Metrisch past `liefde' niet

In het vijfde deel van een serie interviews met dichters over een van hun gedichten een gesprek met Jane Leusink.

Aan Jane Leusink (1949) werd deze zomer de C. Buddingh' Prijs 2003 toegekend voor het beste debuut. De jury prees het `avontuurlijke' en de `bewonderenswaardige neiging tot precisie' van haar kloeke bundel Mos en gladde paadjes. Jane Leusink is Neerlandica, studeerde een aantal jaar kunstgeschiedenis en runt een restaurant in het noorden van Groningen.

Het gedicht heet `Tot zover', en in de eerste regels is sprake van `niet verder'. Verwijst die regel naar de titel?

,,Ja, je kunt het tot zover en verder niet bevragen, kun je daar lezen. Het gedicht is de uitleg bij dat `het'. De titel is pas achteraf ontstaan, het gedicht heeft ook nog `Mos en gladde paadjes' geheten, maar ik vond dat dat niets aan het geheel toevoegde. Ik vind titels moeilijk, die geven vaak zoveel weg, al kunnen ze soms ook wel wat verduidelijken voor de lezer. `Tot zover' vond ik net vaag genoeg om erboven te zetten.''

De eerste regel eindig met een opmerkelijk enjambement.

,,Ik heb meestal vijf versvoeten per regel, dat vind ik een mooie lengte. Dat die regel dan ongrammaticaal lijkt, vind ik juist wel leuk. Dat kan kortstondig verwarring veroorzaken. En het leverde ook nog een mooi klankeffect op: rood, woorden, brood.''

Werkt u aan de klank? In de volgende regel staan `groen gebloemde' lichamen, er zitten sowieso veel oe's in het gedicht.

,,Op het niveau van de klank gebeuren veel dingen vanzelf, ik heb niet bewust naar woorden met een `oe' gezocht. Eigenlijk denk ik dat een gedicht een bepaald klankveld oproept, waardoor je als vanzelf woorden vindt die bij elkaar passen. Al moet dat ook weer niet teveel worden.''

U heeft niet overwogen om in plaats van `lichamen' `jurken' te schrijven?

,,Het woord `bloemetjesjurken' heeft eerst wel ergens in het begin gestaan. Ik denk dat ik door die zwarte bessenstruiken verderop op rood en groen gekomen ben, en misschien door groen weer op `gebloemde'. De woorden zitten in die lichamen, niet in de jurken.''

Waarom schrijft u `warm brood', en niet gewoon `brood'?

,,Vanwege het ritme en ook omdat het echt naar die enorme geur van gebakken brood moest ruiken, het moest meteen iets oproepen van de sfeer en de situatie. Gewoon droog `brood' doet dat niet.''

`Die' vrouwen – wij weten wel welke?

,,Het gaat niet om alle vrouwen. Het zijn een beetje ouderwetse types.''

Waarom heeft u gekozen voor drieregelige strofes?

,,Dat vind ik een mooie, open vorm. Zo komt er een beetje lucht in het gedicht.''

De regellengte is in de tweede strofe ineens veel korter.

,,Ik vind een strakke vorm wel mooi, maar ik wil niet dogmatisch zijn.''

Het woord `snoep' springt eruit in de beschrijving van die vrouwen.

,,Ik denk dat snoep ook een soort borsten is voor een kind, daarom kan het in één zin gezegd, zoals een kind dat zou doen.''

Waarom is het kind `moegespeeld' en niet gewoon een kind?

,,Als het moegespeeld is krijgt het snoep en borsten, dan kan het tegen de moeder aanhangen. Zolang het niet moe is, heeft het niet zoveel behoefte aan die rood en groen gebloemde lichamen.''

Die borsten en die bloemen lijken zacht, nu staat er ineens `hoeken'.

,,Die vrouwen hebben ook `harde handen', het is niet alleen maar prettig en fijn. Ze slaan je ook met die handen. Ik moest bij het schrijven van dit gedicht erg denken aan mijn grootmoeder, een heel lief mens, maar voortgekomen uit een tijd waarin het heel gewoon was dat je een kind een klap gaf. Hoeken zijn beschermend maar tegelijkertijd puntig.''

