Borstkanker door medicijn tegen overgang

Ruim 100 vrouwen krijgen jaarlijks in Nederland borstkanker omdat ze tijdens de overgang hormonen slikten tegen hinderlijke opvliegers. Dat valt te concluderen uit een gisteren bekend geworden Brits onderzoek.

Britse onderzoekers hebben berekend dat een huisarts die aan 166 vrouwen vijf jaar hormonen voorschrijft, daardoor één extra borstkankerpatiënte in zijn praktijk zal krijgen. Hormoontherapie rond de overgang blijkt namelijk de kans op borstkanker met 66 procent te vergroten.

Overgangsklachten komen vooral voor bij vrouwen van 50 tot 65 jaar. In die leeftijdscategorie volgen vrouwen vaak een paar maanden, tot ettelijke jaren achtereen hormoon suppletietherapie (HST). Bij vrouwen van die leeftijd worden jaarlijks ruim 3.500 borsttumoren ontdekt, blijkt uit de gegevens van de Nederlandse kankerregistratie. Als er daarvan 100 ontstaan door hormoontherapie, is dat een hoge prijs voor het bestrijden van hinderlijke opvliegers en de afname van de `kwaliteit van leven' rond de overgang. Dat is het enige waar HST goed voor is.

Een veelgebruikt verkoopargument voor HST was decennialang dat de hormonen een goed middel tegen veroudering waren. HST hield in dat de geslachtshormonen die het vrouwenlichaam vóór de overgang zelf produceert, via pil of pleister werden toegediend. Maar grote, in de afgelopen jaren gepubliceerde onderzoeken haalden alle aanwijzingen en hypothesen onderuit: HST doet niks tegen hart- en vaatziekten, tegen botontkalking en tegen geheugenachteruitgang.

HST wordt de laatste jaren dan ook al minder populair, hoewel harde cijfers moeilijk zijn te krijgen. In 2002 is volgens de gegevens van de Stichting Farmaceutische Kerngetallen (SFK) 900.000 keer een recept uitgeschreven voor HST aan vrouwen in de leeftijd van 41 tot 65 jaar. Het is echter goed mogelijk dat één vrouw vaker per jaar een recept krijgt, dus tot aantallen gebruiksters van HST leidt dit getal niet. Wel weet de stichting dat er in 2002 29 miljoen euro aan HST is uitgegeven.

Het is weggegooid geld, want vrouwen in en na de overgang moeten ,,zo spoedig mogelijk stoppen met HST''. Dat schrijven – in een commentaar op de Britse studie – de Nijmeegse hoogleraren huisartsgeneeskunde Toine Lagro-Janssen en Chris van Weel en hun Canadese collega Walter Rosser in het Britse medisch-wetenschappelijke tijdschrift The Lancet dat vandaag verschijnt.

De eerste vrouwen gingen in de jaren zeventig aan de HST. Het gebruik nam toe tot 1998, blijkt uit gegevens van het College voor Zorgverzekeringen, en stabiliseerde toen een paar jaar. Dat gebeurde nadat in 1997 uit een gezamenlijke analyse van eerder uitgevoerde onderzoeken bleek dat bij langer dan vier à vijf jaar HST de kans op borstkanker flink toenam.

De net gepubliceerde Britse studie wijst op grotere nadelen van HST: vrouwen die korter dan een jaar de combinatie van oestrogeen en progestageen gebruiken hebben al een 45 procent hoger kans op borstkanker. Na vijf jaar is de kans op borstkanker ruim 100 procent gestegen. Bij vrouwen die alleen oestrogenen slikken is de kans in het eerste jaar slikken niet verhoogd. Wel is de kans op endometriumkanker (een vorm van baarmoederkanker) groter.

Troost is dat stoppen een snel effect heeft: de kans op borstkanker is dan vrijwel meteen gelijk aan die van vrouwen die nooit HST hebben gebruikt.

Ook voor gebruiksters van het populaire Livial (met actieve stof tibolon, een synthetisch oestrogeen met iets andere eigenschappen dan de natuurlijke geslachtshormonen) brengt het Britse onderzoek onder een miljoen vrouwen van 50 tot 65 jaar geen goed nieuws: in die groep ligt het risico ongeveer 45 procent hoger.

Livial-producent Organon stelt dat uit veel andere onderzoeken met Livial ,,met meer dan 5 miljoen vrouwenjaren'' nooit een verhoogde kans op borstkanker rolde. Woordvoerder Cas Wiebinga zegt verder: ,,Je moet altijd meerdere onderzoeken naast elkaar leggen. Die Britse studie is niet eens een gerandomiseerde studie.''

Dat klopt. De Britse Million Women Study waarvan het resultaat nu wereldnieuws is, is een cohort-studie. Vier jaar lang werd een kwart van alle 50- tot 64-jarige vrouwen gevolgd om te kijken of ze borstkanker kregen of aan die ziekte stierven. Hun lot werd daarna gerelateerd aan het gebruik van HST. De deelneemsters hebben zelf mogen kiezen of ze overgangshormonen gingen gebruiken of niet.

In een gerandomiseerde studie laten de deelnemers door het lot bepalen of ze een echt medicijn of een placebo (een neppil) slikken. Voor de onderzoekers was echter duidelijk dat het gebruik van overgangshormonen al zo was ingeburgerd dat de deelneemsters zich niet meer op een placebo zouden laten zetten.

Lagro-Janssen, Rosser en Van Weel winden er in hun commentaar in The Lancet geen doekjes om dat HST te snel en op basis van onvoldoende gegevens is geïntroduceerd, onder druk van de farmaceutische industrie en gesteund door gespecialiseerde artsen die deskundigheid op het terrein van de overgang claimden. Wat ontbrak was ,,de vroege betrokkenheid van onbevooroordeelde professionals die voordelen, nadelen en kosten analyseren'', aldus Lagro-Janssen, Rosser en Van Weel.

De Britse overheid en semi-particuliere organisaties (de National Health Service, Cancer Research UK en de Medical research Council) besloten om aan de onzekerheid een eind te maken door Million Women Study te subsidiëren. Die ging op 8 mei 1997 officieel van start. Het onderzoek is een onderzoek ,,onder levensechte omstandigheden'', schrijven Lagro-Janssen, Rosser en Van Weel. En dat had wat hen betreft veel eerder moeten plaatsvinden.