Scherper letten op vliegtuig na incident

De Inspectie Verkeer en Waterstaat gaat voortaan strenger controleren bij luchtvaartincidenten. Inspecteur-generaal F. Mertens heeft deze aanscherping gisteren opgedragen en tegelijk spijt betuigd over de gang van zaken bij het incident met een El Al-vrachtvliegtuig afgelopen maandag. Een woordvoerder van de Inspectie heeft dit vanmorgen bevestigd.

Zondag kreeg de Boeing van de Israëlische luchtvaartmaatschappij bij vertrek uit New York een klapband, waarna de directie in Tel Aviv opdracht gaf naar Amsterdam te vliegen. Boven Nederland verloor het toestel een huidplaat en nog wat kleinere onderdelen. Op Schiphol werd een geslaagde voorzorgslanding gemaakt en na reparatie is het toestel op maandagmorgen doorgevlogen naar Frankfurt waar El Al ook een kantoor heeft.

Volgens Mertens had bij de afhandeling van het mankement aan het El Al-vliegtuig meer rekening moeten worden gehouden met ,,de maatschappelijke impact' van een dergelijke gebeurtenis. De ramp met een El Al-vrachtvliegtuig van hetzelfde type in 1992 ligt bij het publiek nog vers in het geheugen. Dat toestel verongelukte in de Bijlmer en daarbij kwamen 43 mensen om het leven. De ramp was aanleiding voor een parlementaire enquete in 1999.

De voorgestelde aanscherping houdt in dat voortaan na elke reparatie een extra veiligheidscontrole zal worden uitgevoerd. Dit geldt niet alleen voor toestellen van El Al.

Als de storing of de beschadiging onvoldoende hersteld is zal het als `niet luchtwaardig' worden beoordeeld en krijgt de bemanning een startverbod.

Als het een gering mankement betreft zal in overleg met de captain worden besloten of er gevlogen kan worden. In dat geval moeten echter passagiers en/of vracht op Schiphol achterblijven.