Kunnen mos en gladde paadjes om iemand heen hangen?

,,Dat `hangen' is verbonden met die geur in de vierde strofe en met de zwarte bessenstruiken. In de enorme moestuin van mijn grootouders lagen nog geen klinkertjes en tegeltjes zoals tegenwoordig, daar was gewoon niets. Als het geregend had waren de paadjes glibberig en mossig, dan konje erover uitglijden. Dat kun je verbinden aan zo'n vrouw, net als die zwarte bessen. De geur van zwarte bessenstruiken is heel hevig en heeft behalve iets prettigs ook iets aards en gronderigs, voor mij iets viezigs. Dus ik heb ze maar laten staan, die hangende paadjes.''

Waarom schrijft u `oud' hout en niet gewoon `hout'?

,,Gewoon hout doet niet denken aan een vloer, dus dan staat er bijna iets anders. Je zou kunnen zeggen dat die vrouwen er altijd zijn, zelfs als je ze niet ziet hoor je ze nog kraken. En dat `oud' is ook ritmisch prettig.''

Telt u terwijl u schrijft?

,,Ja, en ik wijk er ook bewust van af als dat moet. Ik heb behoefte aan het houvast van het tellen en schikken. Die strakke vorm geeft bescherming, het is een soort huis.''

De laatste regel van deze strofe is erg lang.

,,Dat is wel een cruciale regel. `Liefde' hoort er eigenlijk metrisch niet meer in, maar om inhoudelijke redenen vond ik het wel goed zo. 'Waar de ziel' moet echt het begin zijn van een nieuwe strofe.''

Waarom schrijft u `intense' pijn, en niet gewoon pijn?

,,Op een gegeven moment zit een gedicht niet alleen in een bepaald klankveld, maar ook in een ritmiek en een toon die je vasthoudt. Als je verlangen wilt beschrijven dan zou je dat kunnen doen door `intense pijn, liefde'. Zonder `intense' wordt het zo'n pijn in het algemeen. Het is een andere pijn dan wanneer je je vinger tussen de deur krijgt.

,,Ik vind die bijvoeglijke naamwoorden prettig, al weet ik wel dat veel mensen daar bezwaar tegen hebben in poëzie. Sommige woorden moet je ook liever niet gebruiken, zoals `strelen' en `ziel' en `rozen'. Ik vind het leuk om tegen de kitsch aan te hangen en die woorden wél te gebruiken, ook al weet ik wel dat je er voorzichtig mee moet zijn. Ik vind het belangrijk om sommige gevoelens direct op te roepen, ook al mag dat niet van de poëziepolitie. Misschien is het uit recalcitrantie, maar het is ook wel diep mijn gevoel.''

Wat is een ziel eigenlijk?

,,Voor mij is het gewoon een ding, ik probeer het zo dingachtig mogelijk te zien. Als een stukje van je lichaam. Omdat het zo'n abstract woord is vind ik dat je het in een gedicht zo concreet mogelijk moet gebruiken.''

En wat is de hang?

,,Een mooi woord. Het is eigenlijk `een hang hebben naar', ik heb het verzelfstandigd. De lezer moet dat er maar uithalen, je kunt het niet allemaal gaan voorzeggen. `Hunkeren' is ook een woord voor wat ik bedoel, maar `de hunkering' – dan wordt het echt kitsch en dan hoef je het niet meer op te schrijven. Het gaat wel om het oproepen van het oergevoel.''

`Troosten' is dan wel weer redelijk expliciet.

,,Ja, dat mocht wel. Er moest ook `grote' staan hè, niet alleen maar troosten. Grote borsten, dikke vrouwen, grote troost. En dan heb je volgens mij dat `het' uit regel 1 helemaal ingevuld.''

`Gewoon droog `brood' heeft geen sfeer'

`De woorden `ziel' en `rozen' moet je liever niet gebruiken