De wonderlijke levenswandel van Geertjan D.

Ex-advocaat Geertjan D. wordt verdacht van poging tot oplichting met een valse bankgarantie uit Baku. Zijn internationale contacten trokken ook de aandacht in de VS.

De Republikein Curt Weldon is lid van het Huis van Afgevaardigden. Als de VS de aanval op Irak opent, 19 maart dit jaar, schrijft Weldon een brief aan Geertjan D., dan nog advocaat in Rotterdam. Tegen D. loopt die dagen al een politieonderzoek: hij wordt ervanverdacht twee banken, ABN Amro en Rabo, te hebben willen oplichten. Weldon weet daar niets van – de Amerikaan, Congreslid voor Pennsylvania sinds 1987, snijdt bij Geertjan D. een heel ander thema aan.

Weldon is in het Congres specialist defensie en ,,nationale veiligheid''. In de brief moedigt hij Geertjan D. aan om ,,een dialoog met gematigde Iraanse leiders'' op te zetten, bevestigt Weldon vorige week in een e-mail. Helaas, voegt het Congreslid toe, zijn ,,deze contacten nooit tot stand gekomen''. Verder is hij kortaf. Alles is via een Amerikaanse tussenpersoon verlopen. ,,Ik heb de heer D. nooit ontmoet. Ik heb nooit met de heer D. gepraat.''

De letterlijke tekst van Weldons brief leert dat het Congreslid destijds persoonlijker en hartelijker voor Geertjan D. was. Weldon fungeert vaak als diplomatieke kwartiermaker. Nog afgelopen juni reisde hij naar Noord-Korea. Twee jaar geleden, een paar weken na 11 september, ontmoette hij de Afghaanse ex-koning in Rome, toen de Amerikaanse bombardementen op Kabul nog moesten beginnen. Eerder legde Weldon - die in 1999 in de Defensiecommissie van het Huis het Strategic Defense Initiative (rakettenschild) nieuw leven inblies - contacten met de parlementen van Rusland en de Oekraïne.

In de brief aan Geertjan D. kondigde hij aan ook zulke plannen met Iran te hebben. Volgens de volledige tekst was hij van plan, nadat D. het voorwerk had afgerond, zelf naar Iran te reizen en daar president Khatami te ontmoeten, alsmede een ,,direct, interactief, niet-diplomatiek communicatiekanaal'' met Iraanse parlementariërs tot stand te brengen, aldus Weldon in de brief aan D.

Dit schrijven geeft enig inzicht in de wonderlijke levenswandel van Geertjan D. De man die twee weken geleden uit de anonimiteit werd gehaald omdat de Amsterdamse justitie hem voor de rechter brengt wegens poging tot oplichting en schriftvervalsing inzake 132 miljoen dollar, wordt in Rotterdam al jaren in verband gebracht met discrete missies naar het Midden-Oosten. Een mistig gebied. Achter een kopstootje in de kroeg wil D. bij collega-raadslieden wel eens flarden toelichten. Maar veelal verkiest de verlegen veertiger te zwijgen. Ook formeel tegenover deze krant, zelfs over de brief van Curt Weldon, toch geen belastend document. ,,Wie in deze wereld niet kan zwijgen zal ook niet lang leven'', zegt hij door de telefoon.

De formele relaties van Geertjan D. met Iran zijn op de vingers van een hand te tellen. Eind jaren negentig stond D. als advocaat een Nederlander bij die door de VS werd verdacht illegale wapenonderdelen aan Iran te hebben geleverd. Ook dook zijn naam een paar jaar geleden op toen er bemiddeld moest worden tussen de Iraanse regering en gegijzelde medewerkers van Smit Internationale. Zijn informele relaties in Iran, en breder het Midden-Oosten, zouden zich vooral op het snijvlak van oliehandel en vermogensbeheer bevinden. Het Nederlandse nieuws haalde D. de laatste jaren bijna alleen inzake zijn werk voor zeer welgestelden. Zo trad D. op als vermogensbeheerder voor ex-Center Parcs-directeur Piet Derksen. Na een een praktijk van ruim twintig jaar liet hij zich afgelopen mei uitschrijven als advocaat.

De zaak waardoor hij in de problemen is gekomen, heeft alles te maken met zijn werk in het Midden-Oosten, zei D. vorige maand in de Volkskrant. Een ,,Saudische prinses'' wil investeren in Nederland. De prinses verkiest vorig jaar haar geld hierheen te sturen via de HSBC Bank in Baku, Azerbajdzjan. Geertjan D. is, zegt hij, bij die zaak alleen zijdelings betrokken: hij kent de prinses en treedt op als advocaat van de ontvangende partij, een groep van vijf Nederlandse bedrijven.

