Maatwerk nodig in relatie tussen Nederland en Antillen

De stagnatie die op allerlei fronten in de betrekkingen tussen Nederland en de Antillen bestaat, moet worden doorbroken. Dat vereist flexibele oplossingen, vindt John Leerdam.

Armoede is het kernbegrip als het gaat om het Antilliaanse eiland Curaçao. Hoge werkloosheid, gebrekkige huisvesting, en kinderen die met honger naar school gaan. Maar Curaçao heeft ook betere tijden gekend. Met de komst van de Shellraffinaderij in de eerste helft van de twintigste eeuw regende het banen. In de jaren vijftig en zestig begon deze gigantische banenmachine te haperen, en in 1986 staakte de Shell de exploitatie van de raffinaderij. De klap voor de Curaçaose economie was vergelijkbaar met die van de sluiting van de mijnen in Limburg in de jaren zeventig. Met het terugtrekken van de Shell was de economische levensader van Curaçao doorgesneden.

In de jaren negentig droogden de overheidsinkomsten op en liepen de overheidstekorten snel op. Op instigatie van Nederland werd het IMF ingeschakeld. Het IMF kwam met het bekende recept: privatiseringen, afslanking overheidsapparaat en afschaffing subsidies voor nutsbedrijven. Onder zware financiële druk van de toenmalige staatssecretaris De Vries heeft de Antilliaanse regering het IMF-recept gevolgd, waardoor éénderde van de ambtenaren is ontslagen, en modale gezinnen op Curaçao tegenwoordig onbetaalbare stroom- en waterrekeningen ontvangen van circa 500 euro per maand. Iedereen is het over eens dat het IMF-recept geleid heeft tot nog meer armoede.

Gedreven door de armoede stemden de kiezers bij de verkiezingen van 2002 en 2003 massaal op een partij die zich afzette tegen het IMF-recept. De partij van Antony Godett ging beide verkiezingen in met de boodschap dat het afgelopen moet zijn met overheidsbezuinigingen en dat alles gericht moet zijn op het scheppen van een menswaardig bestaan: een dak boven het hoofd, betaalbare stroom- en waterrekeningen, en werk. Andere gevolgen van de armoede zijn de bolletjesslikkers en de migratie van Antilliaanse jongeren naar Nederland.

Wat kan Nederland doen? Nederland zou aan symptoombestrijding kunnen doen. Dus een discussie beginnen over `bodyscans' op Hato, de luchthaven van Curaçao. Onlangs is ook de discussie over de visum- en toelatingsregeling opgelaaid. Een visumplicht voor Antillianen is onzinnig, immers het zijn personen met een Nederlandse nationaliteit. Nederland kan een toelatingsregeling treffen, maar er duiken meteen gigantische uitvoeringsproblemen op. Nederland kent namelijk geen nationale grenzen meer. Oftewel, wil je dat zo'n toelatingsregeling effectief is, dan moet aan álle EU-grenzen gecontroleerd moeten worden. De enige manier om dit te doen, is om álle paspoorten van Nederlanders om te ruilen, voor paspoorten voor ingezetenen van Nederland, en een paspoort met een andere kleur, voor ingezetenen van de Antillen. Deze gigantische omruiloperatie zal vijf jaar duren, immers paspoorten zijn vijf jaar geldig. In deze vijf jaar kunnen Antilliaanse ingezetenen via welke EU-grenspost dan ook naar Nederland komen. In deze overgangsperiode staat de deur naar Nederland wagenwijd open, terwijl iedereen weet dat daarna de deur op slot gaat. Naar mijn inschatting zal een dergelijke toelatingsregeling contraproduktief zijn, en de migratie vanuit de Antillen richting Nederland een enorme impuls geven. Met de onafhankelijkheid van Suriname hebben we geleerd wat een dergelijke overgangsperiode betekent.

