Liberaal bellen

VOOR DE CONSUMENTEN geldt de telefoonmarkt als hét succes van de liberalisering in de jaren negentig. Nieuwe aanbieders, goedkoop bellen en steeds meer toepassingsmogelijkheden – de veranderingen zijn groot en ze gaan onverminderd door. Dat heeft zowel te maken met technologische vernieuwingen als met de doorbreking van het monopolie van de voormalige staatsbedrijven der post, telegraaf en telefonie. KPN is een succesvol geprivatiseerde onderneming – met de overheid nog altijd als grootste afzonderlijke aandeelhouder – die zich moet handhaven in een markt vol concurrentie. Voor het agressieve expansiebeleid hebben de aandeelhouders overigens moeten bloeden: de koers van KPN is geduikeld en het bedrijf is twee jaar geleden met overheidssteun ternauwernood gered van de ondergang.

De geliberaliseerde telecommarkt laat ook in een ander opzicht een succeszien. Het toezicht is behoorlijk geregeld en de Opta is een waakhond die durft te bijten. Dat is nodig, want KPN beheert het telecomnetwerk waarvan concurrenten gebruik moeten maken en kan als voormalig monopolist zijn marktaandeel op talloze manieren afschermen tegen nieuwkomers. Consumenten hebben derhalve belang bij een goed functionerende toezichthouder.

Opta heeft KPN een aantal keren op de vingers getikt en over het algemeen is dat na enig gemor aanvaard. Maar over twee recente beslissingen zijn KPN en Opta elkaar in de haren gevlogen. De eerste betrof de eis van Opta dat KPN de tarieven voor het gebruik van het netwerk door concurrerende aanbieders van telefoondiensten moet verlagen, zodat ze goedkopere belminuten kunnen aanbieden. Het tweede geval is het verbod van Opta op kortingspakketten die KPN aan klanten wil aanbieden. De bestuursvoorzitter van KPN, Scheepbouwer, heeft de Opta van onprofessioneel gedrag beschuldigd en is woedend naar de rechter gestapt.

DE KERN VAN HET CONFLICT is dat KPN wordt verplicht zijn concurrenten diensten te bieden waarvoor het kosten zegt te maken die het van Opta niet volledig mag verrekenen, en zelf niet met prijzen mag stunten om klanten te trekken. Er is meer aan de hand dan een meningsverschil over de interpretatie van de regels, het gaat om de botsing van twee visies: die van de ondernemer en van de toezichthouder. Op de achtergrond speelt mee dat het parlement weinig haast maakt met een nieuwe telecomwet die grotere duidelijkheid moet scheppen over wat is toegestaan en wat niet. Zolang die wetgeving, waarin Europese regels zijn verwerkt, niet is aangenomen, moet de Opta zich noodgedwongen terughoudend opstellen.

Het conflict tussen KPN en Opta is een uitvloeisel van de marktwerking die geen van de partijen wil terugdraaien. KPN moet zich schikken in het oordeel van de daartoe bevoegde publieke toezichthouder en Opta moet ervoor waken niet op de stoel van de particuliere ondernemer te gaan zitten. Tussen die twee uitersten tasten beide partijen hun bewegingsruimte af waarbij de uitkomst van geval tot geval niet bij voorbaat vaststaat. Botsingen zijn daarbij onvermijdelijk, maar beide partijen, de onderneming en de toezichthouder, weten dat ze met elkaar verder moeten. En uiteindelijk is er altijd nog de rechter.