Gevolg is dat vorig jaar, 10 januari, een draft copy van de bankgarantie á 132 miljoen dollar op D.'s computerscherm binnenfloept. Het document is inderdaad van de HSBC Bank in Baku, al blijkt niet dat er een ,,Saoedische prinses'' achter schuilgaat. Duidelijk is wel voor wie het geld bestemd is: Promcastle Holding BV, NL.

Met dat bedrijf is diezelfde dag, 10 januari 2002, van alles aan de hand. Bij de notaris in Amstelveen meldt zich J. Baas om de aandelen Promcastle te kopen. Maar er gebeurt iets verrassends. Blijkens bij de Kamer van Koophandel door notariskantoor Böggeman gedeponeerde stukken wordt Baas alleen directeur van Promcastle, terwijl Geertjan D., hoewel afwezig bij de aandelenoverdracht, aantreedt als enig aandeelhouder.

Maar D. was toch alleen advocaat van de groep bedrijven? Als eigenaar is hij, althans formeel, ook de enige financiële belanghebbende bij de bankgarantie. ,,Maar dit is één groot misverstand'', zegt Geertjan D. ,,Baas heeft mij als aandeelhouder in laten schrijven maar dat was niet de bedoeling, en ik wist daar ook helemaal niets van.'' Als Geertjan D. dit ruim twee maanden later achterhaalt, zegt hij, maakt hij het terstond ongedaan. Baas' advocaat, L. Smit, zegt alleen dat zijn cliënt ,,een verklaring heeft afgelegd bij de politie'' en ,,niet is aangemerkt als verdachte''.

Geertjan D. is dat wel, als enige in deze zaak. Het roept de vraag of zijn lezing klopt: is het mogelijk dat iemand buiten eigen medeweten eigenaar van een bedrijf wordt? Deskundigen beamen dat je als verwerver van aandelen niet aanwezig hoeft te zijn als ze worden overgedragen: Geertjan D. kan ze via een mondeling gevolmachtigde, in dit geval Baas, hebben ontvangen.

Maar in zo'n geval, schrijft de Notariswet voor, dient de betrokken notaris zich ,,genoegzaam op de hoogte te stellen'' dat de volmacht is afgegeven. De notaris moet hiervan melding maken in de akte. ,,Het hoort dus niet mogelijk te zijn dat een persoon aandelen verwerft zonder dat hij hiervan op de hoogte is'', zegt notaris A.J. Kolhoff van Böggeman Notarissen, die de omstreden aandelenoverdracht begeleidde. Het is kortom hoogst aannemelijk dat Geertjan D. 10 januari vorig jaar wist dat hij eigenaar werd van het bedrijf dat die dag het duizelingwekkende waardepapier uit Baku ontving. Maar D. houdt vol: hij wist nergens van. ,,Op zitting zullen we de notaris horen.''

Duidelijk is inmiddels dat de bankgarantie volgens justitie vals was. Het verhaal van de Saoedische prinses is in die redenering een verzinsel. Op die manier probeerde D., redeneert het OM, met behulp van tussenpersonen over 132 miljoen dollar te beschikken die er niet waren. En hij probeerde dat, meent justitie, tweemaal: nadat het januari 2002 mislukte bij ABN Amro, vroeg D. op grond van dezelfde concept-bankgarantie 7 maart 2002 opnieuw een krediet aan. ABN Amro en Rabo voelden daarna nattigheid, en deden mei vorig jaar aangifte tegen D. Justitie sloot hem korte tijd op. Inmiddels heeft het hoofdkantoor van HSBC ingegrepen bij het filiaal in Baku: de betrokken medewerker had deze garantie nooit mogen afgeven, het kantoor is nagenoeg ontmanteld.

Geertjan D. communiceert vanuit zijn huis in België met de hele wereld om zijn onschuld te bewijzen. Hij heeft, zegt hij, de originele bankgarantie vorig jaar nota bene via de Rabobank ontvangen. En de garantie daarna altijd ,,onder voorbehoud van echtheid'' aangeboden. Maar de garantie was echt en de prinses hád het geld, zegt hij.

En Geertjan D. zou Geertjan D. niet zijn als er niet ook een rol was voor een inlichtingendienst. In een aangifte, die hij vorig jaar tegen ABN Amro en Rabo deed omdat zij hem valselijk zouden hebben beschuldigd, schrijft hij dat de Criminele Inlichtingen Dienst (CID) van de politie - bedoeld is het Korps Landelijke Politie Diensten (KLPD) - ,,van het begin af aan'' van de zaak op de hoogte was. De politie wist van de poging tot oplichting en deed niks? ,,Daar gaan wij in dit stadium niet op in'', aldus persofficier van justitie D. Kruimel.