Lof der welsprekendheid

Californië gaat binnenkort een gouverneur kiezen. Een van de kandidaten is Arnold Schwarzenegger. Dat heeft bij voorbaat in het buitenland veel meewarig gelach veroorzaakt. Maar waarom? Als het over Ronald Reagan gaat, wordt er telkens weer bij vermeld dat hij `acteur in B-films' is geweest. Dat bleek geen handicap te zijn. In 1966 werd hij gouverneur, ook van Californië. In 1980 werd hij met een grote meerderheid tot president gekozen, vier jaar later herkozen. Hij hoort tot de populairste presidenten in de geschiedenis. Schwarzenegger als president zou mogelijk zijn, ware het niet dat hij in Oostenrijk geboren is.

In Nederland hebben we er absoluut geen verstand van, zijn er ook maar hoogst zelden ontvankelijk voor, maar het maken van een politieke carrière, staatsmanschap vergt niet alleen allerlei feitelijke kennis van zaken, intuïtie, talent voor intrige. Het is ook een vorm van redenaarskunst. De staatsman moet op het juiste ogenblik met de grootste overtuiging open deuren kunnen intrappen, de oudste gemeenplaatsen ten beste kunnen geven alsof het woorden van verlossing waren. Of juist met een wisecrack een zorgwekkende toestand relativeren. Ronald Reagan kon dat. Toen het begrotingstekort het land aan de rand van de afgrond had gebracht, zei hij: ,,Het tekort is nu groot genoeg om voor zichzelf te kunnen zorgen.'' Maar ook richtte hij zich tot Michaïl Gorbatsjov: ,,Meneer Gorbatsjov! Breek die muur af!'' Het waren geen doorwrochte redevoeringen, wel retorische voltreffers.

Hoe komt het dat bij ons met de kunst van de welsprekendheid zo slecht gesteld is? Ik noem een paar oorzaken. Ten eerste de ontkerstening. We hebben wel een redenaarstraditie gehad. Die werd vooral in stand gehouden door de dominees. Op zondag gingen veel mensen naar de kerk om een stevige donderpreek te horen, waarin de voorganger met hel en verdoemenis dreigde. Ik kwam nooit in een kerk, maar trof wel eens zo'n preek op de radio, en dan bleef ik luisteren. Zelfs in de morgenwijding op de gewone werkdagen kon je bijzondere retorische talenten horen, zoals dat van dominee De Fetter, of zijn collega Spelberg, beiden Vpro. Van deze preekcultuur hoor je niets meer.

Dan heeft het dwangmatig streven naar consensus veel kwaad gedaan. Een behoorlijke retorische prestatie vooronderstelt een conflict. De zondaar moet voor zijn eigen bestwil, zonder kans op misverstanden tot de orde worden geroepen. De politieke tegenstander buiten gevecht gesteld. Daartoe moet directe taal worden gesproken. Maar als de redenaar na de toespraak met de relatieve concurrentie weer `om één tafel' moet gaan zitten, om de problemen `in alle redelijkheid, zoals ze daar gezamelijk zitten' op te lossen? Ja, dan moet zo iemand zich wel uitdrukken in dat gewatteerde Nederlands dat in politiek Den Haag de voertaal is.

Ten derde de belangrijkste oorzaak. De tegenwoordige spreker in het openbaar maakt een fundamentele vergissing. Hij doet niet meer zijn best om de menigte mee te slepen, maar wil zichzelf profileren. Iedere spreker is ijdel. De echte demagoog vergeet zichzelf terwijl hij de menigte opzweept. Hij groeit door de toejuichingen, in zijn contact met zijn publiek vergeet hij zichzelf, hij raakt bedwelmd. Het zich profileren is iets anders. De profileerder is ook een ijdeltuit, maar terwijl hij aan de slag is, vergeet hij zichzelf geen seconde. Put zich uit in kwinkslagen, zet gekke stemmetjes op, komt zo origineel mogelijk uit de hoek, maakt van zichzelf een showtype en bereikt het averechtse resultaat. Op retorisch gebied is er niets pijnlijker, treuriger dan een spreker die de origineel uithangt. Maar ze doen het bijna allemaal. In de talkshows, de quizzen, voor de radio, in straatinterviews, overal waar een microfoon of een camera staat: dat talentloze zelfprofilerende kwek-kwek.

En tenslotte – het lijkt met het vorige in tegenspraak – zijn we au fond, ondanks alle fun, nog altijd een plechtig en loodzwaar volk. De Fransen beheersen de frase, de Hollanders lijden eraan, zei Du Perron. In andere aankleding is dat zo gebleven.

Iemand als Schwarzenegger, een Hollands equivalent in de politiek? Dan denk je al vlug aan Anton Geesink, maar hij is geen acteur. Rijk de Gooyer had gekund, maar is niet jong genoeg. Paul de Leeuw misschien? Pierre Bokma? Je weet het niet. Mensen kunnen groeien onder hun verantwoordelijkheid. Maar wij wonen in een land zonder waagstukken.