kinderen. Hij en zijn vrouw werken ook allebei. Die mijden we nu maar een beetje.''

,,Grapje hoor'', zegt zijn vrouw. ,,Die wonen veel verder weg. Maar daar passen we ook op als het uitkomt.''

Het lijkt wel of jonge mensen tegenwoordig alles willen, zegt Eva Bouwman. ,,Kinderen, maar ook werken en dan graag ook nog 's avonds uit. Ik zeg tegen mijn kinderen dat ze daar dan zelf maar een oplossing voor moeten vinden.''

Ook op internet wordt heftig gediscussieerd over de vraag of de zorg voor kleinkinderen door grootouders als plicht wordt gevoeld. Tussen de reacties van opa's en oma's die het oppassen een verrijking van hun leven vinden, staan ook veel kritische geluiden. ,,Het lijkt leuk om oppasoma te zijn, maar het is lichamelijk zwaar en geestelijk vermoeiend'', schrijft een oma. Een andere oma: ,,Na een leven van hard werken (betaald en onbetaald) wil ik geen vaste afspraken meer.'' En een opa schrijft: ,,Thans werkt de vrouw (...) voor huis, twee auto's en drie vakanties. Ik zal altijd in nood helpen, maar zeg verder tegen mijn kinderen: DOE HET MOOI ZELF.''

    • Sheila Kamerman