Meer kanker door gebruik hormonen

Vrouwen die na de menopauze hormonen slikken hebben daardoor 66 procent meer kans op borstkanker. Hun risico om aan borstkanker te sterven is 22 procent verhoogd.

Dit blijkt uit een wetenschappelijke publicatie die morgen in het medische tijdschrift The Lancet staat. Het onderzoek bewijst opnieuw dat hormoongebruik tijdens en na de overgang nadelen heeft. Alle vermeende voordelen, zoals bescherming tegen botontkalking, hart- en vaatziekten en Alzheimer, zijn de afgelopen twee jaar in grote Amerikaanse studies onderuit gehaald. Wel staat vast dat het aantal opvliegers tijdens de overgang afneemt en dat de hormonen helpen tegen een droge en jeukende vagina.

De nieuwe Britse studie was een onderzoek onder ruim een miljoen vrouwen van 50 tot 64 jaar, van wie ongeveer de helft tijdens de overgang hormonen gebruikte. Voor het eerst blijkt nu dat ook vrouwen die nog maar kort hormonen gebruiken al meer kans op borstkanker hebben. Na een jaar gebruik is de kans verhoogd voor alle soorten en combinaties overgangshormonen en voor alle toedieningsvormen. Wie stopt met de pillen of pleisters waarmee de hormomen worden toegediend is het extra risico vrijwel meteen kwijt.

In westerse landen gebruikt 20 tot 50 procent van de 45- tot 70-jarige vrouwen gedurende één of meer jaren hormonen. ,,Deze groep moet snel stoppen met hormoongebruik,'' schrijven de hoogleraren Toine Lagro-Janssen en Chris van Weel van de afdeling huisartsgeneeskunde van de universiteit van Nijmegen in een commentaar in The Lancet. Ze noemen de introductie van de overgangshormonen in de jaren zeventig achteraf een ,,les in hoe je nieuwe ontwikkelingen (in de geneeskunde) niet moet introduceren''. Medisch specialisten zetten de hormoontherapie in een gunstig daglicht en overtuigden sceptische huisartsen; de farmaceutische industrie oefende druk uit, bijvoorbeeld door oprichting van menopauzeklinieken te stimuleren en door artikelen in damesbladen, folders en op websites.

,,De industrie schrijft geen recepten. Dat doet de arts, op basis van wetenschappelijke gegevens'', stelt woordvoerder C. Wiebinga van farmaceutisch bedrijf Organon, groot in hormoonpreparaten.

Lagro-Janssen en Van Weel schrijven in The Lancet: ,,Nu de risico's goed zijn aangetoond, kunnen de huisartsen de problemen oplossen.'' Zij roepen (huis)artsenorganisaties op hun leden te wijzen op de nieuwe inzichten. Dr. Pim Assendelft, hoofd standaardontwikkeling van het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG): ,,We moeten de komende weken beslissen of we de huisartsen actief gaan benaderen. Het mooist zou zijn dat samen met de apothekers en de gynaecologen te doen.''