Bij het bestrijden van de armoede op het grootste eiland van de Nederlandse Antillen blijkt Nederland eerder een sta-in-de-weg dan een gewaardeerde Koninkrijksgenoot. Een voorbeeld: Curaçao heeft met zijn binnenstad, die prijkt op de World Heritage List van de UNESCO, gigantische potenties voor Europees toerisme. Maar tot voor kort werd de Europese toerist afgeschrikt door de torenhoge prijzen die de KLM in rekening bracht voor een retourtje Amsterdam-Curaçao. Klachten van de Antilliaanse overheid bij de Nederlandse overheid over de desastreuze gevolgen van deze tarieven voor het Antilliaans toerisme, waren jarenlang aan dovemansoren gericht. Zelfs een klacht bij de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) leidde tot niets. De tarieven gingen pas omlaag toen Curaçao een eigen luchtvaartmaatschappij oprichtte die direct de concurrentie aanging met de KLM.

Nederland zou de Antillen tot een provincie kunnen maken, zodat alle Antillianen die geen inkomsten hebben, een bijstandsuitkering krijgen en wijken en wegen, dankzij Nederlandse investeringen, worden opgeknapt. Het probleem van deze optie is dat, ondanks het aanlokkelijke financiële perspectief voor de lokale bevolking, er geen maatschappelijk draagvlak voor te vinden is. Deze optie was één van de keuzes bij het referendum van 19 november 1993 op Curaçao over de staatkundige structuur, maar vermocht weinig kiezers te enthousiasmeren.

Kennelijk heeft driehonderd jaar kolonialisme door Nederland, de Curaçaose bevolking terughoudend gemaakt bij het weggeven van autonomie, ook al staat daar een vette economische premie tegenover. De vrees is te groot dat, net als in de koloniale tijd, zij weer tweederangsburgers worden in eigen land, en dat Antillianen geen prominente positie meer in het landsbestuur zullen mogen innemen. Deze vrees wordt gevoed door de waarneming dat bij het departement in Den Haag dat contacten onderhoudt met de Antillen, geen landskinderen deel uitmaken van het managementteam van de desbetreffende directie, de Directie Koninkrijksrelaties (DKR) van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Een andere optie is dat de Antillen dan maar onafhankelijk moeten worden. Het probleem van deze optie is dat gegeven de geopolitieke situatie in het Caraïbisch gebied een mogelijke onafhankelijkheid van de Antillen op grote problemen zal stuiten bij de Verenigde Staten. Dit land heeft een basis op Curaçao, het ligt al decennia overhoop met het communistische regime op Cuba en heeft grote problemen met het bewind van Hugo Chavez in Venezuela dat openlijk sympathiseert met Fidel Castro.

Een derde optie is de door de PvdA gepropageerde `à la carte'-benadering waarbij in het denken over de staatkundige relaties tussen Nederland en de vijf Antilliaanse eilanden rekening wordt gehouden met de verschillen in de Antillen. De staatkundige relatie met het Antilliaanse eiland Saba met 1.500 inwoners is nu eenmaal anders dan met het eiland Curaçao, dat honderd keer zoveel inwoners telt. Deze `à la carte'-benadering laat ruimte voor maatwerk in de staatkundige relaties tussen Nederland en de vijf Antilliaanse eilanden. Deze optie heeft mijn voorkeur.

Het is ten slotte van groot belang dat een frisse wind gaat waaien door de bestaande ambtelijke en politieke elite op de Antillen. De Antilliaanse regering is er in de afgelopen periode niet in geslaagd om massaal jonge afgestudeerde Antilliaanse academici aan te trekken, waardoor een nieuw bestuurlijk elan kon worden gecreëerd. De daardoor onstane stagnatie in de ambtelijke en politieke cultuur dient liever vandaag dan morgen doorbroken te worden.

De komende periode binnen het Koninkrijk wordt spannend. Er is een nieuwe minister voor Koninkrijkszaken aangetreden, de fractievoorzitters gaan eind deze maand naar de Antillen, het Statuut bestaat volgend jaar vijftig jaar en de zus van Antony Godett zal op maandag 11 augustus aanstaande beëdigd worden als premier. Zij zal zich van het Papiaments bedienen in haar contacten met Nederlandse politici. Op zich is het treurig dat de Antilliaanse premier geen vloeiend Nederlands spreekt. Van de andere kant is het goed dat de vanzelfsprekendheid doorbroken wordt dat bestuurlijk contacten tussen Nederland en de Antillen in het Nederlands geschieden. Ik ben ben trouwens benieuwd hoeveel ambtenaren bij DKR vloeiend Papiaments spreken.

John Leerdam is lid van de Tweede Kamer en maakt deel uit van de fractie van de PvdA.